Reizen ginderachter

Reisverhalen over plekken met een verleden, scholen, unieke landschappen en onbekende verweggistans

Posts from the “Democratische Republiek Congo” Category

Zoeken naar een kleuterschool in Kinshasa

Posted on augustus 27, 2015

Ik trippel met mijn glimmende zwarte schoenen van Giorgio door de modder en de plassen tot aan de 2de kleuterklas van mijn stiefdochtertje Choupette. Mira en ik kregen zonet een uitleg van Madame la Directrice. Een gezette en uitbundige mama in haar kleurrijke pagne, de kleuterlerares, lijkt ons aan de borst te willen drukken. Mira en ik slaken een zucht van verlichting. We hebben een kleuterschool gevonden die geen gat brandt in de portemonnee, en de mensen zijn op de koop toe nog eens vriendelijk en enthousiast.

 

Waarom die zucht van verlichting? Wel, omdat een goede en betaalbare kleuterschool vinden vergelijkbaar is met het zoeken van een naald in een hooiberg in Congo’s metropool. Choupette rondde vorig jaar de kaap van vier jaar, en dus zochten Mira en ik een kleuterschool. Het eerste probleem dat opdoemde: waar vinden we een kleuterschool? Alvast niet in de buurt waar Mira woonde, nochtans in het hart van Kinshasa. Dus speurden we in de richting van Gombe, niet toevallig de gemeente waar de ambassades en expatgemeenschappen hun stek hebben. Ik dacht spontaan aan de Belgische school, maar verslik mij in mijn coca cola bij het inschrijvingsgeld: 3000 €. Bij ons in den Belgique is kleuteronderwijs gewoon gratis. 3000 €, dat is ook drie keer het jaarsalaris van een benoemd leraar in Congo. De cola blijft een tijdje in mijn maag gisten, wanneer ik de prijzen van andere internationale scholen (uit nieuwsgierigheid) bekijk. De Amerikaanse school spant de kroon: 10.000 dollar inschrijvingsgeld voor een jaar kleuteronderwijs. Bij de Britten en Fransen en anderen is het geen haar beter. En mochten we dat bedrag al van de spaarrekening halen, dan zou er nog geen plaats zijn.

Alleen al aan het aan- en afrijden van die glimmende bakken aan de schoolpoort zie je dat kleuteronderwijs een pure elitebezigheid is. Slechts 4% van de kleuters in Congo volgen onderwijs

Maar geen nood: de boulevard 30 juin en omgeving in Kinshasa huist ook voldoende “Congolese” privé-kleuterscholen. Daar zakken de prijzen van peperduur naar duur. We stappen het secretariaat binnen van een eerste kleuterschool. Een man wijst naar een beduimeld blad papier aan de muur: 1000 dollar inschrijvingsgeld. Een eerste blik in de klassen maakt duidelijk dat mensen met claustrofobie hier niet hun thuis gaan vinden. Wanneer we de tweede kleuterklas bezoeken openen de hemelsluizen zich. De bewaker aan de deur houdt een grote parasol van het naburig terras boven het hoofd van een lokale popster die haar kinderen komt afleveren, netjes met de dikke 4×4. Alleen al aan het aan- en afrijden van die glimmende bakken aan de schoolpoort zie je dat kleuteronderwijs een pure elitebezigheid is. Slechts 4% van de kleuters in Congo volgen onderwijs. En dat is dan in privé kleuterscholen, of de kleuterscholen van de religieuze strekkingen. De staat moeit zich niet met kleuteronderwijs, uitgezonderd een tax die ze heft op de privé-scholen.

 

Met aangeslagen bril piep ik de kleuterklas van het tweede jaar binnen. Ik tel 60 leerlingen en één lerares met het enthousiasme van de gemiddelde beroepsleerling in de les geschiedenis. Ze staart voor zich uit, haar oogleden wegen, maar de krakende donderslagen hoeden de oogleden voor definitieve sluiting. De kleuters zitten in een veel te klein lokaal zonder verse lucht en een hels kabaal. De leerlingen trekken aan elkaars oren, roepen, wenen, lachen, trekken, duwen, slapen. Materiaal is schaars. Tijdens het halfuur dat ik aan de klasdeur sta te schuilen voor de tropische wolkbreuk lijkt de vrouw een stilleven tegen de achtergrond van een kakafonie. Pedagogisch project? Dag Jan. 1000 dollar? Non, merci bien.

 

En na nog enkele bijzonder gelijkaardige avonturen, belanden we ten langen leste in Bienheureuse Anuarite, nabij de Belgische en Franse scholen. Een gezond varken zou met graagte rollebollen in het modderbad, speelplaats genoemd. Maar de directrice lacht vriendelijk. Ze neemt uitgebreid de tijd om Mira en mezelf te woord te staan. Wat later leidt de directrice ons het kleuterklasje binnen. En de Afrikaanse mama steelt onze harten. “Bonjour papa”, zegt ze wanneer ik wat bedeesd mijn hoofd door het gat steek dat toegang verschaft aan een klein maar kleurrijk en gezellig klasje. De kinderen staan recht en heten me ook welkom. “Bonjour papa”, piept het uit de scherpe kinderkeeltjes. 40 leerlingen in een sardienendoosje, met een kleine opening raam genoemd. Zweet gutst uit mijn poriën, mijn ademhaling is zwaar, Mira leunt tegen een muur en blaast. De infrastructuur is rudimentair, materiaal schaars. Maar de dame gesticuleert, babbelt, vraagt, daagt uit. De kinderen zijn enthousiast en aandachtig. Mijn hoed af voor deze bijzondere vrouw.

 

De juffrouw met een paar van haar kleuters in de kleine klas

De juffrouw met een paar van haar kleuters in de kleine klas

 

We schrijven Choupette in. Alles gebeurt met de hand. Geen rekenmachines, laat staan computers. Het inschrijvingsgeld is 325 dollar, cash op de wankele houten tafel te leggen. Met het geld van de ouders betaalt de school het onderwijzend personeel. Maar het inschrijvingsgeld blijkt niet alles. Er zijn “frais de l’état” (10 dollar). Waarvoor? Joost mag het weten, en ook de school weet het niet. En Mira en ik krijgen een lange lijst van schoolmateriaal onder de neus. Dat moeten we bijeen gaan scharrelen in een speciaalzaak in de wijk Marché. Want “Chinese brol” komt er niet in. De “echte” stylo’s, schriften, mappen, potloden stuwen onze rekening naar 200 dollar. Tenslotte komt er nog 25 dollar bij voor administratieve kosten voor de inschrijving. We hoesten aldus 550 dollar op, meer dan vijf keer het maandloon van de vrolijke, immer enthousiaste lerares vooraan de klas.

 

De uitbundige lerares van Choupette helemaal links. De vriendelijke directrice rechts, met Choupette voor haar (in bolletjeskleed)

De uitbundige lerares van Choupette helemaal links. De vriendelijke directrice rechts, met Choupette voor haar (in bolletjeskleed)

 

Privé onderwijs is voor de elite in Kinshasa, en trouwens haast alleen maar in Kinshasa te vinden. Dus om tot de 4% te horen ben je best bemiddeld, en woon je best in de hoofdstad. Dat is het meteen het probleem met privé onderwijs: hoge kosten en vooral in de stad. Zo krijg je alleen de stedelijke elite in de scholen.

 

Maar naast het hoge inschrijvingsgeld staat ook bereikbaarheid van de kleuterscholen een probleem. Ook zo voor onze Choupette. Deze betaalbare school met zijn enthousiast personeel is niet bij de deur. Om tegen 8:00 op school te staan moet onze flinke kleuter uit de veren om 6:00. Na een ijskoude douche (als er water is) en het eten van een sandwich, wandelt ze met haar oudere nicht van thuis naar Kintambo Magasin, het meest chaotische plein op onze aardkluit. Dat neemt een kwartier. Aan de tankstations van Kintambo Magasin starten de collectieve taxi’s die dagelijks tientallen keren de centrale verkeersader van Kinshasa – Boulevard 30 juin – op en afrijden. Daarna volgt een kwartier gewriemel en geduw om een collectieve taxi in te komen. In Congo heerst de wet van de jungle. Schaars zijn de beleefde mensen die prioriteit verlenen aan kleine kinderen of zwangere vrouwen. Wie niet mee wringt, staat met Sint Juttemis nog miljoenen roetpartikels in de longen te zuigen. Daarna volgt een half uur of een uur in de eeuwigdurende ochtendfiles op de nochtans 8 rijbanen rijke Boulevard 30 juin. En helemaal aan het einde is het nog eens een half uur stappen naar school. ’s middags, als het geschel van de schoolbel uitsterft en die eeuwige gele brandbal zijn UV-stralen afschiet op onze dappere kleuter, wandelt ze een half uur terug naar Boulevard 30 juin, om daar in een ellenlage rij te wachten op een taxi. Ze doet het zonder morren, ze klaagt zelfs niet over school. Het is een welgekomen afwisseling voor een kleuter die anders toch maar thuis zit, te staren naar de gedubte versies van Spaanse telenovelas. Ze heeft een klein kartondoosje speelgoed, er zijn geen parken, een paar speeltuinen wel, maar die zijn alweer grof betalend. Chapeau pour ma Choupette.

 

Andere alternatieven zijn er niet: schoolvervoer is onbestaande. Fietsen zijn schaars in Kin, en je zou al rijp zijn voor een gekkenhuis als je met jouw fiets door deze oorlogszone pedaleert. Een individuele taxi is, niet verwonderlijk, peperduur. Het openbaar vervoer bestaat voornamelijk uit de gevreesde Esprits de la mort, de bestelbusjes die met haken en ogen aan elkaar hangen, vaak lichten ontberen en waar mensen vaak aan de buitenkant hangen, zich vastklampend aan deurhendels en raamkozijnen. Dan toch maar de collectieve taxi. Bij navraag op Choupette’s school, blijken alle kinderen aan school afgezet te worden door hun ouders, die behoren tot de weinigen die zich dat kunnen veroorloven. Geen wonder dat 95% van de Congolese kleuters niet in het kleuteronderwijs zit.

 

De school werpt vruchten af: op een paar maanden tijd gaat Choupette haar Frans er met rasse schreden op vooruit. Daar waar het lingala mij een punthoofd bezorgde, kan ik nu met haar in het Frans converseren. Ze begint ook te tellen. Ze maakt vriendjes. Ik hoop ze nu in België klaar te stomen in het 3de jaar kleuteronderwijs voor het lager (inschrijvingsgeld = 0 euro). Laat ons – Belgen / Vlamingen / Franstaligen – bezinnen hoe blij we mogen zijn met ons kosteloos en dichtbijzijnd onderwijs!

DSC01243

Mijn Congolees huwelijk deel 3: het avondfeest

Posted on augustus 20, 2015

De setting is perfect: in open lucht, met mooi gedecoreerde tafels in roze en wit. Palmbomen geven een exotisch gevoel. Vanop de dansvloer kijken we uit op de heuvels van Kin. Een toplocatie. Naar links ligt het huisje met onze “bruidskamer”, inbegrepen in de prijs van de locatie. De bruidskamer, tja, die bleek zonder stromend water te zitten. Bovendien sloot de conciërge ons daar (gewild of ongewild?) op, zonder sleutel, samen met een legertje kakkerlakken.

 

De locatie is perfect!

De locatie is perfect!

 

Maar terug naar het begin. Een avondfeest is bijzonder in Congo, in verschillende opzichten verschillend van wat ik in België gewoon ben. Ten eerste nodigt iedereen zichzelf uit op de trouw. Familieleden van het zevende knoopsgat die Mira “oncle, oncle, oncle” (nonkel van nonkel van nonkel) noemt, of de mensen uit de buurt, ook al kennen die de bruid of bruidegom van haar noch pluimen. Gezien een genodigdenlijst nog steeds tot oneindige discussies leiden, is de oplossing in afschrikking en repressie te vinden. Je plukt een stel politieagenten van de straat met een pistool uit de tijd van Stanley aan de nek en stopt ze 15 dollar toe. Peanuts voor ons, maar zij steken toch maar mooi een kwart van hun maandloon op één avond in hun zakken. Daarvoor willen ze zich wel even een avond heruitvinden als privébewakers.

 

Ten tweede is het huwelijksprotocol tamelijk soepel. We komen vier uur te laat op het feest aan. Even daarvoor viel het licht nog uit in de buurt, waardoor Mira en zus Vicky hun fijne en precieze schminkwerk met behulp van het licht van hun GSM moesten doen. Om 23:00 ’s avonds stappen we de auto uit. We schrijden als een prinsenpaar voort, gevolgd door een wanordelijke stoet joelende vrouwen. Dansen moeten we, direct. De verkoopster van mijn geiten (zie: mariage coutumier), met een indrukwekkend hoofddeksel, trekt ons in elkaars armen. We draaien wat toertjes, het enthousiasme van de vrouwen stijgt naar zenit. We zijn nog niet gaan zitten of Mira’s broer schudt al een aantal rare, maar originele moves uit zijn benen. Een orkestje tovert melodietjes uit de Kasai de avond in. Mira en haar familie zijn van oorsprong van de provincie Kasai. Danseresjes in strooien rokjes drijven de temperatuur op, voor zover dat in Congo nodig is. Want aan de tafels geven sommige mensen al flink van katoen. Al gauw staat er een menigte op de dansvloer. Mira, ik en mijn ma worden de dansvloer opgesleurd. Een rare snuiter met een luipaardenvel en horens op zijn hoofd, de ceremoniemeester naar Kasaiaanse traditie, danst voor mij en Mira. De zanger bromt intussen: “Jan-Mira, Jan-Mira, Jan-Mira”. Volgens de traditie moeten we de man wat Congolese franken op zijn voorhoofd plakken. En vergeet intussen de speeches maar, geen blabla maar boemboem. Het is een hels karwei om de wildste exemplaren weer van de dansvloer te halen voor onze openingsdans. We kiezen voor de bachataversie van Stand By Me, een nogal rustig liedje vergeleken met de uitbundige Ndombolo. Applaus volgt en de DJ steekt weer van wal. Enkel het buffet en een reuzentaart krijgen de Congolezen tijdelijk van de dansvloer.

 

De blijde intrede

De blijde intrede

Danseressen in strooien rokjes dansen op de deuntjes van de Kasai

Danseressen in strooien rokjes dansen op de deuntjes van de Kasai

Gekostumeerde heren schudden dansjes uit de benen

Gekostumeerde heren schudden dansjes uit de benen

Openingsdans: Stand by Me, bachataversie van Prince Royce

Openingsdans: Stand by Me, bachataversie van Prince Royce

Oeps. Geen licht plots, dus schminken met behulp van het licht van de GSM

Oeps. Geen licht plots, dus schminken met behulp van het licht van de GSM

Buffet

Buffet

IMG_0416
De ceremoniemeester volgens Kasaiaanse traditie

De ceremoniemeester volgens Kasaiaanse traditie

 

Ten derde is ook de overhandiging van de trouwcadeaus een aparte belevenis, vergeleken met die van onze contreien. Genodigden komen naar voren, kussen de bruid en geven mij drie kopstoten, een geplogenheid onder Congolese mannen. Dan geven ze hun cadeaus, wat vaak een spectaculair schouwspel is. Bij een eerder huwelijk van Mira’s neef sleurden mensen hele inboedels mee richting het bruidspaar: een televisie, een volledige slaapkamer (met kussens en matrassen op hun hoofd), staande lampen, muurdecoratie en zelfs de lege dozen van al die spullen… Gezien onze toekomst ligt in het Belgenlandje, vroegen we om decoratie en meubilair zo te laten. Een bed of meubilair is nu eenmaal moeilijk om op het vliegtuig te zetten. De kwaliteit van de cadeaus is erg verschillend: een mooi gepersonaliseerd schilderij van mij en mijn nieuwe familie in Kinshasa, maar evengoed een zichtbaar gebruikte koffiekop uit de eigen keukenkast of een enveloppe met ocharme 5 dollar. Ook al iets wat “not done” is bij ons. De laatste kussen zijn nog niet uitgedeeld en de cadeaus niet van het podium, of de eerste billen draaien alweer rond. Ook mijn mooie stiefdochtertje van vier geeft volle gas in haar mooie witte kleedje, heupwiegend en in het ritme alsof ze al sweet sixteen is. We zijn alweer een ervaring rijker in dit leven.

Mijn Congolees huwelijk deel 2: de burgerlijke ceremonie

Posted on augustus 6, 2015

Didier heet de ambtenaar die onze huwelijksadministratie in goede banen moet leiden. Hij zit in zijn kleine hokje met vijf andere ambtenaren. Gaten zitten in het plafond boven Didier. Ik krijg een stoel toegeschoven waarvan de poten los zitten en de rugleuning verdwenen is. Didier is een sympathieke kerel met engelengeduld. Met veel zorg stelt hij ons “projet de mariage” op, de basis van de huwelijksakte. De Belgische ambassade zegt mij een dag later dat de projet de mariage niet volgens de gebruikelijke regels is opgesteld. Mijn volledige naam – incluis alle voornamen – moet vermeld worden. En de eerste letter is een hoofdletter, de rest kleine. De volgende morgen staan we weer bij Didier. Hij herbegint, hij schudt het hoofd en zegt: “pas facile les Belges”, hij lacht, ik lach. Hij schrijft duidelijk, maar in een tempo waar alleen een slak zich goed bij voelt. Halverwege schrijft hij een fout. Hij gaat tipex zoeken op de centrale dienst van de gemeente. In de bureaus is er geen bureaumateriaal omdat het gestolen wordt. Na een kwartier komt hij met het witte potje terug, en verdwijnt daarna nog eens een kwartier om het terug te brengen.

 

Ik krijg ook letterlijk onder de tafel een briefje toegestopt. Ik zie bovenaan “facture” staan. Die blijkt van de burgemeester: een fles whiskey, cola en twee plastieken stoelen “voor de gemeente”. Zo geraakt een gemeente zonder inkomsten aan zijn meubilair in Congo. Daarna volgt een discussie over de prijs voor de ceremonie. Er is de keuze tussen een individueel huwelijk en een collectief. Collectief is veel goedkoper. De burgemeester zegent dan tien koppels tegelijk in. Wij kiezen voor een romantischer individueel huwelijk. Daarna blijkt een individueel huwelijk tussen verschillende nationaliteiten weer duurder dan een “zuiver” Congolees huwelijk. Didier krijgt de toorn van Mira over zich heen en na een halfuurtje over-en-weer gediscussieer zakt de prijs. Congo: het land van de eeuwige onderhandeling.

 

De dag van de ceremonie begeleidt een goed geluimde Didier ons naar een bureautje voor de registratie. Een minder goed geluimd ambtenaar start de discussie op over de factuur voor de burgemeester. Kwartiertje bakkeleien alweer. Ik geef uiteindelijk 20 dollar en één plastiekstoel. We registreren ons. Daarna verplaatsen we ons naar de wachtzaal. Twee vrouwen – de “dienst protocol” – zitten aan een tafeltje. Ook deze dames willen uiteraard hun graantje meepikken. Een laakbare en (voor een Belg als ik) vermoeiende gewoonte maar niet onbegrijpelijk. De mensen worden nauwelijks of niet betaald en moeten ook overleven, incluis hun familie en kinderen. In de zaal zelf wachten we een uurtje omdat de burgemeester aan het lunchen is. Intussen is de oudste broer van Mira in een hoogoplopende discussie verzeild met Didier over de fles whiskey voor de burgemeester. Grappig, vooral als ik zelf niet in de arena sta.

 

In gesprek met Didier

In gesprek met Didier

DSC_4733

 

De burgemeester – in grijs pak met het lint rond de schouder – komt binnen. Iedereen staat recht en we zingen het Congolese volkslied: « Debout Congolais, Unis par le sort, Unis dans l’effort pour l’indépendance, Dressons nos fronts, longtemps courbés Et pour de bon prenons le plus bel élan, dans la paix, O peuple ardent, par le labeur, nous bâtirons un pays plus beau qu’avant, dans la paix.”.

 

Een mooi volkslied, veel mooier, muzikaler en zachter dan de Vlaamse Leeuw of de Brabançonne. De burgemeester knipoogt in mijn richting. Een sympathieke gozer, stel ik met enige opluchting vast. Hij declameert hele paragrafen wetteksten uit zijn hoofd. Hoed af. Maar trop is teveel. Op een bepaald moment vallen mijn oogleden haast dicht, tot het moment hij in mijn ogen kijkt. Hij maant mij half streng half geamuseerd aan niet meer naar andere vrouwen te kijken (“monsieur Jan, vous n’avez plus le droit de regarder une autre femme”) en om mijn rol als gezinshoofd (“père de famille”) op te nemen. Mira van haar kant mag haar oog niet langer laten vallen op andere mannen. En ze is aan haar echtgenoot “eeuwige gehoorzaamheid” verschuldigd. Bij “eeuwige gehoorzaamheid” kijk ik licht geamuseerd vanuit mijn ooghoeken naar Mira. Ze blijft onbewogen, haar blinkende zwarte kijkers gericht op mijnheer de burgervader. “Kinderen baren” is haar laatste echtelijke plicht. Mijn mama vindt de burgemeester streng, of althans strenger “dan bij ons”.

 

Ik houd de gouden ringen in mijn licht bibberende handen. De burgemeester nodigt ons uit voor hem te komen staan en elkaars handen vast te houden. We spreken het magische ja woord uit en schuiven de ringen over elkaars vingers. Ik kus Mira’s volle en prachtige lippen. We omhelzen elkaar onder het portret van de wat stijve Joseph Kabila. Papieren zakdoekjes wapperen, mijn lippen blijken zo rood als die van mijn kersverse vouw. Ik glimlach, krijg een speciaal gevoel van binnen. 41 en dan toch nog getrouwd, ik ben een gelukkig man. We verlaten het pand onder scherp gefluit, luid getoeter, kledders schuim, wolken gouden glittertjes en gejoel. De dienst protocol loodst ons toch nog met een slinks maneuver een bureautje in. Daar zit de burgemeester achter zijn bureau. Of we niks te drinken hebben voor hem? Een fles whiskey bijvoorbeeld? Ik kijk hulpeloos naar mijn vrouw. Mira onderhandelt, hij stelt zich tevreden met een limonade. We nemen afscheid, een belevenis rijker.

 

Allen rond de burgemeester

Allen rond de burgemeester

Tekenen van de huwelijksakte

Tekenen van de huwelijksakte

De kus

De kus

 

We gaan nog op de foto met familie en getuigen voor het fel gekleurde oud-koloniale gemeentehuis van Ngaliema. De bruidsfoto’s nemen we recht tegenover de kazerne van het Congolees leger. Ngaliema is de thuisbasis van het ministerie van landsverdediging en het leger. Mobutu en Kabila “le père” verbleven hier in hun paleis. Ngaliema heeft een geschiedenis van plunderingen en vechten. Vandaag niets van dat alles. Maar de soldaten zijn er wel, soldaten met wapens versus twee geliefden met gouden ringen. Symbool van geweld versus symbool van liefde. Ik word lyrisch.

 

DSC_4813
Familiekiekje

Familiekiekje

DSC_4817 DSC_4819
Met zus Vicky

Met zus Vicky

Met dochtertje Choupette

Met dochtertje Choupette

DSC_4832

Mijn Congolees huwelijk deel 1: mariage coutumier

Posted on juli 30, 2015

In Congo is de eerste stap in het huwelijksproces de “mariage coutumier”, het “gewoontehuwelijk”. Dat is een eeuwenoud en nog steeds populair gebruik in landen ten Zuiden van de Sahara. Een mariage coutumier is een ontmoeting van de families van bruid en bruidegom. De familie van de toekomstige bruidegom vraagt de hand aan de familie van de bruid en overhandigt daarvoor een bruidschat. Hoewel er misbruiken zijn (mensen die er een commerciële transactie van maken en hoge bedragen vragen), gaat het doorgaans om een symbolisch moment waarop de families elkaar beter leren kennen. Wij in België kennen zo’n moment niet. Meestal komen we met ons lief thuis: “voilà, ma of pa, mijn nieuw lief”. Laat staan dat ons ma en pa en een bruidschat gaan betalen. En de band tussen de schoonfamilies is bij ons doorgaans nogal los.

 

De familie van Mira ziet het ritueel ook als een ontmoeting van de twee families. De bruidschat is eerder symbolisch. Een paar weken voor de trouw ontvang ik “de factuur”: twee geiten, een machette, een zak zout, een kookpot, een kostuum, een pagne, 20 liter Congolees bier en 20 liter Congolese wijn, en een enveloppe van een paar honderden dollars. Als de bruid er op eigen initiatief van door gaat, krijg ik dat allemaal terug. Een week voor de mariage coutumier zit ik in de auto met de gigantische kookpot op mijn schoot, waardoor het voor de Congolezen duidelijk is dat ik ga trouwen. “Beauf, beauf” (beau frère, schoonzoon), hoor ik ettelijke malen. Duimen gaan omhoog, tanden worden bloot gelachen. Ik ben nu één van hen.

2015-06-20 11.22.52

Met één van mijn geiten

IMG_0153

Jean en Mira onderhandelen over mijn kookpot

De avond zelf hotsen we met onze karavaan over niet-geasfalteerde en met diepe putten bezaaide wegen van Kinshasa. Ik met mijn ma en onze betrouwbare chauffeur Jean in de eerste jeep. Achter mij waggelt de jeep met mijn wijze zegsman Robert, gevolgd door een aftands wrak van een bus met mijn bruidsschat waaronder de twee geiten. Robert is een Congolese collega van mij die mijn familie vertegenwoordigt. Hij brengt twee vrienden mee die van dezelfde stam zijn als die van Mira. Een voordeel, want zijn kennen heel goed de gebruiken van de stam. Mijn rol is makkelijk: zwijgen. Mijn familie praat voor mij. Naar goede Congolese gewoonte zijn we een paar uur te laat, en vlak voor we arriveren valt de elektriciteit uit. Na een uurtje is dat gefikst en stap ik uit. Een paar tientallen joelende vrouwen staan in het deurgat en komen op me af. Ze gooien kleurrijke pagnes aan mijn voeten, ten teken dat ik welkom ben. Vrouwen dansen, roepen in het Lingala, ik begrijp niks maar ben onder de indruk.

 

Binnen verwelkomt de oudste broer van Mira ons, met aan zijn zijde de grootmoeder en de oudste zus. De broer valt met de deur in huis en vraagt met uitgestreken gezicht wat we in zijn huis komen doen. Robert legt eerst een bedankingsverklaring af en stelt dat hij voor mij de hand komt vragen van de dochter des huizes. Prompt paraderen een aantal schoonheden uit de familie aan mij voorbij. Daar ben ik al op voorbereid. Ik weiger ze één voor één, volgens de coutume. Mira is een ander paar mouwen, die woont zogezegd nog in de geboortestreek van de familie, Kasaï-Oriental. “We moeten haar met het vliegtuig gaan halen”. Dus een vliegticket is aangewezen, 1000 dollar. Of ik dat even op tafel kan leggen? Een bilateraal gesprek tussen Robert en de familie drukt de prijs naar 100 dollar. Ik geef uiteindelijk 25 dollar, het is een spel. Een tante van Mira steekt de 25 dollar in de lucht. Joelende vrouwen gaan op zoek naar de bruid in “Kasaï” en komen een minuut later met haar het huis binnen. We staan beiden licht gestresseerd te kijken. We overlopen nu de factuur. Even slaat mijn hart over wanneer de das wat te diep in een mouw zit en niet direct teruggevonden wordt. Als er iets ontbreekt op de factuur, kunnen de onderhandelingen namelijk van vooraf aan beginnen. Maar mijn aankopen zijn compleet. Mira geeft mij te drinken, ik geef haar te drinken. Een omhelzing, een kus, de zegen van broer, applaus, gejoel, en klaar is kees. We eten. Tantes, nichten en zussen hebben een buffet bij elkaar gekookt voor de families: makemba (bakbananen), pundu (maniok), complete vis, kip, fufu (maisbrij) en jawel, frieten. We zeggen iedereen gedag. Daarna rijden we de donkere nacht in. De dag erna wordt een zware dag.

DSC_4602

Grootmoeder van de familie rechts

Oudste broer als voorzitter van de vergadering geflankeerd door grootmoeder

Oudste broer als voorzitter van de vergadering geflankeerd door grootmoeder

IMG_0248

Congolees buffet!

IMG_0197

Mijn bruid en huidige vrouw Mira

DSC_4644

Overhandiging van de wijn als deel van de bruidschat

IMG_0178

Onderhandeling over het “vliegtuigticket”

IMG_0224 (2)

De gezondheidsperikelen van Santos en Choupette

Posted on mei 15, 2015

Het noodlot slaat toe voor twee energieke kleuters  

 

Maak kennis met Santos en Choupette. Santos is een 5-jarige knul die woont in Guatemala en net zoals half Latijns-Amerika gek van voetbal, met Messi en Maradona als voorbeeld. De 4-jarige Choupette speelt met haar poppen in het hart van het Afrikaanse continent, in de Democratische Republiek Congo. Een paar maanden geleden slaat voor beiden het noodlot toe.  

 

Tijdens een partijtje voetbal op een van de improvisoire voetbalvelden, komt Santos ten val op zijn linkerarmpje. Zijn ouders gaan met hem naar een lokale gezondheidspost. Het personeel bekijkt Santos amper en stuurt hem huiswaarts met een windeltje, zonder deftig onderzoek, zelfs geen röntgenfoto. Enkele dagen later is zijn armpje gespannen, gezwollen en knalrood. Choupette maakt 40 graden koorts. Mama Mira bezoekt zoals de mama van Santos een lokale gezondheidspost in Kinshasa. De diagnose luidt: malaria én buiktyfus. Onbehandeld kunnen beide ziektes een fatale afloop hebben, en de combinatie is problematisch. Choupette krijgt antibioticakuren voorgeschreven. Mira haalt de medicijnen af in de apotheek. Mira heeft direct gedaan wat ze moest en kon doen als mama: naar het ziekenhuis, medicijnen afhalen, zorg dragen, bezorgd zijn. Maar Mira en ik vinden die diagnose van tyfus raar, ze heeft immers geen problemen met de stoelgang. We kennen de horrorverhalen over de ziekenhuizen in Congo goed: onbetaald, ongeschoold en ongemotiveerd personeel en een schrijnend gebrek aan materiaal en laboratoria.  

 

De prijzige zoektocht naar een oplossing  

 

De situatie van Santos is zo slecht dat hij uiteindelijk terechtkomt op de spoedgevallendienst in Antigua, de grootste stad in de buurt van zijn dorp. Het is ook de plek waar Jolan stage loopt. De diagnose hier is: serieus gebroken. Door de ontsteking rond de breuk, zwellen ook de weke delen en snoeren deze een deel van de doorbloeding af. Spierweefsels en pezen beginnen af te sterven. Hij krijgt er een longontsteking bovenop. Hij moet beademd worden, maar er zijn niet genoeg beademingsmachines. Tot er eentje vrijkomt beademen stagiairs de kleine man manueel. Er zijn intussen twee oplossingen voor het armpje: (1) een gespecialiseerde machine om een wonde vacuüm te zuigen of (2) sessies in een hyperbare zuurstofkamer. Over die eerste machine beschikken ze niet in Guatemala, en die zou veel te prijzig zijn voor de straatarme ouders van Santos.

Het zijn medisch gezien totaal verschillende zaken, maar in de grond is de situatie voor Choupette dezelfde als die voor Santos: bij gebrek aan middelen om analyses te doen, diagnosticeert men oppervlakkig, eigenlijk giswerk.

De zuurstofkamer is enkel beschikbaar in de hoofdstad. Jolan en een aantal artsen leggen samen een pot voor een aantal sessies in die zuurstofkamer. Helaas is ook transport geen eenvoudige zaak. Naar het ziekenhuis in de hoofdstad gaat eenmaal per dag een ambulance om mensen te brengen die een consultatie ginds nodig hebben. Helaas kan Santos er met zijn zuurstoffles en extra ondersteuning niet meer bij! Na enkele weken is de kracht in zijn hand verdwenen en de bloeddoorstroming bijna afwezig. Enige oplossing nog: amputatie. Een gewoon kind van vijf jaar dat gevallen is tijdens het voetballen en door tekortkomingen in de gezondheidszorg zijn armpje heeft verloren. De trieste realiteit is dat het een zwaar leven zal worden voor hem. Een land zonder echte sociale zekerheid, zonder hulp voor protheses en orthesen.

 

11253879_888836374488626_1702610411_n

Santos verliest er zijn lach niet bij

Choupette woont wel in de hoofdstad, in Kinshasa, in tegenstelling tot Santos. Mira en ik beslissen om een grondig onderzoek te laten doen in een gereputeerd maar peperduur privé-ziekenhuis. Choupette krijgt nu een ernstig onderzoek, met laboratoriumtests. Neen, geen sprake van tyfus, zegt de dokter! De antibioticakuur wordt stopgezet. De dokter zegt dat ziekenhuizen in de Cité geen middelen hebben om aan onderzoek te doen, privé noch publiek. Ze diagnosticeren dus op basis van symptomen die ze vaststellen. Koorts? OK, dat kan wijzen op malaria, eventueel ook op tyfus of griep. Gaat ze vaak naar het toilet, madame? Ja, OK, buiktyfus dan. Hoofdpijn en koorts? Dan heeft ze misschien ook griep of malaria. Laat ons maar meteen antibioticakuren voorschrijven voor alle ziektes. Het zijn medisch gezien totaal verschillende zaken, maar in de grond is de situatie voor Choupette dezelfde als die voor Santos: bij gebrek aan middelen om analyses te doen, diagnosticeert men oppervlakkig, eigenlijk giswerk. Malaria wordt wel bevestigd. Maar de medicijnen die Choupette heeft gekregen in de andere kliniek blijken valse Chinese medicijnen. Ik richt mijn ogen naar de hemel. De dokter haalt zijn schouders op: “c’est toujours comme ça dans la Cité”. De valse medicijnen vliegen de vuilbak in. Ze krijgt een voorschrift voor betrouwbare maar peperdure Europese medicijnen.  

 

Slachtoffers van een gebrek aan toegang tot gezondheidszorg  

 

Choupette en Santos zijn twee kleuters die het slachtoffer zijn van een gebrek aan toegang tot kwaliteitsvolle ziekenzorg. De buurtziekenhuizen waar ze terecht kwamen, gooiden er met hun pet naar. Choupette is fout gediagnosticeerd. Santos is gewoon niet gediagnosticeerd. De goede diagnose voor Choupette heeft het vijfvoud gekost van de twee slechte. De factuur zou een gat branden in iedere gemiddelde Belgische portemonnee, laat staan in het geldbeugeltje van de doorsnee Congolees: 500 dollar voor twee doktersvisites, een paar testen, antibiotica en medicijnen tegen malaria en verkoudheid en vitaminenpreparaten. En dat in een land waar het gemiddeld bruto jaarinkomen per hoofd ligt op 230 dollar per jaar. Voor Santos hebben dokters en Jolan samen gelegd. Maar greep op een eerste slechte diagnose en transport hebben ze niet.   Kortom, in ons land kunnen we makkelijk zeggen: geld maakt niet gelukkig, maar in landen als DRC en Guatemala beslist geld wel over leven of dood. Choupette is intussen weer gezond. 200 kinderen per dag (die overlijden aan malaria in DRC) hebben dat geluk niet in de Democratische Republiek Congo. En Santos heeft “half” geluk, hij leeft, maar is verminkt voor het leven. Wraakroepend.

DSC00844 DSC00831

Met Mira bij de kapper in Kinshasa

Posted on april 11, 2015

Ik zit in de stoel en kijk in de spiegel van JoJo Coiffure in de wijk Bandal. De coiffeuse vlecht valse haren in het korte echte haar van Mira. Dit zijn zogenaamde extensies, en geen pruiken. JoJo Coiffure is gespecialiseerd in extensies. Braziliaanse extensies zijn de crème de la crème. Volgens de uitleg in het salon zijn extensies goedkoper dan het eigen haar laten verzorgen en knippen. Gezien echte kapsalons dun bezaaid zijn in Congo’s metropool pieken hun prijzen.

 

Let op, aan kleine informele kappersstalletjes geen gebrek in Kin. Daar kan je de kruin kaal laten scheren tegen een prikje. Improvisatie is het ordewoord: even een spiegeltje ophangen aan een tak van een boom of een golfplaat van een krakkemikkig huisje, een gammele plastiekstoel neerpoten, of een emmer om op te zitten. En dan nog een scheermes op de kop tikken en je bent klaar om de arbeidsmarkt te betreden. De Kinois(es) spreken dan van “se débrouiller”, uw plan trekken, en iedereen vindt wel iets uit om aan wat centen te geraken in een stad zonder formeel werk. Hier in JoJo Coiffure zie je hoe dat in zijn werk gaat. JoJo coiffure werkt samen met een andere vrouw, die een houten stalletje posteert voor de ingang van JoJo Coiffure. Die mevrouw verkoopt extensies. Ze hangen bij bosjes aan een stok, in de vorm van paardenvlechten, van bruin over zwart tot acajou. De klant koopt, mevrouw verdient, JoJo vlecht ze in, JoJo verdient: een “win-win situatie” aldus.

Het stalletje met extensies voor JoJo Coiffure

Het stalletje met extensies voor JoJo Coiffure

Een gerimpeld mevrouwtje schuifelt binnen met mango’s. Ze schudt er een snuifje “piment” op. Drie mango’s voor een paar tientallen eurocenten. Naast JoJo Coiffure hangt een verkoper onderuit achter zijn stalletje met sigaretten per stuk en kauwgomballen. We betalen een halve euro voor twintig kauwgomballen. Extensies invlechten is een werk voor mensen met engelengeduld: oude vlechten afsnijden met een scheermesje, daarna een papje laten trekken op het hoofd, dan nog een wasbeurt en pas dan de extensies invlechten. Daar is men toch al gauw verschillende uren zoet mee. Ik heb verlof en zie het op mijn dooie gemakje gebeuren.

 

Intussen valt er nog een bezoeker met de deur in huis. Een jongen met een houten gereedschapskistje prijst valse nagels aan, en biedt zijn diensten aan om de nagels van “madame” te verzorgen. Een mannelijke schoonheidsspecialist aldus, wel, wel. Na een halfuur bikkelen over de prijs neemt hij Mira’s nagels onder handen. Kleine win-win situaties in dit kleine maar gezellige hokje in de levendige wijk van Bandal. Extensieverkoopster, extensievlechtser, mangoverkoopster, schoonheidsspecialist, kauwgomballenverkoper. JoJo Coiffure is bovendien ook een schoenenwinkel en een klein cafeetje. Schoenen liggen opgestapeld onder de spiegel, zodat de klant – tijdens het vlechten – alvast zijn of haar goesting uitzoekt en de onderhandelingen over de prijs kan opstarten. Twee plastiektafeltjes staan voor de deur, met een parasol tegen de roosterende zon. Terwijl ik wacht drink ik colaatjes en aanschouw het gezellige geharrewar van de cité. De jongens van voetbalclub AC Bandal zitten voor het clubhuis naast JoJo Coiffure, vanuit de protestantse kerk recht tegenover weerklinken psalmgezangen, heupen wiegen, links van JoJo Coiffure is er een eigenaardige ruimte met oude computers en typemachines en worsten aan 1 Euro per stuk.

Spelen met mama's nieuwe extensies.

Spelen met mama’s nieuwe extensies.

Haren laten doen en kijken naar een etalage met glitterschoenen

Haren laten doen en kijken naar een etalage met glitterschoenen

Vrouwtje verkoopt haar mango's

Vrouwtje verkoopt haar mango’s

Allemaal zeer gezellig. Het is een aspect van Kinshasa waar ik erg van houd. Maar het is ook stofferig en de open riool ligt voor de deur. Kin zal voor mij altijd een stad zijn van contrasten. De eerste keer dat ik in JoJo Coiffure kwam was er al twee dagen geen elektriciteit. Deze maal wel, maar ze valt toch weer uit wanneer de duisternis is ingevallen en de laatste extensies moeten ingevlochten worden. Er is even paniek bij Mira, kaarsen bieden soelaas. Niks aan te doen, een dagelijkse realiteit in Congo’s hoofdstad. “Mais on se débrouille”.

 

Kan daar iemand aansprakelijk voor gesteld worden, vraag ik? Politici? De hoofden van Mira, JoJo, de mangoverkoopster en de schoonheidsspecialist schudden unaniem nee. Politici zeggen dat het “vroeger” allemaal nog veel slechter was, toen was er geen elektriciteit, dus de mensen moeten nu niet gaan zaniken. Ik leg uit wat een drama er in België gemaakt wordt rond het feit dat er elektriciteitspannes zouden kunnen plaatsvinden. Wekenlang stonden de kranten daar bol van. Wekenlang hebben mensen zich zorgen gemaakt. Hier in Kin is het dagdagelijkse realiteit, en de mensen leggen zich daarbij neer. Het is het lot, en geen nood, de elektriciteit komt wel weer terug. Intussen lachen we, zitten we, slapen we, dansen we, drinken we. De tijd gaat traag voorbij, maar niemand gaat er dood aan.

Geen electriteit vandaag. Dat komt wel weer terug.

Geen electriteit vandaag. Dat komt wel weer terug.

 

Meer over de Democratische Republiek Congo en Kinshasa? Lees ook mijn recente Congo artikels:

 

4 tips voor een toffe citytrip in… Kinshasa

 

Bijzondere plekken in Bas Congo

 

Een zondagavond met Papa Wemba

4 tips voor een toffe citytrip in… Kinshasa!

Posted on maart 26, 2015

Kinshasa komt weinig positief in het nieuws. En er zijn inderdaad heel wat redenen om Kinshasa te zien als een plek waar je beter niet geboren wordt. Maar Kinshasa is een stad die ook bruist, zingt en danst. Vandaag wil ik Kinshasa laten zien door een roze bril, en ik geef vier tips aan avontuurlijke reizigers die eens echt van het gebaande pas af willen wijken.


Tip 1: Aanschouw hoe Kinois(es) leven en werken

 

Zet je op een plastiekstoel in de Cité, leun achterover tegen een muur, handen in de nek en aanschouw de kleurrijke chaos, het hectische ritme van Kin. En stel dan jouw ogen scherp op de individuele mensen, hoe ze hun plan trekken, welke veerkracht al deze mensen hebben in een megalopolis die weinig vriendelijk is voor hen. Tientallen jongens gooien pakjes papieren zakdoekjes van de Colruyt. Anderen leuren met sigaretten die ze per stuk verkopen, aanstekers, tandenstokers, tandpasta, body lotion, koekjes, zeepjes, balpennen. Sommigen hebben een plastiek emmer met kevertjes en pili pili die ze met een pollepel op de tafel kwakken als snack bij het pintje. Vrouwen lopen met potten op hun hoofd met kolen, bananen en mango’s of zitten daarmee langs de kant van de straat. Bandenherstellers morrelen aan autobanden, mecaniciens vijzen schroot in en uit elkaar, kappers vlechten vals haar door echt. In de straten brengen jongeren landkaarten van Congo aan de man, en plastiek kerstbomen, USB-kabels van Chinese makelij, jonge hondjes, schilderijen met een Vlaams landschap. Ik nestel mij gerieflijk in de zetel van JoJo Coiffure in Bandal, waar men al in geen dagen elektriciteit meer heeft gezien. Het is een va-et-vient van een kauwgomballenverkoper, een knokig vrouwtje met mango’s, een nagelverzorger, een dame die die haarextensies verkoopt voor de deur van de Coiffure. En hoe kleurrijk is alles toch!

 

DSC00269 DSC00264 DSC00569

20141223_153319

20141223_162235

 

Tip 2: Ga je ontspannen aan de “Fleuve”

 

De “Fleuve” (stroom) staat voor de Congorivier, die langs Kinshasa raast. Aan haar oevers komen mensen om zich te ontspannen. En men vindt er een tikkeltje Congolees surrealisme. Neem “Safari Beach”, waar de autobestuurder aan de ingang verwelkomd wordt met een romantische ondergaande zon, papegaaien, palmbomen, een cocktail, bloemen. Het is een luxe oord met zwembad, aangeplante palmbomen, valse bomen en planten, kitscherige kerstverlichting, fonteintjes, twee speedboten, een Go-car. Niet ver van Safari Beach is er “de Tuin van Eden”, een oase van rust met speeltuigen voor kinderen (zeldzaam in Kinshasa!), mogelijkheden om bootje te varen, om een pikante liboke te eten en zoals altijd aan een plastiek tafeltje pinten achter de huig te slaan. Helemaal aan de andere kant van de stad zijn er keien- en zandstrandjes. De plek “Chez Tintin” bijvoorbeeld, die ligt aan een plek met stroomversnellingen van de Fleuve. Families vissen, doen de was, eten en drinken tot de nacht valt. Mensen die op hun paasbest komen paraderen op het strand. Maar je kan ook “informeel” langs de fleuve vertoeven. Iemand komt dan aandraven met plastieken stoelen en een frigobox met pinten. Een minuut later verschijnt er ook een fotograaf met een goede oude polaroid, waaruit de foto direct naar buiten rolt. Nostalgie.

 

DSC00183

Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa

DSC00182

Straatjochie kijkt voor zich uit op het strand van “Chez Tintin”

DSC00176

Jongeren komen zwemmen in de Fleuve. Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa

DSC00174

Een Kinoise doet haar was in de Fleuve. Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa.

DSC00257

Een paneel belooft veel goeds van een “resort” aan de Fleuve, Kinshasa

Jardin d'Eden

Jardin d’Eden


 

Tip 3: Laat je verleiden door “Kin la sorteuse”

 

Kinshasa is bekend om zijn nachtleven. Als de schemer langzaam valt ontbindt Kinshasa – “la ville où on ne dort jamais” – haar duivels. “Kin la Sorteuse”, de koningin van het nachtleven, omarmt dan massa’s Congolezen, aangetrokken door muziek, dans, drank en eten. Ik doe terrasjes in de “hete” wijken van Bon-Marché en Bandal. Sloten Skol, Primus en Nkoyi vloeien, in flessen van 72 cl. De Congolese industrie mag dan al in grote crisis zijn, dat is wel anders voor de grote brouwerijen. Ndombolo, soukous, rumba lingala en kwassa kwassa vibreren door de stoffige straten. TV’s zenden voetbal uitl. Barbecues hullen de straten in rook. De chayeurs, de kleine verkopers leuren met hun waren. Pakje zakdoekjes? Brochetje met sprinkhaan? Kevertjes met pili pili? Balschoenen van voor 5 dollar? Sjacoche van Louis Vuitton? Marchanderen, drinken, dansen, eten, versieren, paraderen, voetbal. Kinshasa leeft, en de terrassen zijn de spil. Naast terrassen kan er ook gedanst worden: tijdens optreden in openluchtbars als Le Grand Libulu en The Tree Bar of op stoffige markten en pleinen in de volkswijken of in de ontelbare “boites de nuits” – de dancings – van Congo’s hoofdstad.

 

 


 

Tip 4: Kijk in de ogen van de Bonobo

 

Hij is in de herfst van zijn leven, haren zijn gevallen, nog slechts een paar plukken rusten onzeker op zijn kruin. De jaren hebben rimpels uit zijn voorhoofd gegraven, en rond zijn neus. Hij is een oude bompa met behoorlijk wat jaren op de teller. Hij kijkt met zijn ogen in die van iemand die verwant is aan hemzelf, die ouder is in jaren en toch in de fleur van zijn leven. Van iemand die zich zorgen maakt over de allereerste grijze haartjes die priemen uit een donkere bos haar, van iemand met dezelfde rimpels als hem. Hij is zo… menselijk. Maar hij is geen mens, wel heel nauw verwant aan de mens, we hebben een gemeenschappelijke voorouder. We zijn in zekere zin familie. En hij kijkt nu in de ogen van een mens, en die mens ben ik. Die blik alleen al, van bonobo tot mens en van mens tot bonobo, maakt een bezoek aan het “Lola ya Bonobo” (“het Paradijs van de Bonobo’s”) tot een mooie belevenis. Het Lola ya Bonobo is een reservaat voor Bonobo’s, opgericht in 1996 door een Belgische, Claudine André, die zich het lot aantrok van deze bedreigde en aan Congo endemische grote aap. Ze redt bonobo’s uit handen van verkopers, van markten, en doet aan bewustmaking. In het bos leven een aantal groepen, ze zien met een zestigtal. Ze zijn in veel opzichten heel menselijk. Kleintjes zonder ouders verblijven bij een menselijke mama, ze kunnen niet zonder die aandacht. Er zijn vier mama’s: Maman Henriette, maman Espérance, maman Micheline en Maman Yvonne. Een vrouw zit in een kooi, ze zit in een houten stoel, drie kleine bonobo’s zitten rond haar.

 

DSC00339 DSC00324

Met Mira en Choupette in Bas Congo

Posted on maart 18, 2015

Als Congo een grote ballon is, dan is de provincie Bas Congo het ventiel: de enige provincie met toegang tot de de Atlantische Oceaan. In januari 2015 reisde ik per 4×4 tien dagen door deze provincie, samen met Mira en Choupette. Ik ontdekte er veel toeristisch potentieel, van oude koloniale gebouwen en monumenten over maagdelijke stranden en watervallen in smaragdgroene wouden. Ik zet negen van mijn persoonlijke ontdekkingen op een rijtje, maar er zijn er nog veel meer.

Bron: Wikipedia

Bas Congo in het rood gemarkeerd. Bron: Wikipedia.

 


1. Hotel Metropole (Matadi)

 

Het oudste hotel van de chaotische havenstad Matadi, ooit het mooiste van Congo. Maar Hotel Metropole is niet meer. Een verlaten receptieruimte, de toog in spiegelglas zonder receptionniste, de bakjes zonder sleutels, de gele postbus zonder brieven, de ruimte zonder geluid. Een paar gedempte zonnestralen priemen door de leegte. Het stof blijft liggen op de vloer, onaangeroerd want er is geen beweging. Mira en ik lopen de krakende trap op, vijf verdiepingen hoog. De kamers, de gangen, de nummers, de liften: ze dienen tot niks meer. Op de bovenste verdieping bevindt zich het restaurant, met een podium waarop een orkest het publiek vermaakte. Het restaurant geeft een panorama op de Congorivier, op de haven van Matadi en de befaamde “Mobutu brug”, de “Golden Gate Bridge” van Congo. Ver onder ons het kabaal van Congo. Geroezemoes en toeters stijgen op, maar ze zijn slechts achtergrond bij de symfonie van de stilte die gespeeld wordt op de zevende verdieping van het ooit zo vermaarde Hotel Metropole.

 

Hotel Métropole, vergane koloniale glorie

Hotel Métropole, vergane koloniale glorie

DSC00613

 


2. Het strand van Tonde (Muanda)

 

In Muanda rolt de Atlantische oceaan zacht het strand op, het water is warm, het zand wit en zacht, de palmbomen wuiven, kleine krabbetjes trippelen hun holletjes in, ’s avonds zakt een rode zon onder in een grijze en gele einder. “Plage Tonde” is een strand dat moeiteloos met de Carraïbische stranden uit de reisbrochures kan concurreren, maar dan maagdelijker, zonder all in resorts of een gordel beton. Plastieken tafeltjes en stoeltjes staan schots en scheef in het zand. ’s Avonds dreunen de Congolese ritmes uit de boksen. Heupen wiegen, billen schudden, borsten draaien, monden drinken, lippen kussen. Een vrouw verkoopt verse gamba’s met chikwanga. Een “beach resort” is Muanda echter niet. Ik zoek gedurende twee uur in de stad naar zonnecrème. Niemand in Muanda dat er al van gehoord heeft, incluis de apotheken. Wanneer Mira haar badpak vergeet in Muanda zullen we later in heel Bas-Congo, incluis grote steden als Matadi en Boma, geen badpak of zwembroek vinden.

 

Plage de Tonde, een paradijselijk strand aan de Atlantische Oceaan

Plage de Tonde, een paradijselijk strand aan de Atlantische Oceaan

DSC00678 DSC00698

3. Het vissersdorpje van Nsiamfuma

 

We rijden van Muanda naar Nsiamfuma, een klein vissersgehucht op een half uur rijden van Muanda. Rijden langs deze weg is reizen door het koloniaal verleden: vele mooie koloniale gebouwen verkommeren. Sommigen zijn overgenomen door Congolezen die onderhoud van een huis minder belangrijk vinden. Ook Mira vindt dat je met geld betere dingen kunt doen dan een huis onderhouden. Kan ik haar tegenspreken? Neen, in een land waar je geld bijeen moet schrapen om de kinderen eten te geven, ga je geen dollars steken in het repareren van een deur of het verven van een muur. Andere koloniale gebouwen worden opgeslorpt door moeder natuur: wortels van bomen wurmen vloeren op, onkruid schiet uit de muren, vogels maken er hun nest. Tussen de hoge grassen staart een standbeeld van een arbeider de leegte in. In Nsiamfuma zelf hangt een scherpe viswalm. Duizenden vissen liggen te drogen op houten tafels onder de zon. We stoppen aan “Camping Sion”. Er is geen kat. Er staan kermisattracties, een podium. Een terrasje geeft uitzicht op het strand en de oceaan. De gerant opent een hek, we kunnen het maagdelijke stand op. Vissers halen hun netten binnen. Paradijselijk. De camping is ondersteund door een NGO. Hamvraag: komen er hier ooit wel eens toeristen langs.

 

Vergane koloniale glorie, vlak voor het binnenrijden van het vissersdorpje Nsiamfuma

Vergane koloniale glorie, vlak voor het binnenrijden van het vissersdorpje Nsiamfuma

DSC00774

Vergane koloniale glorie op de weg tussen Nsiamfuma en Muanda

 


4. Pointe Banana et de “embauchure”

 

Ten Zuiden van Muanda ligt Pointe Banana, vooral bekend om de “embauchure”, de plek waar de enorme watermassa van de Congorivier zich in de Atlantische Oceaan stort. De plek waar de Portugees Diago Cao voor de eerste maal Congo ontdekte, de plek waarlangs Stanley en later vele Belgen Congo binnen kwamen, de enige weg. We rijden langs een weg. Links van ons de Oceaan, rechts van ons mangrovebossen en moerassen. In het beschermde gebied leven veel vogelsoorten en grote zoogdieren zoals nijlpaarden en antilopen. De bedreigde zeekoe is hier de grootste attractie. Links en rechts staan koloniale huizen, vervallen en bewoond door verpauperde Congolezen. Roestige schepen liggen gezonken in de Congo rivier. Een verweesd kanon staat met de loop het gericht op de monding van de Congo. Getuigen van het koloniaal verleden. Mira koopt goedkope gepekelde vis om mee te nemen naar Kinshasa.

 

De embauchure

De embauchure

 


5. Hotel Mangrove (Muanda)

 

De gerant vertelt dat het hotel van oorsprong Belgisch is, en dateert van de tijd dat Congo nog Belgisch was. 600 kamers, 25 villa’s: hotel Mangrove was ooit één en al glorie. Maar het hotel is het slachtoffer van zijn geografische ligging: in Congo, en bovendien gelegen aan het kleine stukje kust dat Congo toegang verschaft tot de Atlantische Oceaan. En gelegen naast een militaire kazerne. In het tumult van de opstand tegen Mobutu roofden die militairen het hotel leeg. De Belgen pakten voor goed hun biezen. Later maakte het hotel deel uit van de kazerne. De militairen waren geen goede gasten: ramen en deuren ontmanteld, muren beklad, tegels vernield, alles wat los zat meegejat. Maar ze hebben het hotel haar waardigheid niet volledig gesloopt. Na wat protest door een bezorgde Mira baan ik mij een weg door hoog opgeschoten gras en onkruid. De tegels kraken onder mijn voeten. De muren zijn intact, de steunbalken, het dak. Op de muren van het toilet staat een grote graffiti, wellicht gemaakt door de militairen die hier jaren huisden : « Je vivrait, je ne mourrait pas parce que le seigneur va me sauver mon âme au séjour de ma mort » Ik loop door het hotel tot het terras aan de achterkant. Daar zie ik iets blauw tussen het hoge gras, het zwembad, met zicht op de Atlantische Oceaan en palmbomen. Op de bovenverdieping piep ik binnen in een aantal kamers met zicht op de oceaan. Een trap leidde vroeger rechtstreeks van het hotel naar het strand.

 

Hotel Mangrove

Hotel Mangrove

DSC00721

Hoofdgebouw van Hotel Mangrove

DSC00671

Vanuit de voormalige tuin van Hotel Mangrove

 


6. Mbuela Lodge (Kisantu)

 

Een standbeeld van de Maagd Maria verwelkomt de bezoeker. Er racen kinderen voorbij op een door een motor aangedreven fiets. Onder platanen met rode en blauwe lampionnen spelen gasten minigolf. Wat verder staat een levensgroot schaakbord in de tuin. Een bijzonder mooi zwembad met panoramisch zicht op de omringende groene heuvels. Groenten en fruit zijn zelf biologisch en komen van het eigen erf, net zoals het vlees (waaronder struisvogels). De plaats is luxueus, maar op zijn Congolees: golfkarren zonder golfterrein, een flatscreen TV die niet werkt, een IPod dock zonder Ipod, een douche zonder warm water, een frigo zonder iets. Maar desondanks een grote aanrader, voor de rust, de stilte, de gezelligheid. De ultieme ontspanning voor de mens die dagelijks Kinshasa trotseert. Choupette springt in het zwembad, Mira rijdt rond met de golfkar.

 

DSC00022

Het zwembad van Mbuela Lodge

DSC00800

 

 


7. De Botanische tuin van Kisantu

 

De botanische tuin van Kisantu is een domein met 12 kilometer wandelpaden. De Belgische jezuïet Gillet richtte de tuin op in 1901. In het park ligt er een vijver met een hoogbejaarde krokodil waarvan de leeftijd, al naargelang wie je spreekt, varieert van 70 tot 200 jaar. Naar verluidt zouden er ook een gorilla en een python geleefd hebben, die zijn nu niet meer terug te vinden. Tussen 2004 en 2008 werd de tuin van Kisantu volledig gerenoveerd, dankzij de steun van de Europese Unie en de Nationale Plantentuin van België. De collectie telt meer dan 3000 lokale en geïntroduceerde soorten. Het herbarium is een van de rijkste en oudste van Congo. Ook het arboretum, het nieuwe orchideeënpaviljoen, de serre met cactussen, de collectie waterplanten zijn de moeite waard.

 

DSC00062

De hoogbejaarde krokodil van de Botanische tuin van Kisantu

 


8. Les chutes de Vampa (Kimpese)

 

Toeristen kunnen hun bagage afgooien in een centrum van de Protestantse kerk, CRAFOD. Vandaar uit is het anderhalf uur stappen naar de watervallen van Vampa, die te vinden zijn in een stuk smaragdgroen woud. De zon perst liters zweet uit mijn poriën. Metershoge gewassen prikken in mijn blote armen en gezicht. Na een uur staan we aan een brug, of beter gezegd: ijzeren draden waarop takken zijn gelegd. We lopen door een sprookjesachtig mangosteenbos. Daarna is het klauteren en kruipen over rotsen om de watervallen te bereiken en groene lagunes.’s Avonds lopen we door pikkedonkere dorpjes terug. Een duister schimmenspel, onderbroken door het licht van gele lokken vuur en witte rijen tandjes en pretoogjes van de kindjes. Ze stormen als een kudde schapen uit elkaar. Achter ons sluit een rood-oranje horizon als een kleurrijk theaterdoek de dag af.

 

DSC00052

Het sprookjesachtige Mangosteenbos op weg naar de watervallen van Vampa

DSC00029

Op weg naar de watervallen van Vampa

Er zijn wel enkele obstakels op weg naar de watervallen van Vampa

Er zijn wel enkele obstakels op weg naar de watervallen van Vampa

 


9. Mbanza Ngungu

 

Mbanza-Ngungu is gebouwd door de Belgen eind 19de eeuw. Het groeide en bloeide dankzij de eerste spoorlijn in Congo. Een titanenwerk waaraan negen jaar gewerkt is, en waaraan tweeduizend mensen zich letterlijk doodgewerkt hebben. We zien de roestige treinstellen en oude koloniale woningen. Op de markt springen lege rekken in het oog. Vlees is er nauwelijks te ratten. Een gevilde koeienkop kijkt schaapachtig van op een houten tafel. Wel aanwezig is zwart gerookte vis. In de modder tussen vuilhopen staan advocaten in smetteloze zwarte toga en zwarte lakschoenen die schitteren als de poolster op een heldere avond in de Sahara. Bijzonder, Mbanza Ngungu.

 

Markt, Mbanza Ngungu

Een vrouwtje verkoopt broden op de markt van Mbanza Ngungu

Een zondagavond met Papa Wemba

Posted on maart 12, 2015

De zondagavond is zwoel. Op ons tafeltje staan twee Nkoyi’s, mijn geprefereerd lokaal bier, al is het maar omwille van het prachtige etiket dat een luipaard afbeeldt. Een paar tientallen mensen kijken naar een Congolese muziekband, onder hen Mira en ik. Maar zij en wij komen niet zozeer voor de muziekband, maar wel voor hun leider, de enige echte legendarische Congolese zanger Papa Wemba. Hij geeft een optreden hier in The Tree Bar in Kinshasa. Een buitenkans, want Papa Wemba is een Congolese superster, de Koning van de Congolese Rumba of Soukous, bekend in heel Afrika, maar zeker ook erbuiten. De man begon zijn carrière in het voormalige Zaïre van de jaren zestig. Later toerde hij de wereld rond en heeft op podia gestaan in alle Europese steden, incluis de AB in Brussel. Hij speelde zelfs voor 120.000 mensen in het Stade des Martyrs in Kinshasa. En hier slentert hij rond om 23:00 ‘s avonds op zijn dooie akkertje binnen met zijn lijfwacht, in een doodgewone bar in een doodgewone wijk van DRC’s bruisende hoofdstad. Ik ben in mijn nopjes. Het is papa Wemba die mij eerst in contact bracht met “Wereldmuziek”, het vrolijke liedje Yolele.

 

Papa Wemba speelde een belangrijke rol in de popularising van wereldmuziek in onze contreien. Hij verstond de kunst om Congolese rumba te vermengen met Westerse popmuziek en zo de brug te leggen naar het Westerse doelpubliek. Ik zag hem de eerste maal op Couleur Café in Brussel vele jaren geleden, onder de indruk van zijn zo karakteristieke hoge tenorstem, geen enkele andere stem klinkt zoals die van Papa Wemba. Wat later komt een oudere man binnen met een zwarte hoed met pluimen, een grote zonnebril, een rood lint rond de buik, een pitteleer en een enorme sigaar in de mond. Hoe later de avond hoe zotter de mensen. Een lenige jonge gast danst, een rode muts op zijn hoofd, een lange rode sjaal en verder streepjesbroek, streepjeskousen en streepjesmouwen. Een andere jongeling draagt een hoed in gouden glitters, ketting rond de hals, een modieuze debardeur. Papa Wemba zelf is volledig in het wit, een modieuze polo met “Germany” op, witte short tot net over de knie, witte schoenen. De eerste noten van Papa Wemba drijven de temperatuur onmiddellijk richting tropisch. Een groep meisjes komt naar voren, achterwerk achteruit. Billen schudden zoals ze nergens anders ter wereld schudden. Papa Wemba ziet dat het goed is. En ik film:

 

 

Maar vanwaar die excentrieke figuren? Ik las erover in het boek over Congo van David Van Reybroeck. Papa Wemba is « le Pape de la Sape » (de paus van de Sape), de leider van de “Sapeur” beweging in Congo, letterlijk de « Société des Ambianceurs et des Personnes d’Elégance » (De vereniging van Ambiancemakers en Elegante Personen). Je moet in Congo zijn om daar op te komen. De beweging werd in Congo vooral gedreven door Congolese muziekbands die in Europa furore maakten, en daarna terugkeerden, fier gehuld in dure merkkledij die ze kochten in Parijs of op de Louizalaan in Brussel. En ze maakten er hun eigen stijl van. Hun voorbeeld kreeg navolging bij hun arm maar talrijk publiek. De Sapeurs maakten een maatschappelijk statement door zich te hullen in nieuwe, protserige en opzichtige outfits. Maar het ging niet zozeer om plat materialisme. Hun materialisme was – zoals David Van Reybroek in zijn boek over Congo schrijft – sociale kritiek: “Het verbeeldde afkeer van de ellende en repressie die ze kenden, het stond hun toe te dromen van een Zaïre zonder zorgen”… “La Sape ging over succes, over zichtbaarheid, over opvallen en scoren”. Het waren coole jongens. Voor veel straatarme jongeren bood het een uitlaapklep, een droom op een beter bestaan. Maar het was ook een politiek statement. Tijdens de Mobutu periode was Westerse cultuur verboden, alles moest “authentiek Afrikaans” zijn. In die omstandigheden werd SAPE een jeugdcultus die de middenvinger opstak naar het Mobutisme en de kledingvoorschriften van de staat. Vandaag bestaan de sapeurs nog steeds, hier vanavond, maar eerder zagen we ze ook gewoon tijdens de week in het centrum van Kinshasa.

 

DSC00578

Drie “sapeurs” voor mijn hotel, gefotografeerd door Mira

 

Voor wie eens wil proeven van zijn muziek: een samenvattend filmpje van Papa Wemba’s laatste album:

 

%d bloggers liken dit: