Reizen ginderachter

Reisverhalen over plekken met een verleden, scholen, unieke landschappen en onbekende verweggistans

Posts from the “Onbekend, onbemind” Category

Mijn Congolees huwelijk deel 2: de burgerlijke ceremonie

Posted on augustus 6, 2015

Didier heet de ambtenaar die onze huwelijksadministratie in goede banen moet leiden. Hij zit in zijn kleine hokje met vijf andere ambtenaren. Gaten zitten in het plafond boven Didier. Ik krijg een stoel toegeschoven waarvan de poten los zitten en de rugleuning verdwenen is. Didier is een sympathieke kerel met engelengeduld. Met veel zorg stelt hij ons “projet de mariage” op, de basis van de huwelijksakte. De Belgische ambassade zegt mij een dag later dat de projet de mariage niet volgens de gebruikelijke regels is opgesteld. Mijn volledige naam – incluis alle voornamen – moet vermeld worden. En de eerste letter is een hoofdletter, de rest kleine. De volgende morgen staan we weer bij Didier. Hij herbegint, hij schudt het hoofd en zegt: “pas facile les Belges”, hij lacht, ik lach. Hij schrijft duidelijk, maar in een tempo waar alleen een slak zich goed bij voelt. Halverwege schrijft hij een fout. Hij gaat tipex zoeken op de centrale dienst van de gemeente. In de bureaus is er geen bureaumateriaal omdat het gestolen wordt. Na een kwartier komt hij met het witte potje terug, en verdwijnt daarna nog eens een kwartier om het terug te brengen.

 

Ik krijg ook letterlijk onder de tafel een briefje toegestopt. Ik zie bovenaan “facture” staan. Die blijkt van de burgemeester: een fles whiskey, cola en twee plastieken stoelen “voor de gemeente”. Zo geraakt een gemeente zonder inkomsten aan zijn meubilair in Congo. Daarna volgt een discussie over de prijs voor de ceremonie. Er is de keuze tussen een individueel huwelijk en een collectief. Collectief is veel goedkoper. De burgemeester zegent dan tien koppels tegelijk in. Wij kiezen voor een romantischer individueel huwelijk. Daarna blijkt een individueel huwelijk tussen verschillende nationaliteiten weer duurder dan een “zuiver” Congolees huwelijk. Didier krijgt de toorn van Mira over zich heen en na een halfuurtje over-en-weer gediscussieer zakt de prijs. Congo: het land van de eeuwige onderhandeling.

 

De dag van de ceremonie begeleidt een goed geluimde Didier ons naar een bureautje voor de registratie. Een minder goed geluimd ambtenaar start de discussie op over de factuur voor de burgemeester. Kwartiertje bakkeleien alweer. Ik geef uiteindelijk 20 dollar en één plastiekstoel. We registreren ons. Daarna verplaatsen we ons naar de wachtzaal. Twee vrouwen – de “dienst protocol” – zitten aan een tafeltje. Ook deze dames willen uiteraard hun graantje meepikken. Een laakbare en (voor een Belg als ik) vermoeiende gewoonte maar niet onbegrijpelijk. De mensen worden nauwelijks of niet betaald en moeten ook overleven, incluis hun familie en kinderen. In de zaal zelf wachten we een uurtje omdat de burgemeester aan het lunchen is. Intussen is de oudste broer van Mira in een hoogoplopende discussie verzeild met Didier over de fles whiskey voor de burgemeester. Grappig, vooral als ik zelf niet in de arena sta.

 

In gesprek met Didier

In gesprek met Didier

DSC_4733

 

De burgemeester – in grijs pak met het lint rond de schouder – komt binnen. Iedereen staat recht en we zingen het Congolese volkslied: « Debout Congolais, Unis par le sort, Unis dans l’effort pour l’indépendance, Dressons nos fronts, longtemps courbés Et pour de bon prenons le plus bel élan, dans la paix, O peuple ardent, par le labeur, nous bâtirons un pays plus beau qu’avant, dans la paix.”.

 

Een mooi volkslied, veel mooier, muzikaler en zachter dan de Vlaamse Leeuw of de Brabançonne. De burgemeester knipoogt in mijn richting. Een sympathieke gozer, stel ik met enige opluchting vast. Hij declameert hele paragrafen wetteksten uit zijn hoofd. Hoed af. Maar trop is teveel. Op een bepaald moment vallen mijn oogleden haast dicht, tot het moment hij in mijn ogen kijkt. Hij maant mij half streng half geamuseerd aan niet meer naar andere vrouwen te kijken (“monsieur Jan, vous n’avez plus le droit de regarder une autre femme”) en om mijn rol als gezinshoofd (“père de famille”) op te nemen. Mira van haar kant mag haar oog niet langer laten vallen op andere mannen. En ze is aan haar echtgenoot “eeuwige gehoorzaamheid” verschuldigd. Bij “eeuwige gehoorzaamheid” kijk ik licht geamuseerd vanuit mijn ooghoeken naar Mira. Ze blijft onbewogen, haar blinkende zwarte kijkers gericht op mijnheer de burgervader. “Kinderen baren” is haar laatste echtelijke plicht. Mijn mama vindt de burgemeester streng, of althans strenger “dan bij ons”.

 

Ik houd de gouden ringen in mijn licht bibberende handen. De burgemeester nodigt ons uit voor hem te komen staan en elkaars handen vast te houden. We spreken het magische ja woord uit en schuiven de ringen over elkaars vingers. Ik kus Mira’s volle en prachtige lippen. We omhelzen elkaar onder het portret van de wat stijve Joseph Kabila. Papieren zakdoekjes wapperen, mijn lippen blijken zo rood als die van mijn kersverse vouw. Ik glimlach, krijg een speciaal gevoel van binnen. 41 en dan toch nog getrouwd, ik ben een gelukkig man. We verlaten het pand onder scherp gefluit, luid getoeter, kledders schuim, wolken gouden glittertjes en gejoel. De dienst protocol loodst ons toch nog met een slinks maneuver een bureautje in. Daar zit de burgemeester achter zijn bureau. Of we niks te drinken hebben voor hem? Een fles whiskey bijvoorbeeld? Ik kijk hulpeloos naar mijn vrouw. Mira onderhandelt, hij stelt zich tevreden met een limonade. We nemen afscheid, een belevenis rijker.

 

Allen rond de burgemeester

Allen rond de burgemeester

Tekenen van de huwelijksakte

Tekenen van de huwelijksakte

De kus

De kus

 

We gaan nog op de foto met familie en getuigen voor het fel gekleurde oud-koloniale gemeentehuis van Ngaliema. De bruidsfoto’s nemen we recht tegenover de kazerne van het Congolees leger. Ngaliema is de thuisbasis van het ministerie van landsverdediging en het leger. Mobutu en Kabila “le père” verbleven hier in hun paleis. Ngaliema heeft een geschiedenis van plunderingen en vechten. Vandaag niets van dat alles. Maar de soldaten zijn er wel, soldaten met wapens versus twee geliefden met gouden ringen. Symbool van geweld versus symbool van liefde. Ik word lyrisch.

 

DSC_4813
Familiekiekje

Familiekiekje

DSC_4817 DSC_4819
Met zus Vicky

Met zus Vicky

Met dochtertje Choupette

Met dochtertje Choupette

DSC_4832

Mijn Congolees huwelijk deel 1: mariage coutumier

Posted on juli 30, 2015

In Congo is de eerste stap in het huwelijksproces de “mariage coutumier”, het “gewoontehuwelijk”. Dat is een eeuwenoud en nog steeds populair gebruik in landen ten Zuiden van de Sahara. Een mariage coutumier is een ontmoeting van de families van bruid en bruidegom. De familie van de toekomstige bruidegom vraagt de hand aan de familie van de bruid en overhandigt daarvoor een bruidschat. Hoewel er misbruiken zijn (mensen die er een commerciële transactie van maken en hoge bedragen vragen), gaat het doorgaans om een symbolisch moment waarop de families elkaar beter leren kennen. Wij in België kennen zo’n moment niet. Meestal komen we met ons lief thuis: “voilà, ma of pa, mijn nieuw lief”. Laat staan dat ons ma en pa en een bruidschat gaan betalen. En de band tussen de schoonfamilies is bij ons doorgaans nogal los.

 

De familie van Mira ziet het ritueel ook als een ontmoeting van de twee families. De bruidschat is eerder symbolisch. Een paar weken voor de trouw ontvang ik “de factuur”: twee geiten, een machette, een zak zout, een kookpot, een kostuum, een pagne, 20 liter Congolees bier en 20 liter Congolese wijn, en een enveloppe van een paar honderden dollars. Als de bruid er op eigen initiatief van door gaat, krijg ik dat allemaal terug. Een week voor de mariage coutumier zit ik in de auto met de gigantische kookpot op mijn schoot, waardoor het voor de Congolezen duidelijk is dat ik ga trouwen. “Beauf, beauf” (beau frère, schoonzoon), hoor ik ettelijke malen. Duimen gaan omhoog, tanden worden bloot gelachen. Ik ben nu één van hen.

2015-06-20 11.22.52

Met één van mijn geiten

IMG_0153

Jean en Mira onderhandelen over mijn kookpot

De avond zelf hotsen we met onze karavaan over niet-geasfalteerde en met diepe putten bezaaide wegen van Kinshasa. Ik met mijn ma en onze betrouwbare chauffeur Jean in de eerste jeep. Achter mij waggelt de jeep met mijn wijze zegsman Robert, gevolgd door een aftands wrak van een bus met mijn bruidsschat waaronder de twee geiten. Robert is een Congolese collega van mij die mijn familie vertegenwoordigt. Hij brengt twee vrienden mee die van dezelfde stam zijn als die van Mira. Een voordeel, want zijn kennen heel goed de gebruiken van de stam. Mijn rol is makkelijk: zwijgen. Mijn familie praat voor mij. Naar goede Congolese gewoonte zijn we een paar uur te laat, en vlak voor we arriveren valt de elektriciteit uit. Na een uurtje is dat gefikst en stap ik uit. Een paar tientallen joelende vrouwen staan in het deurgat en komen op me af. Ze gooien kleurrijke pagnes aan mijn voeten, ten teken dat ik welkom ben. Vrouwen dansen, roepen in het Lingala, ik begrijp niks maar ben onder de indruk.

 

Binnen verwelkomt de oudste broer van Mira ons, met aan zijn zijde de grootmoeder en de oudste zus. De broer valt met de deur in huis en vraagt met uitgestreken gezicht wat we in zijn huis komen doen. Robert legt eerst een bedankingsverklaring af en stelt dat hij voor mij de hand komt vragen van de dochter des huizes. Prompt paraderen een aantal schoonheden uit de familie aan mij voorbij. Daar ben ik al op voorbereid. Ik weiger ze één voor één, volgens de coutume. Mira is een ander paar mouwen, die woont zogezegd nog in de geboortestreek van de familie, Kasaï-Oriental. “We moeten haar met het vliegtuig gaan halen”. Dus een vliegticket is aangewezen, 1000 dollar. Of ik dat even op tafel kan leggen? Een bilateraal gesprek tussen Robert en de familie drukt de prijs naar 100 dollar. Ik geef uiteindelijk 25 dollar, het is een spel. Een tante van Mira steekt de 25 dollar in de lucht. Joelende vrouwen gaan op zoek naar de bruid in “Kasaï” en komen een minuut later met haar het huis binnen. We staan beiden licht gestresseerd te kijken. We overlopen nu de factuur. Even slaat mijn hart over wanneer de das wat te diep in een mouw zit en niet direct teruggevonden wordt. Als er iets ontbreekt op de factuur, kunnen de onderhandelingen namelijk van vooraf aan beginnen. Maar mijn aankopen zijn compleet. Mira geeft mij te drinken, ik geef haar te drinken. Een omhelzing, een kus, de zegen van broer, applaus, gejoel, en klaar is kees. We eten. Tantes, nichten en zussen hebben een buffet bij elkaar gekookt voor de families: makemba (bakbananen), pundu (maniok), complete vis, kip, fufu (maisbrij) en jawel, frieten. We zeggen iedereen gedag. Daarna rijden we de donkere nacht in. De dag erna wordt een zware dag.

DSC_4602

Grootmoeder van de familie rechts

Oudste broer als voorzitter van de vergadering geflankeerd door grootmoeder

Oudste broer als voorzitter van de vergadering geflankeerd door grootmoeder

IMG_0248

Congolees buffet!

IMG_0197

Mijn bruid en huidige vrouw Mira

DSC_4644

Overhandiging van de wijn als deel van de bruidschat

IMG_0178

Onderhandeling over het “vliegtuigticket”

IMG_0224 (2)

Hoe gaat het nog met jullie, Syrische vrienden?

Posted on mei 28, 2015

Het gezin op de citadel van Qala’at Mudiq


Het was Paasweekend in 1999. We reden achterop een brommertje het Qala’at Mudiq op. Een vriendelijke man nodigde ons een uurtje eerder in de Romeinse site van Apamea uit voor een etentje in zijn tuin, samen met zijn vrouw en kindjes en enkele kameraden. Syrische gastvrijheid. We passeerden de 13de eeuwse fortmuren van de Mamelukken, de beruchte Turkse soldaat slaven die de Mongolen overwonnen. Ezels, schapen en geiten fourageerden in de nauwe straatjes met ruwe kasseien. De zichten over de Orontes vallei snijden de adem af. Het was een mooi gezin. Ze toonden affectie, er waren aanrakingen, een arm om de schouder. Traditionele Syrische kost stond voor onze voeten: falafels, kekererwtenpasta, komkommer en tomaten, geitenkaas, groene olijven en plat brood. We aten met de familie uit één bord. Daarna zakten we in de kussens. Een glaasje muntthee, en gebakjes die de suikerspiegel het heelal indrijven. Het voelde wat ongemakkelijk, deze gastvrijheid. Ik vroeg me af of we niet plots geld moesten gaan ophoesten. Dat bleek volslagen onterecht. Nu is het 2015. Wie in Google “Qala’at Mudiq” in typt ziet filmpjes met explosies op en rond de citadel. Afbeeldingen van een dood kind. Jammerende ouders. Hoe is het met dit gezin, met de twee schattige kindjes? Staat hun huis er nog? Ik kijk naar de foto’s en ik denk aan deze mensen in het diepst van mijn gedachten.

img010 img009

 

De oude man van Hama


“De noria’s van Hama kleurden rood van bloed”, zei je. Je droeg een grijze jas, een muts op het hoofd, sjaaltje om de hals. Ik ontmoette jou in een cafeetje, mijn waarde vriend-voor-één-avond. Munttheetjes stonden op een plastieken tafeltje met een rood tafelkleedje. Spreken gebeurde op gedempte toon, af en toe onderbroken door het geklingel van het lepeltje in de theeglaasjes. Suiker danste rond en maakte de thee troebel, in tegenstelling tot jouw ogen die kwiek voor zich uit keken. Je vertelde over tanks die huizen aan flarden schoten, vliegtuigen die bommentapijten braakten, bulldozers die een stad tot een lege steenwoestijn transformeerden. 25.000 doden. Eén van jouw eigen kinderen droeg je ten grave. Dat was in 1982. Even keek je in het oneindige, alsof je jouw kleine jongetje zag rondhuppelen in het paradijs. Na al die jaren scheppen de raderen van de noria’s alweer bloed, arme opa. Is jouw bloed erbij? Of is jou een rustige natuurlijke dood gegund geweest, omringd door geliefden? Of leef je nog? Ik weet niet wat ik moet hopen. Hopelijk zwaaien jouw kinderen en kleinkinderen niet met een kalasjnikov aan het front. Hopelijk leven ze nog. Maar wat mag ik er verder over hopen?

img557

 

De kinderen van Jebel Qassioun


Ook deze foto dateert uit het niet-digitale tijdperk. Het is 1999. Hij is wat vaag omdat hij genomen is bij valavond en ik nu eenmaal geen professionele fotograaf ben. Deze baasjes spelen in de nauwe straatjes op Jebel Quassioun en achtervolgen ons tot op de top, dat een onvergetelijk panoramisch zicht geeft over Damascus. Ze lachen, ze amuseren zich, er is werkelijk niks kwaads te bespeuren in deze lieve jonge jongetjes. Geen gezaag om dollars of baksheesh. De schemer valt, de klagende gezangen van honderden muezzins vibreren boven Damascus bij valavond. Groene, blauwe en gele lichtjes kleuren weldra de duisternis. Onvergetelijk. Maar hoe zou het dit viertal vandaag vergaan, nu ze twintigers zijn? Zij die hun kindertijd doorbrachten op die berg waar Bashar al-Assad tegenwoordig zijn hoofdkwartier heeft?

img012

 

De mannen in de Ommayyaden moskee


Koel aan zitvlak en hoofd is het, daar onder de zuilengalerijen van de oude Ommayyadenmoskee in Damascus. Stilte voor de oren, schaduw voor de ogen. Rust te midden van de vibrerende souqs er rond. Plots vallen twee smalle schaduwen over mij. “Assalam alaikum” (vrede zij met u), zeggen twee vriendelijke heren. Ik antwoord “wa-alaikum assalam” (en met u de vrede). Het begroetingsritueel is een klein gebedje waarbij men God vraagt de andere te zegenen en vrede te schenken. We babbelen over ditjes en datjes. Ze nodigen ons uit voor een diner bij hen thuis. Ongedwongen Syrische gastvrijheid. Zou het vandaag nog altijd diezelfde oase van rust zijn? Zouden de mannen vandaag nog steeds “Vrede zij met u” zeggen? Of geloven ze daar al lang niet meer in? Toch van mijnentwege: “Assalam alaikum”, mijn beste Syrische vrienden.

imge010

 

Abdullah, de komiek van Riad Hotel


Wanneer je thee liet aanrukken in Riad Hotel stond er een theeglaasje teveel op het dienblad. “Altijd klaar staan voor het geval er een mooi meisje opduikt”, verklaarde je. De volgende dag schreed er een jonge Australische in strak rood kleed jouw lange en krakende trap op. “Welcome in Riad Hotel”, zei je met een grijns van Syrië tot Papoea Nieuw-Guinea. In een fractie van een seconde toverde je een dienblad met – wonder boven wonder – drie theeglaasjes op de toog. Met een knipoog in mijn richting mikte je van een meter hoog de thee de drie onooglijk kleine glaasjes in. Op jouw gezicht staat “zie je nu” te lezen. Je neuriede “Lady in red”. Je hield van theater spelen. Mijn mama die je zo graag jende, bijvoorbeeld wanneer ze geen WC-papier had op de kamer: “Gebruik dan maar de gordijnen, of de kussensloop”. Op een dood moment in een vroege avond vroeg je me jouw hotel over te nemen. Hilarisch was het, de verbaasde gezichtjes van vier Spaanse backpacksters aan wie ik mij presenteerde als Abdullah. Eén ervan checkte de Lonely Planet. Ik zie ze kijken: “jawel, de manager heet Abdullah”. En ik zie ze denken: “die gast ziet er nochtans niet uit alsof hij Abdullah heet”. Ik knipte met mijn vinger en jij kwam plechtig de thee binnenbrengen. Jouw ogen twinkelden, net als de mijne. Je hield ervan mensen voor de gek te houden. Hoe is het met jou, waarde vriend? Australische schoonheden zal je wellicht niet meer zien.

foto57

 

Mohammed, de sleutelbewaarder van Qasr Ibn Wardan


Hoe is het nog met jou, Mohammed? Jij, de sleutelbewaarder van het bizarre Qasr Ibn Wardan, 80 km buiten Hama. Volgens de Lonely Planet moesten we naar jou vragen in het dorp. Want jij alleen had de sleutel tot dit paleis of kasteel, met kerk. Byzantijns, naar verluidt, 1.500 jaar oud. Men heeft nog altijd geen idee wat keizer Justinianus vanuit Constantinopel bezielde om een chique paleis neer te poten in een lege steenwoestijn, ver weg van de bewoonde wereld. Er is nooit sprake geweest van een dorp hier. Ook vandaag in de hypergeavanceerde 21ste eeuw leven er bedoeïenen in hun bruine tenten. Ze hoeden schapen en geiten. We hoefden jou niet te zoeken. Je zat aan jouw tafeltje, muntthee pruttelde alweer een glaasje in. Naast het tafeltje stond een rode motor. Daarop scheurde je af en aan tussen Qasr Ibn Wardan en jouw huis, een stofwolk achterlatend in dit landschap van hardgebakken aarde. Ik zie jouw rode Arafatsjaal en witte kleed al wapperen in de wind. Een vriendelijke man was je. En waar ben jij nu, wat doe je? Zelfs de Byzantijnen die leefden in het Qasr Ibn Wardan en wel wat bloedgespetter gewoon waren, zouden duizelen van de honderdduizenden die de afgelopen jaren gesneuveld zijn in de Syrische hel.

foto31

 

De falafelmakers van Serjilla


Hoe zit het met jullie, jongens van de pittabar in het dorpje Serjilla? Geen pittakot in heel België dat kan tippen aan jullie falafels. De lekkerste ooit gegeten. Een rijtje vers gemaakte falafelballetjes, verse tomaten, een laagje verse koriander, een laagje verse munt. Geen vetbom waarbij een dikke saus de smaakpapillen verlamt, maar een falafelbroodje met een delicate en aromatische smaak, een pitta voor de fijnproevers. Maken jullie nog altijd de lekkerste falafel ter wereld? Ik zag de puinhopen en huilende mensen in jullie dorp op Youtube. Ik kende jullie allemaal maar oppervlakkig. Maar we hebben samen gelachen en gepraat. Genoeg om concrete gezichten te plakken op de horror van Syrië. Ik duim voor jullie, voor wat het waard is…

foto54

 

De kelners van het restaurant tegenover de Al-Nuri Moskee


Hoe is het nog met jullie, de nette en sympathieke jongens die met thee en waterpijp aan en af draafden in het chique restaurant tegenover de eeuwenoude waterraderen van Hama? De charmante mannen met das die gewillig op de foto wilden met mijn fiere mama? De An-Nuri moskee was gehuld in de gelige kleuren van de straatverlichting, het groene schijnsel van de toren weerspiegelde zich in het roerloze water. Rustig en stil was het toen. Vandaag blaffen de wapens, braken tanks en vliegen de kogels. Hopelijk zijn jullie gespaard.

foto56

De antieke stad Palmyra bedreigd

Posted on mei 21, 2015

IS bedreigt de oude stad Palmyra in Syrië. Als ze valt vreest men dat de extremisten – net zoals in Irak – ook deze unieke archeologische site zullen vernietigen. Het inspireerde me om nog eens in mijn archieven te duiken: 15 jaar geleden bezocht ik Palmyra, en ik geef wat historische lessen aan de beeldenstormers van de 21ste eeuw.

 

Geen geweergeschut toen, in 1999, je kon horen hoe windhoosjes zandkorrels in de broeierige lucht draaiden. Ik was de enige bezoeker, samen met mijn toenmalige vriendin. Stilte hing over de 2000 jaar oude ruïne. Duizenden jaren voor Christus draafden hier in dezelfde rust kamelen voorbij en hun menners, met hun handelswaren. Toen de Romeinen arriveerden, ging de stad de handel beheersen in de ganse Syrische woestijn.

 

Slaven, zout, kleding, parfum, prostituees, kruiden, ivoor, glas: alle “handelswaar” passeerde. De Palmyrenen vervaardigden fabricaten in fijne zijde, wol, katoen en linnen en smeedden goud en zilver (Sartre, p. 243). Ze bouwden een indrukwekkend handelsnetwerk uit, dat zich uitstrekte tot West Azië en de Middellandse Zee. De hele stad was het epicentrum van handelskaravanen. Het waren de rijkelui die privé investeerden in architectuur in Palmyra. Vandaag zien we nog altijd een straat van 1100 meter, tempels, theaters, graftomben (W. Ball, p. 76).

Het is vanuit het huidige risico op vernietiging in naam van de “zuivere” Islam door IS ook interessant om te zien dat de allereerste Islamdynastie, de Ommayaden, bij hun verovering de site niet domweg hebben vernietigd, maar gewoon een andere functie hebben gegeven

Maar wat kunnen we vandaag leren? En wat kunnen de bedreigers van de stad leren? Palmyra laat zien hoe een culturele en religieuze kruisbestuiving heeft plaatsgevonden. Geen geschiedenis van vernietiging in naam van de enige juiste waarheid, maar een eeuwenoude kruisbestuiving. Het karakter van Palmyra was Semitisch, Grieks en Romeins. De Palmyrenen aanbaden de god Bel. Die laatste zou teruggaan op één van de alleroudste religieuze tradities: de verering van Bel Marduk, oppergod uit het pantheon van Babylon. Sommige historici denken dat de Romeinse lange weg met kapitelen naar de tempel van Bel geïnspireerd is op de processiewegen die in het oude Babylon doorgingen ter ere van Marduk (Ball, p. 86). Bel was trouwens ook de inspiratie voor de latere Griekse goden Zeus en de Romeinse Jupiter.

img005

Het is vanuit het huidige risico op vernietiging in naam van de “zuivere” Islam door IS ook interessant om te zien dat de allereerste Islamdynastie, de Ommayaden, bij hun verovering de site niet domweg hebben vernietigd, maar gewoon een andere functie hebben gegeven. De Ommayaden vormden de grote Romeinse weg met zijn kapitelen om tot een souq met behoud van alle elementen (Sartre, p. 269). Ook toen de Arabieren honderden jaren later Palmyra alweer veroverden bleef dat met respect voor wat er stond: de tempel van Bel werd weliswaar een moskee, maar alle elementen van dit schitterend bouwwerk bleven op zijn minst behouden. Dus de Islam werkte voort op eeuwenoude tradities, ze vernietigde ze niet. Veel eerder fungeerde de tempel van Bel ook als een Kerk onder de Byzantijnen. Onwaarschijnlijk dat een groepje fanatiekelingen in de 21ste eeuw (!) en na 2000 jaar respect van alle strijdende partijen vandaag dreigen om deze site te vernietigen omdat ze denken de enige waarheid in pacht te hebben.

 

Bronnen:

 

Ball, W., Rome in the East. The transformation of an empire. London: Routledge, 2000.

 

Sartre, M., The Middle East under Rome, Cambridge, MA, London: Harvard University Press, 2005.

Met Mira bij de kapper in Kinshasa

Posted on april 11, 2015

Ik zit in de stoel en kijk in de spiegel van JoJo Coiffure in de wijk Bandal. De coiffeuse vlecht valse haren in het korte echte haar van Mira. Dit zijn zogenaamde extensies, en geen pruiken. JoJo Coiffure is gespecialiseerd in extensies. Braziliaanse extensies zijn de crème de la crème. Volgens de uitleg in het salon zijn extensies goedkoper dan het eigen haar laten verzorgen en knippen. Gezien echte kapsalons dun bezaaid zijn in Congo’s metropool pieken hun prijzen.

 

Let op, aan kleine informele kappersstalletjes geen gebrek in Kin. Daar kan je de kruin kaal laten scheren tegen een prikje. Improvisatie is het ordewoord: even een spiegeltje ophangen aan een tak van een boom of een golfplaat van een krakkemikkig huisje, een gammele plastiekstoel neerpoten, of een emmer om op te zitten. En dan nog een scheermes op de kop tikken en je bent klaar om de arbeidsmarkt te betreden. De Kinois(es) spreken dan van “se débrouiller”, uw plan trekken, en iedereen vindt wel iets uit om aan wat centen te geraken in een stad zonder formeel werk. Hier in JoJo Coiffure zie je hoe dat in zijn werk gaat. JoJo coiffure werkt samen met een andere vrouw, die een houten stalletje posteert voor de ingang van JoJo Coiffure. Die mevrouw verkoopt extensies. Ze hangen bij bosjes aan een stok, in de vorm van paardenvlechten, van bruin over zwart tot acajou. De klant koopt, mevrouw verdient, JoJo vlecht ze in, JoJo verdient: een “win-win situatie” aldus.

Het stalletje met extensies voor JoJo Coiffure

Het stalletje met extensies voor JoJo Coiffure

Een gerimpeld mevrouwtje schuifelt binnen met mango’s. Ze schudt er een snuifje “piment” op. Drie mango’s voor een paar tientallen eurocenten. Naast JoJo Coiffure hangt een verkoper onderuit achter zijn stalletje met sigaretten per stuk en kauwgomballen. We betalen een halve euro voor twintig kauwgomballen. Extensies invlechten is een werk voor mensen met engelengeduld: oude vlechten afsnijden met een scheermesje, daarna een papje laten trekken op het hoofd, dan nog een wasbeurt en pas dan de extensies invlechten. Daar is men toch al gauw verschillende uren zoet mee. Ik heb verlof en zie het op mijn dooie gemakje gebeuren.

 

Intussen valt er nog een bezoeker met de deur in huis. Een jongen met een houten gereedschapskistje prijst valse nagels aan, en biedt zijn diensten aan om de nagels van “madame” te verzorgen. Een mannelijke schoonheidsspecialist aldus, wel, wel. Na een halfuur bikkelen over de prijs neemt hij Mira’s nagels onder handen. Kleine win-win situaties in dit kleine maar gezellige hokje in de levendige wijk van Bandal. Extensieverkoopster, extensievlechtser, mangoverkoopster, schoonheidsspecialist, kauwgomballenverkoper. JoJo Coiffure is bovendien ook een schoenenwinkel en een klein cafeetje. Schoenen liggen opgestapeld onder de spiegel, zodat de klant – tijdens het vlechten – alvast zijn of haar goesting uitzoekt en de onderhandelingen over de prijs kan opstarten. Twee plastiektafeltjes staan voor de deur, met een parasol tegen de roosterende zon. Terwijl ik wacht drink ik colaatjes en aanschouw het gezellige geharrewar van de cité. De jongens van voetbalclub AC Bandal zitten voor het clubhuis naast JoJo Coiffure, vanuit de protestantse kerk recht tegenover weerklinken psalmgezangen, heupen wiegen, links van JoJo Coiffure is er een eigenaardige ruimte met oude computers en typemachines en worsten aan 1 Euro per stuk.

Spelen met mama's nieuwe extensies.

Spelen met mama’s nieuwe extensies.

Haren laten doen en kijken naar een etalage met glitterschoenen

Haren laten doen en kijken naar een etalage met glitterschoenen

Vrouwtje verkoopt haar mango's

Vrouwtje verkoopt haar mango’s

Allemaal zeer gezellig. Het is een aspect van Kinshasa waar ik erg van houd. Maar het is ook stofferig en de open riool ligt voor de deur. Kin zal voor mij altijd een stad zijn van contrasten. De eerste keer dat ik in JoJo Coiffure kwam was er al twee dagen geen elektriciteit. Deze maal wel, maar ze valt toch weer uit wanneer de duisternis is ingevallen en de laatste extensies moeten ingevlochten worden. Er is even paniek bij Mira, kaarsen bieden soelaas. Niks aan te doen, een dagelijkse realiteit in Congo’s hoofdstad. “Mais on se débrouille”.

 

Kan daar iemand aansprakelijk voor gesteld worden, vraag ik? Politici? De hoofden van Mira, JoJo, de mangoverkoopster en de schoonheidsspecialist schudden unaniem nee. Politici zeggen dat het “vroeger” allemaal nog veel slechter was, toen was er geen elektriciteit, dus de mensen moeten nu niet gaan zaniken. Ik leg uit wat een drama er in België gemaakt wordt rond het feit dat er elektriciteitspannes zouden kunnen plaatsvinden. Wekenlang stonden de kranten daar bol van. Wekenlang hebben mensen zich zorgen gemaakt. Hier in Kin is het dagdagelijkse realiteit, en de mensen leggen zich daarbij neer. Het is het lot, en geen nood, de elektriciteit komt wel weer terug. Intussen lachen we, zitten we, slapen we, dansen we, drinken we. De tijd gaat traag voorbij, maar niemand gaat er dood aan.

Geen electriteit vandaag. Dat komt wel weer terug.

Geen electriteit vandaag. Dat komt wel weer terug.

 

Meer over de Democratische Republiek Congo en Kinshasa? Lees ook mijn recente Congo artikels:

 

4 tips voor een toffe citytrip in… Kinshasa

 

Bijzondere plekken in Bas Congo

 

Een zondagavond met Papa Wemba

Paraguay: onbekend maar (onterecht) onbemind

Posted on april 4, 2015

Paraguay kreeg onlangs wat ruchtbaarheid in Vlaanderen, toen Tom Waes er neerstreek voor zijn serie “Reizen Waes”, uitgezonden door de VRT. Ik kan alleen maar hopen dat meer reizigers kiezen voor dit land, en geef hierbij alvast mijn 10 favoriete tips, in woord en beeld.


1. Bezoek het Campo Maria Private Reserve

 

In een houten uitkijktoren turen naar de meren en bossen om je heen. Dit is het Campo Maria Private Reserve, een gebied met zoute en zoete meren, waarvan een Mennonietencoöperatie eigenaar is. Het ligt in de enorme woestenij van de Chaco in het onherbergzame en nauwelijks bewoonde Noorden van Paraguay. Tientallen zwanen dobberen rond over het kalme water. Een groep witte reigers zit in een boom. Plevieren en eenden zwemmen rond. 50 Chileense flamingo’s staan pal in het ondiepe water. Zoutafzettingen kleuren de oevers wit. Wolken weerspiegelen zich in het rimpelloze meer. We zien pootafdrukken van tapirs, herten en een wilde kat. In het zand liggen twee slangenskeletten te roosteren in de felle zon. ’s avonds slingert een levende ratelslag over de weg. Dit reservaat is toeristisch potentieel, maar nu zijn er geen toeristen. Voor wie dit uniek avontuur wil beleven: neem contact op met Estancia Iparoma en Marylin. Aanrader!

 

P1000835

Campo Maria Reserve vanuit een houten toren. Paraguay.

P1000813

Flamingo’s in Campo Maria Reserve. Paraguay.

Campo Maria Reserve. Paraguay

Campo Maria Reserve. Paraguay


2. Chillen in Concepcion

 

Op de heetste momenten tijdens de namiddag is het siësta in Concepcion. Mensen zitten op een stoeltje voor hun winkeltjes, terere uitwisselend, krantje lezen, oma met krulspelden in het haar. Er rijden nauwelijks auto’s, brommers snorren voorbij, fietsen klingelen en paardenkarren rammelen. Een schriel paard lummelt op zijn dooie akkertje door de straten, kippen scharrelen in het rond en twee flikken liggen te soezen voor de ingang van de bank. In Heladeria Amistad eten locals een ijsje. Heel af en toe doorbreekt een pick up de rust met de typische Cumbia muziek richting strand. Want ja, er is nog een gezellig strandje aan de Rio Paraguay. Vrouwen staan met al hun kleren aan in het water, terere in de ene hand en spartelende jonge ukkies in de andere. Een man leurt met chipas, een calorieatoombom samengesteld uit maïs, maniokbloem, kaas, eieren en varkensvet. Een compilatie van de plaatselijke knuffelrock schalt uit een eigenhandig gebricoleerde disco. Plaatseliijke Ronaldo’s trappen een balletje. Wat een leuk en ontspannen familiesfeertje.

 

P1010125

De kerk van Concepcion, vlak voor een tropische regenbui.

P1010116c

Straatbeeld in Concepcion. Paraguay.

P1010107c

Verkoper van chipa’s. Strandje van Concepcion. Paraguay.

P1010116a

Straatbeeld in Concepcion. Paraguay.

P1010106

Strandcultuur in Concepcion. Paraguay.


3. Verblijf in Estancia Iparoma

 

Marylin is de eigenaar van Estancia Iparoma, een ranch op een paar kilometer buiten de Mennonietenstad van Filadelfia. In de namiddag luieren we in de hangmat. We eten met haar man en nichtje. Wanneer het heetste van de dag voorbij is, voert ze ons met haar jeep rond over haar ranch. Ze heeft 1000 runderen op enorme lappen weiden. Haar ranch herbergt een diversiteit aan fauna en flora. Op een uurtje tijd zagen we twee uilen, drie struisvogels, bonte parkieten, grote aalscholvers, ibissen met een geel hoofd, een reiger met een blauw hoofd en een rode snavel en een specht. Achteraan haar ranch ligt er in een bosje een poel waar regelmatig tapirs op bezoek komen. “A ja, is dat interessant?”, vraagt ze verwonderd. Ik vertel haar dat gidsen er zich voor 100 dollar per dag in het Amazonewoud en de Braziliaanse Pantanal een punthoofd naar zoeken. Marylin kijkt verbaasd. Heerlijk ontoeristisch nog, Paraguay.

 

P1000759

Een uiltje op de ranch van Iparoma. Filadelfia. Paraguay.

P1000777

Een rhea kijkt op. Iparoma Ranch. Filadelfia. Paraguay.


5. Bezoek Filadelfia en omgeving

 

Na acht uur rijden rammelt onze bus Filadelfia binnen, één lange geasfalteerde laan, met vier rijstroken, en stoffige zandwegen die uitlopen op deze centrale laan, avenida Hindenburg geheten, naar de Duitse veldmaarschalk tijdens de eerste wereldoorlog. Centraal in Filadelfia is er een melkproductenfabriek van de plaatselijke Mennonieten kolonie Fernheim, hier en daar een huisje en een koloniaal aandoend gebouwtje met tuin er rond, wat achteraf het museum van de kolonie Fernheim blijkt. De onmiddellijke omgeving rond Filadelfia is de moeite. We verzeilen in een dierentuin in de tuin van een hotel, met hokken waartussen de wasdraden met witte was hingen te drogen. De dieren blijken na een storm verdronken, op uitzondering van 4 poema’s. We rijden over het erf van een Paraguayaans boerengezin en bezoeken één van de vele mennonietenranches. We hobbelen over zandwegen en aanschouwen de wonderen van de Chaco: vol met vogels, ruige natuur, bloeiende cactussen, meertjes, eindeloze savanne, blauwe einder en lange witte slierten wolken.

 

P1000800

Een tuiuiu in de omgeving van Filadelfia.

P1000778

Twee jonge poemaatjes in de “zoo” van Lomo Plata. Paraguay.

P1000867

Het Museum van Filadelfia. Paraguay.

P1000802


6. Chillen in Pilar

 

“Auténtica Perla del Sur” en “Capital de la Cordialidad Paraguaya”: dit is Pilar, een stadje in het Zuidwesten van Paraguay. De straten zijn er omzoomd met netjes geschoren buxussen, ficussen, bloemen en mangobomen. Schilderingen van lokale fauna en flora, van de schepping van de wereld en episodes van Paraguay’s ongenadige oorlogen sieren muren. Standbeelden van schildpadden, papegaaien en reigers fleuren pleinen op. Veel huizen zijn versleten, verf bladdert af, maar ze zijn kleurrijk en hebben stijl. Oude gebouwen als het museum, de bank en de basiliek zouden gerust toeristische trekpleisters kunnen zijn. Het stadje ligt aan het knooppunt van de rivieren “Paraguay” en “Paraná”. Een wirwar van vele kleine stroompjes, riviertjes en beken. We lopen langs het moeras van Neembucu, de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-de-Maagd-van-Pilar weerspiegelt zich in het water. Inwoners varen in kleine houten schuitjes en vissen. Witte reigers doen hetzelfde maar dan efficiënter. Een mooie granieten promenade van anderhalve kilometer lang is in opbouw, met sierlijk meubilair in hout en metaal. Op de heetste momenten tijdens de namiddag gaan Pilar en zijn sympathieke inwoners slapen. Later komen mensen weer naar buiten: ze zitten op een stoeltje voor hun winkeltjes, ze wisselen terere uit, ze lezen de krant, oma’s keuvelen. Auto’s zijn eerder zeldzaam. In de straten snorren vooral brommers rond, en er rinkelen fietsen, en af en toe kraakt een paardenkar voorbij. ’s Avonds zit de jeugd op een bankje te doen wat de jeugd doorgaans doet: drinken, roken, kijken naar anderen, luisteren naar muziek, flirten, kussen, niksen, vervelen.

 

P1000869

Kathedraal van Pilar. Paraguay.

P1000873

7. Taguas zien en ruiken

 

Dat de Paraguayaanse Chaco heel lang een godvergeten gat is geweest, bewijst de geschiedenis van de tagua. Tot 1970 ging men ervan uit dat het beest tienduizenden jaren geleden de pijp aan maarten had gegeven. Tijdens een zoektocht naar fossielen halverwege de jaren zeventig keken verbaasde wetenschappers plots een echte tagua in de ogen. De tagua is zo één van de weinige grote zoogdieren die pas “ontdekt” zijn geworden in de 20ste eeuw. De tagua is een everzwijn met een grijs-bruine pels en een witte collier om de hals en belachelijk smalle pootjes in verhouding tot het lichaam. Grappig zijn de haren van gemiddeld 20 cm die rechtstaan in de nek. De tagua komt alleen voor in de Chaco. Grootschalige veeteelt, stroperij en een gebrek aan overheidsbeleid brachten de soort aan de rand van totale uitroeiing. Mennonieten, die mee aan de basis liggen de grootschalige veeteelt, lieten ook hun goed hart zien en hebben na de ontdekking van de tagua een reservaat voor die beesten opgezet, met fondsen van de San Diego zoo in California. Ik sta in dit reservaat te kijken naar drie taguas die in een halve cirkel naast elkaar afgrijselijke stinkscheten in de atmosfeer blazen. Het is hun natuurlijk verdedigingsmiddel tegen vijanden en homo sapiens is daarbij vijand nummer 1.

 

P1000857

8. Wandelen in Parque Cerro Cora

 

Parque Cerro Corra is een mengeling van ontoegankelijk droog tropisch woud en savanne. De staat beschermt het park al enige decennia, als één van de zeldzame vrijhavens voor de natuur in een land waar ontbossing dramatische vormen heeft aangenomen. Paadjes moet je zelf uitzoeken en brengen de wat benauwde toerist op desolate en vervallen kampplaatsen met graffiti op de muren. Hier en daar rijst een monument op uit het landschap, waaronder de herdenkingsplaats voor één van de grootste gekken uit de Paraguayaanse politieke geschiedenis: Francisco Solano Lopez. Op het grondgebied van het huidige park eindigde één van de meest bloedige oorlogen die Latijns-Amerika heeft gekend: “La Guerra de la Triple Allianza”, verwijzend naar de oorlog van Paraguay tegen een monsterverbond van Brazilië, Argentinië en Uruguay in de jaren 1880. Desondanks was de omgeving van het park mooi en vol van leven. We zagen 24 uur mieren, hard werkende parasolmieren, een grappige wandelende tak, vuurwantsen en een vunzige duizendpoot, een schuw gordeldiertje en een harige vogelspin en vogels om een dozijn ornithologen in delirium te brengen. En dat alles in een heuvelachtig groen landschap met rode wegen!

 

Klein Gorderldier. Parque Cerro Cora. Paraguay.

Klein Gorderldier. Parque Cerro Cora. Paraguay.

P1010155c P1010190 P1010205c

9. Struinen in de hoofdstad Asuncion

 

Het Pantheon steekt in al zijn stralende witheid sterk af tegen de andere gebouwen van Asuncion. Het lijkt symbolisch voor een verheerlijkt verleden om de aandacht van het heden af te wenden. Troosteloze gebinten van onafgewerkte woonblokken staan her en der verspreid, koloniale huizen liggen in verval. Kantoorgebouwen zijn zo grijs als het weer op een druilerige herfstdag in België. En toch heeft Asuncion zijn charmes. Je bent vrij om te doen wat je wil. Er zijn geen Lonely Planet’s of Rough Guides die je zeggen wat je moet gezien hebben, geen brochures met hoogtepunten, geen plattegronden. In Asuncion krijgt een mens de gelegenheid echt kennis te maken met het dagelijkse en gewone leven in een stad, omdat hij nu eenmaal niet van de ene attractie naar de andere wordt gezogen. Van andere steden weet je al wat er te zien en te beleven is. Her en der staat nog wat koloniale architectuur recht, en er zijn ook een paar gezellige groene plazas. De keuken is opvallend multicultureel in Asuncion: eenvoudig lokaal Paraguayaans, Koreaans, Chinees, Italiaans en Libanees. Een aanrader is Confiteria Bolsi, een van de jaren zestig daterend Paraguayaans restaurant.

 

Asuncion tijdens de Kerstdagen

Asuncion tijdens de Kerstdagen

P1000402

10. Loop door de landerijen van Arroyos y Esteros

 

“Schorren en kreken” luidt de vertaling van Arroyos y Esteros. De streek is ook bekend als “de parel van de Cordilleras”, een allusie op feit dat regio heel groen is. Dit is een belangrijke agrarische regio: rijst, tabak en katoen. Maar hét sterproduct is biologische suiker. De Belgische NGO Oxfam Wereldwinkels haalt hier zijn biologische Fair Trade suiker vandaan. Arroyos y Esteros ligt op 66 km van Asuncion en heeft een bevolking van 20.000 zielen. Er zijn overal authentieke boerderijtjes en Arroyos zelf is een parel van een dorpje met een pittoresk pleintje, kleine kleurrijke huisjes en sympathieke mensen die tijdens de siesta nippen aan hun onafscheidelijke terere. Zoals in Pilar en Concepcion draait het leven in Arroyos nog op het ritme van paard en kar.

 

P1000190

Meer over Paraguay? Zie ook mijn andere blogartikels op Reizenginderachter.com:

 

– Parque Nacional Cerro Cora: één van Paraguay’s natuurschatten

 

– Pilar: de authentieke parel van het Zuiden

 

– Kerstdagen in Asuncion

 

– Concepcion

 

– Verhalen uit de Chaco: tagua’s, leeuwen en ratelslagen

4 tips voor een toffe citytrip in… Kinshasa!

Posted on maart 26, 2015

Kinshasa komt weinig positief in het nieuws. En er zijn inderdaad heel wat redenen om Kinshasa te zien als een plek waar je beter niet geboren wordt. Maar Kinshasa is een stad die ook bruist, zingt en danst. Vandaag wil ik Kinshasa laten zien door een roze bril, en ik geef vier tips aan avontuurlijke reizigers die eens echt van het gebaande pas af willen wijken.


Tip 1: Aanschouw hoe Kinois(es) leven en werken

 

Zet je op een plastiekstoel in de Cité, leun achterover tegen een muur, handen in de nek en aanschouw de kleurrijke chaos, het hectische ritme van Kin. En stel dan jouw ogen scherp op de individuele mensen, hoe ze hun plan trekken, welke veerkracht al deze mensen hebben in een megalopolis die weinig vriendelijk is voor hen. Tientallen jongens gooien pakjes papieren zakdoekjes van de Colruyt. Anderen leuren met sigaretten die ze per stuk verkopen, aanstekers, tandenstokers, tandpasta, body lotion, koekjes, zeepjes, balpennen. Sommigen hebben een plastiek emmer met kevertjes en pili pili die ze met een pollepel op de tafel kwakken als snack bij het pintje. Vrouwen lopen met potten op hun hoofd met kolen, bananen en mango’s of zitten daarmee langs de kant van de straat. Bandenherstellers morrelen aan autobanden, mecaniciens vijzen schroot in en uit elkaar, kappers vlechten vals haar door echt. In de straten brengen jongeren landkaarten van Congo aan de man, en plastiek kerstbomen, USB-kabels van Chinese makelij, jonge hondjes, schilderijen met een Vlaams landschap. Ik nestel mij gerieflijk in de zetel van JoJo Coiffure in Bandal, waar men al in geen dagen elektriciteit meer heeft gezien. Het is een va-et-vient van een kauwgomballenverkoper, een knokig vrouwtje met mango’s, een nagelverzorger, een dame die die haarextensies verkoopt voor de deur van de Coiffure. En hoe kleurrijk is alles toch!

 

DSC00269 DSC00264 DSC00569

20141223_153319

20141223_162235

 

Tip 2: Ga je ontspannen aan de “Fleuve”

 

De “Fleuve” (stroom) staat voor de Congorivier, die langs Kinshasa raast. Aan haar oevers komen mensen om zich te ontspannen. En men vindt er een tikkeltje Congolees surrealisme. Neem “Safari Beach”, waar de autobestuurder aan de ingang verwelkomd wordt met een romantische ondergaande zon, papegaaien, palmbomen, een cocktail, bloemen. Het is een luxe oord met zwembad, aangeplante palmbomen, valse bomen en planten, kitscherige kerstverlichting, fonteintjes, twee speedboten, een Go-car. Niet ver van Safari Beach is er “de Tuin van Eden”, een oase van rust met speeltuigen voor kinderen (zeldzaam in Kinshasa!), mogelijkheden om bootje te varen, om een pikante liboke te eten en zoals altijd aan een plastiek tafeltje pinten achter de huig te slaan. Helemaal aan de andere kant van de stad zijn er keien- en zandstrandjes. De plek “Chez Tintin” bijvoorbeeld, die ligt aan een plek met stroomversnellingen van de Fleuve. Families vissen, doen de was, eten en drinken tot de nacht valt. Mensen die op hun paasbest komen paraderen op het strand. Maar je kan ook “informeel” langs de fleuve vertoeven. Iemand komt dan aandraven met plastieken stoelen en een frigobox met pinten. Een minuut later verschijnt er ook een fotograaf met een goede oude polaroid, waaruit de foto direct naar buiten rolt. Nostalgie.

 

DSC00183

Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa

DSC00182

Straatjochie kijkt voor zich uit op het strand van “Chez Tintin”

DSC00176

Jongeren komen zwemmen in de Fleuve. Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa

DSC00174

Een Kinoise doet haar was in de Fleuve. Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa.

DSC00257

Een paneel belooft veel goeds van een “resort” aan de Fleuve, Kinshasa

Jardin d'Eden

Jardin d’Eden


 

Tip 3: Laat je verleiden door “Kin la sorteuse”

 

Kinshasa is bekend om zijn nachtleven. Als de schemer langzaam valt ontbindt Kinshasa – “la ville où on ne dort jamais” – haar duivels. “Kin la Sorteuse”, de koningin van het nachtleven, omarmt dan massa’s Congolezen, aangetrokken door muziek, dans, drank en eten. Ik doe terrasjes in de “hete” wijken van Bon-Marché en Bandal. Sloten Skol, Primus en Nkoyi vloeien, in flessen van 72 cl. De Congolese industrie mag dan al in grote crisis zijn, dat is wel anders voor de grote brouwerijen. Ndombolo, soukous, rumba lingala en kwassa kwassa vibreren door de stoffige straten. TV’s zenden voetbal uitl. Barbecues hullen de straten in rook. De chayeurs, de kleine verkopers leuren met hun waren. Pakje zakdoekjes? Brochetje met sprinkhaan? Kevertjes met pili pili? Balschoenen van voor 5 dollar? Sjacoche van Louis Vuitton? Marchanderen, drinken, dansen, eten, versieren, paraderen, voetbal. Kinshasa leeft, en de terrassen zijn de spil. Naast terrassen kan er ook gedanst worden: tijdens optreden in openluchtbars als Le Grand Libulu en The Tree Bar of op stoffige markten en pleinen in de volkswijken of in de ontelbare “boites de nuits” – de dancings – van Congo’s hoofdstad.

 

 


 

Tip 4: Kijk in de ogen van de Bonobo

 

Hij is in de herfst van zijn leven, haren zijn gevallen, nog slechts een paar plukken rusten onzeker op zijn kruin. De jaren hebben rimpels uit zijn voorhoofd gegraven, en rond zijn neus. Hij is een oude bompa met behoorlijk wat jaren op de teller. Hij kijkt met zijn ogen in die van iemand die verwant is aan hemzelf, die ouder is in jaren en toch in de fleur van zijn leven. Van iemand die zich zorgen maakt over de allereerste grijze haartjes die priemen uit een donkere bos haar, van iemand met dezelfde rimpels als hem. Hij is zo… menselijk. Maar hij is geen mens, wel heel nauw verwant aan de mens, we hebben een gemeenschappelijke voorouder. We zijn in zekere zin familie. En hij kijkt nu in de ogen van een mens, en die mens ben ik. Die blik alleen al, van bonobo tot mens en van mens tot bonobo, maakt een bezoek aan het “Lola ya Bonobo” (“het Paradijs van de Bonobo’s”) tot een mooie belevenis. Het Lola ya Bonobo is een reservaat voor Bonobo’s, opgericht in 1996 door een Belgische, Claudine André, die zich het lot aantrok van deze bedreigde en aan Congo endemische grote aap. Ze redt bonobo’s uit handen van verkopers, van markten, en doet aan bewustmaking. In het bos leven een aantal groepen, ze zien met een zestigtal. Ze zijn in veel opzichten heel menselijk. Kleintjes zonder ouders verblijven bij een menselijke mama, ze kunnen niet zonder die aandacht. Er zijn vier mama’s: Maman Henriette, maman Espérance, maman Micheline en Maman Yvonne. Een vrouw zit in een kooi, ze zit in een houten stoel, drie kleine bonobo’s zitten rond haar.

 

DSC00339 DSC00324

Met Mira en Choupette in Bas Congo

Posted on maart 18, 2015

Als Congo een grote ballon is, dan is de provincie Bas Congo het ventiel: de enige provincie met toegang tot de de Atlantische Oceaan. In januari 2015 reisde ik per 4×4 tien dagen door deze provincie, samen met Mira en Choupette. Ik ontdekte er veel toeristisch potentieel, van oude koloniale gebouwen en monumenten over maagdelijke stranden en watervallen in smaragdgroene wouden. Ik zet negen van mijn persoonlijke ontdekkingen op een rijtje, maar er zijn er nog veel meer.

Bron: Wikipedia

Bas Congo in het rood gemarkeerd. Bron: Wikipedia.

 


1. Hotel Metropole (Matadi)

 

Het oudste hotel van de chaotische havenstad Matadi, ooit het mooiste van Congo. Maar Hotel Metropole is niet meer. Een verlaten receptieruimte, de toog in spiegelglas zonder receptionniste, de bakjes zonder sleutels, de gele postbus zonder brieven, de ruimte zonder geluid. Een paar gedempte zonnestralen priemen door de leegte. Het stof blijft liggen op de vloer, onaangeroerd want er is geen beweging. Mira en ik lopen de krakende trap op, vijf verdiepingen hoog. De kamers, de gangen, de nummers, de liften: ze dienen tot niks meer. Op de bovenste verdieping bevindt zich het restaurant, met een podium waarop een orkest het publiek vermaakte. Het restaurant geeft een panorama op de Congorivier, op de haven van Matadi en de befaamde “Mobutu brug”, de “Golden Gate Bridge” van Congo. Ver onder ons het kabaal van Congo. Geroezemoes en toeters stijgen op, maar ze zijn slechts achtergrond bij de symfonie van de stilte die gespeeld wordt op de zevende verdieping van het ooit zo vermaarde Hotel Metropole.

 

Hotel Métropole, vergane koloniale glorie

Hotel Métropole, vergane koloniale glorie

DSC00613

 


2. Het strand van Tonde (Muanda)

 

In Muanda rolt de Atlantische oceaan zacht het strand op, het water is warm, het zand wit en zacht, de palmbomen wuiven, kleine krabbetjes trippelen hun holletjes in, ’s avonds zakt een rode zon onder in een grijze en gele einder. “Plage Tonde” is een strand dat moeiteloos met de Carraïbische stranden uit de reisbrochures kan concurreren, maar dan maagdelijker, zonder all in resorts of een gordel beton. Plastieken tafeltjes en stoeltjes staan schots en scheef in het zand. ’s Avonds dreunen de Congolese ritmes uit de boksen. Heupen wiegen, billen schudden, borsten draaien, monden drinken, lippen kussen. Een vrouw verkoopt verse gamba’s met chikwanga. Een “beach resort” is Muanda echter niet. Ik zoek gedurende twee uur in de stad naar zonnecrème. Niemand in Muanda dat er al van gehoord heeft, incluis de apotheken. Wanneer Mira haar badpak vergeet in Muanda zullen we later in heel Bas-Congo, incluis grote steden als Matadi en Boma, geen badpak of zwembroek vinden.

 

Plage de Tonde, een paradijselijk strand aan de Atlantische Oceaan

Plage de Tonde, een paradijselijk strand aan de Atlantische Oceaan

DSC00678 DSC00698

3. Het vissersdorpje van Nsiamfuma

 

We rijden van Muanda naar Nsiamfuma, een klein vissersgehucht op een half uur rijden van Muanda. Rijden langs deze weg is reizen door het koloniaal verleden: vele mooie koloniale gebouwen verkommeren. Sommigen zijn overgenomen door Congolezen die onderhoud van een huis minder belangrijk vinden. Ook Mira vindt dat je met geld betere dingen kunt doen dan een huis onderhouden. Kan ik haar tegenspreken? Neen, in een land waar je geld bijeen moet schrapen om de kinderen eten te geven, ga je geen dollars steken in het repareren van een deur of het verven van een muur. Andere koloniale gebouwen worden opgeslorpt door moeder natuur: wortels van bomen wurmen vloeren op, onkruid schiet uit de muren, vogels maken er hun nest. Tussen de hoge grassen staart een standbeeld van een arbeider de leegte in. In Nsiamfuma zelf hangt een scherpe viswalm. Duizenden vissen liggen te drogen op houten tafels onder de zon. We stoppen aan “Camping Sion”. Er is geen kat. Er staan kermisattracties, een podium. Een terrasje geeft uitzicht op het strand en de oceaan. De gerant opent een hek, we kunnen het maagdelijke stand op. Vissers halen hun netten binnen. Paradijselijk. De camping is ondersteund door een NGO. Hamvraag: komen er hier ooit wel eens toeristen langs.

 

Vergane koloniale glorie, vlak voor het binnenrijden van het vissersdorpje Nsiamfuma

Vergane koloniale glorie, vlak voor het binnenrijden van het vissersdorpje Nsiamfuma

DSC00774

Vergane koloniale glorie op de weg tussen Nsiamfuma en Muanda

 


4. Pointe Banana et de “embauchure”

 

Ten Zuiden van Muanda ligt Pointe Banana, vooral bekend om de “embauchure”, de plek waar de enorme watermassa van de Congorivier zich in de Atlantische Oceaan stort. De plek waar de Portugees Diago Cao voor de eerste maal Congo ontdekte, de plek waarlangs Stanley en later vele Belgen Congo binnen kwamen, de enige weg. We rijden langs een weg. Links van ons de Oceaan, rechts van ons mangrovebossen en moerassen. In het beschermde gebied leven veel vogelsoorten en grote zoogdieren zoals nijlpaarden en antilopen. De bedreigde zeekoe is hier de grootste attractie. Links en rechts staan koloniale huizen, vervallen en bewoond door verpauperde Congolezen. Roestige schepen liggen gezonken in de Congo rivier. Een verweesd kanon staat met de loop het gericht op de monding van de Congo. Getuigen van het koloniaal verleden. Mira koopt goedkope gepekelde vis om mee te nemen naar Kinshasa.

 

De embauchure

De embauchure

 


5. Hotel Mangrove (Muanda)

 

De gerant vertelt dat het hotel van oorsprong Belgisch is, en dateert van de tijd dat Congo nog Belgisch was. 600 kamers, 25 villa’s: hotel Mangrove was ooit één en al glorie. Maar het hotel is het slachtoffer van zijn geografische ligging: in Congo, en bovendien gelegen aan het kleine stukje kust dat Congo toegang verschaft tot de Atlantische Oceaan. En gelegen naast een militaire kazerne. In het tumult van de opstand tegen Mobutu roofden die militairen het hotel leeg. De Belgen pakten voor goed hun biezen. Later maakte het hotel deel uit van de kazerne. De militairen waren geen goede gasten: ramen en deuren ontmanteld, muren beklad, tegels vernield, alles wat los zat meegejat. Maar ze hebben het hotel haar waardigheid niet volledig gesloopt. Na wat protest door een bezorgde Mira baan ik mij een weg door hoog opgeschoten gras en onkruid. De tegels kraken onder mijn voeten. De muren zijn intact, de steunbalken, het dak. Op de muren van het toilet staat een grote graffiti, wellicht gemaakt door de militairen die hier jaren huisden : « Je vivrait, je ne mourrait pas parce que le seigneur va me sauver mon âme au séjour de ma mort » Ik loop door het hotel tot het terras aan de achterkant. Daar zie ik iets blauw tussen het hoge gras, het zwembad, met zicht op de Atlantische Oceaan en palmbomen. Op de bovenverdieping piep ik binnen in een aantal kamers met zicht op de oceaan. Een trap leidde vroeger rechtstreeks van het hotel naar het strand.

 

Hotel Mangrove

Hotel Mangrove

DSC00721

Hoofdgebouw van Hotel Mangrove

DSC00671

Vanuit de voormalige tuin van Hotel Mangrove

 


6. Mbuela Lodge (Kisantu)

 

Een standbeeld van de Maagd Maria verwelkomt de bezoeker. Er racen kinderen voorbij op een door een motor aangedreven fiets. Onder platanen met rode en blauwe lampionnen spelen gasten minigolf. Wat verder staat een levensgroot schaakbord in de tuin. Een bijzonder mooi zwembad met panoramisch zicht op de omringende groene heuvels. Groenten en fruit zijn zelf biologisch en komen van het eigen erf, net zoals het vlees (waaronder struisvogels). De plaats is luxueus, maar op zijn Congolees: golfkarren zonder golfterrein, een flatscreen TV die niet werkt, een IPod dock zonder Ipod, een douche zonder warm water, een frigo zonder iets. Maar desondanks een grote aanrader, voor de rust, de stilte, de gezelligheid. De ultieme ontspanning voor de mens die dagelijks Kinshasa trotseert. Choupette springt in het zwembad, Mira rijdt rond met de golfkar.

 

DSC00022

Het zwembad van Mbuela Lodge

DSC00800

 

 


7. De Botanische tuin van Kisantu

 

De botanische tuin van Kisantu is een domein met 12 kilometer wandelpaden. De Belgische jezuïet Gillet richtte de tuin op in 1901. In het park ligt er een vijver met een hoogbejaarde krokodil waarvan de leeftijd, al naargelang wie je spreekt, varieert van 70 tot 200 jaar. Naar verluidt zouden er ook een gorilla en een python geleefd hebben, die zijn nu niet meer terug te vinden. Tussen 2004 en 2008 werd de tuin van Kisantu volledig gerenoveerd, dankzij de steun van de Europese Unie en de Nationale Plantentuin van België. De collectie telt meer dan 3000 lokale en geïntroduceerde soorten. Het herbarium is een van de rijkste en oudste van Congo. Ook het arboretum, het nieuwe orchideeënpaviljoen, de serre met cactussen, de collectie waterplanten zijn de moeite waard.

 

DSC00062

De hoogbejaarde krokodil van de Botanische tuin van Kisantu

 


8. Les chutes de Vampa (Kimpese)

 

Toeristen kunnen hun bagage afgooien in een centrum van de Protestantse kerk, CRAFOD. Vandaar uit is het anderhalf uur stappen naar de watervallen van Vampa, die te vinden zijn in een stuk smaragdgroen woud. De zon perst liters zweet uit mijn poriën. Metershoge gewassen prikken in mijn blote armen en gezicht. Na een uur staan we aan een brug, of beter gezegd: ijzeren draden waarop takken zijn gelegd. We lopen door een sprookjesachtig mangosteenbos. Daarna is het klauteren en kruipen over rotsen om de watervallen te bereiken en groene lagunes.’s Avonds lopen we door pikkedonkere dorpjes terug. Een duister schimmenspel, onderbroken door het licht van gele lokken vuur en witte rijen tandjes en pretoogjes van de kindjes. Ze stormen als een kudde schapen uit elkaar. Achter ons sluit een rood-oranje horizon als een kleurrijk theaterdoek de dag af.

 

DSC00052

Het sprookjesachtige Mangosteenbos op weg naar de watervallen van Vampa

DSC00029

Op weg naar de watervallen van Vampa

Er zijn wel enkele obstakels op weg naar de watervallen van Vampa

Er zijn wel enkele obstakels op weg naar de watervallen van Vampa

 


9. Mbanza Ngungu

 

Mbanza-Ngungu is gebouwd door de Belgen eind 19de eeuw. Het groeide en bloeide dankzij de eerste spoorlijn in Congo. Een titanenwerk waaraan negen jaar gewerkt is, en waaraan tweeduizend mensen zich letterlijk doodgewerkt hebben. We zien de roestige treinstellen en oude koloniale woningen. Op de markt springen lege rekken in het oog. Vlees is er nauwelijks te ratten. Een gevilde koeienkop kijkt schaapachtig van op een houten tafel. Wel aanwezig is zwart gerookte vis. In de modder tussen vuilhopen staan advocaten in smetteloze zwarte toga en zwarte lakschoenen die schitteren als de poolster op een heldere avond in de Sahara. Bijzonder, Mbanza Ngungu.

 

Markt, Mbanza Ngungu

Een vrouwtje verkoopt broden op de markt van Mbanza Ngungu

Curieuze ontmoetingen in het Nyungwe woud (Rwanda)

Posted on februari 6, 2015

Steil bergop gaat het. Ik zit van achter op een motoconcho. Mijn bijna lamme rechterarm ondersteunt 20 kilogram bagage. Mijn linkerhand klemt krampachtig het handvat vast. De motoconcho hoest en proest richting Nyungwe Hill Top View Hotel. Het bouwsel verloochent zijn naam niet: 12 chalets met zicht op het Kivumeer, op de glooiende heuvels met theeplantages én op het Nyungwe woud. Ik ben alweer moederziel alleen. Ik wandel van de receptie naar mijn chalet. Een Afrikaanse zwarte kuifarend kijkt mij van op korte afstand arrogant aan. Even later sta ik met mijn armen gekruist op het balkon van mijn terras. Er zijn mooie plekken en heel mooie plekken op onze aardbol. Deze plek hoort tot de tweede categorie. Slierten mist liggen als zijden sjaals over de theeplantages en de groene kruinen van het Nyungwe woud gedrapeerd. Even met het hoofd 90 graden draaien om het Kivumeer te zien, en de honderden gele vlammetjes van de lantaarns van de vissers die oplichten. Net als in Kibuye stimuleert dit panorama een gevoel van ruimte, stilte en alleen zijn. Die combinatie van gevoelens is zeldzaam voor een Westerse stadsmens en workaholic als ik. s’ Ochtends neem ik ontbijt op het dakterras. De koffie is slecht, het ontbijt bescheiden, het panorama verbluffend. De ultrasympathieke receptioniste Helen vraagt of de nacht niet te koud was. Maakt ze een grapje? Maar Helen is serieus: ik moet voorzorgen treffen, want de temperatuur zou de nacht erop slechts 20 graden bedragen. Ik leg haar uit dat we bij 20 graden in België nog altijd op een terrasje zitten. Ze is niet overtuigd. ’s Avonds lijkt mijn chalet een Finse blokhut: de open haard knettert en ik brand mij bijna aan drie hete waterkruiken in mijn bed.

Theeplantages en op de achtergrond het Nyungwe woud

Theeplantages en op de achtergrond het Nyungwe woud

Ik loop de Isumo trail, met mijn gids David, een relatief korte wandeling van gemiddelde moeilijkheidsgraad. Hij is bioloog en heeft les gegeven. Maar hij vond dat saai en gids betaalt – toch wel spijtig – veel beter als leraar. Wat is het van een mysterieuze schoonheid, dit honderdduizenden jaren oude woud. Een kluwen van bomen, lianen en planten. Een wildernis waar 13 apensoorten hun thuis hebben, meer dan 300 vogelsoorten en een ongeziene bloemenweelde waaronder 154 soorten orchideeën. Hier ontspringen de bronnen die de Nijl en de Congo voeden. Net als alle bossen en wouden kapte en brandde homo sapiens zich een weg door het groen. Maar al relatief vroeg, in de jaren ’80, is men Nyungwe gaan beschermen. Miljoenen mensen hangen immers van dit water af. Nyungwe Nziza is een project dat het toeristisch potentieel van het woud ontsluit. De filosofie is veelbelovend: betrekken van de lokale gemeenschappen zodat ze er zelf inkomsten uit kunnen halen en werk vinden. Zo hebben ze tenminste een aanmoediging om de biodiversiteit van het woud te behouden. De Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking, USAID, zit hier mee achter. Mooi zo, het is eens iets anders dan investeringen in defensie, wapens of bedenkelijke economische maatregelen. Anderzijds denk ik dan: David was leraar, en is nu gids, wellicht omdat hij door Amerikaanse steun beter betaald wordt.

CIMG0135

Na 10 minuten wandelen stopt hij. Bladeren ritselen, takken zwiepen. Zwarte gezichtjes met witte bakkebaarden gapen me vanuit de bomen aan. Ze hebben een mantel van lange witte haren rond de schouders. Eén voor één komen ze de bomen uit. Ze buitelen, tuimelen, springen, rennen. Eén exemplaar daagt mij uit door een paar keer rakelings langs mijn benen te scheren. Wat zijn het speelvogels, deze Angolese franjeapen. Ze zijn met een veertigtal. De leider glijdt uit zijn boom en neemt de groep op sleeptouw. Ze verhuizen over een theeplantage naar een ander deel van het Nyungwe National Forest in Rwanda. En wij lopen mee. Zij kijken wat argwanend naar die grote filmende aap achter hen, ik naar die apen voor mij. Wat een ervaring. We lopen nu langs de theeplantages. Ik zuig de frisse lucht in mijn longen. In de verte zien we chimpansees slingeren in de bomen. We schuiven behoedzaam over het glibberige pad richting het woud. Een fel gele bloem leidt mijn aandacht af, waardoor mijn linkervoet vooruit slipt. Zo komt ik tot een prachtige spreidstand die mijn liezen op de proef stelt. Ik trek met enige moeite mijn linkervoet terug, sta recht, verlies opnieuw het evenwicht en knal met mijn zitvlak tegen de grond. Met pijnlijk staartbeentje, verrokken lies en slijkbroek word ik door het duistere, ruige regenwoud opgeslorpt. Om eerlijk te zijn ben ik geen fan van wandelen in regenwouden. Ik zie ze liever van op afstand. Ik krijg er steeds een lichte vorm van claustrofobie. De bomen staan dicht bij elkaar en ontnemen het zicht. Instinctief vrees ik deze groene hel: ik weet dat er giftige creaturen vliegen, kruipen, sluipen en dat er vuile parasieten schuilen. Ja maar zeggen de reisbrochures dan: die geweldige biodiversiteit, dat is een toeristische troef. Wel sorry, maar om van de biodiversiteit te kunnen genieten, moet je je af en toe wel eens concentreren en dat gaat nu juist moeilijk in de omgeving van een tropisch woud. De vochtigheid ontneemt de adem. De broeierige hitte perst liters zweet uit de poriën. Bovendien probeer je niet uit te glijden over de dikke lagen rottend humus of de sponzige mossen, waardoor je voortdurend naar de eigen voeten kijkt. En de kans om beesten te zien is nihil.

Angolese franje apen, Nyungwe woud

Angolese franje apen, Nyungwe woud

Maar elk regenwoud heeft prachtige verrassingen in petto. Na een uur of twee opent het bos zich en ontvouwt zich een natuurlijk groen amfitheater. In het midden dendert een waterval naar beneden. Het opspattende water zorgt voor een mistige sfeer. In het theater laten zich rode borstels van bloemen bewonderen en orchideeën, bromelia’s, begonia’s, palmbomen en eeuwenoude boomvarens. Lianen hangen als slingers in een kerstboom op en tussen de bomen. Diepe donkere spelonken herbergen duizenden vleermuizen. Een aanrader, Isumo Trail.

%d bloggers liken dit: