Reizen ginderachter

Reisverhalen over plekken met een verleden, scholen, unieke landschappen en onbekende verweggistans

Posts from the “Subsaharaans Afrika” Category

Lake Manyara Nationaal Park: het koninkrijk van de tseetsee vlieg

Posted on februari 4, 2016

Reisbrochures springen gretig op de quote van Ernest Hemingway om het Lake Manyara Nationaal park te omschrijven: “The loveliest I had seen in Africa”. De filosofie van het park luidt: “Voeding voor de ziel, troost voor het hart, inspiratie voor de geest”. Touroperators beloven meer dan 400 vogelsoorten, boombeklimmende leeuwen, unieke vergezichten en een microkosmos van alle leven op de savanne. Met dat plaatje voor ogen verschijn ik met jeep, ijdele chauffeur in bloemetjeshemd en een koppel vijftigers voor de ingang van het park.

 

Rangers spuiten de jeep tjokvol met liters stinkende insecticide. Dat wijst erop dat we niet persé alle elementen van die microkosmos willen tegenkomen. We hobbelen over de onverharde weg. Boombeklimmende leeuwen vinden we niet direct, maar wel tseetsee vliegen, nijver op zoek naar een voorraadje bloed. Een aantal van die creaturen zweeft – ondanks de walm insecticide – de jeep in. De vrouw van het koppel vijftigers in de jeep zegt met paniekerige stem: “ze brengen slaapziekte over”. Tja, op de savanne heeft alles zijn voor- en nadelen. Als je het bekijkt vanuit het standpunt van de natuur heeft een tseetseevlieg met slaapziekte ook een functie, net zoals malariamuggen. Ze houden homo sapiens uit de buurt, en alle vervelende bijwerkingen van de aanwezigheid van die naakte aap, als daar zijn: houden van koeien, schapen en geiten, kappen van bossen, platbranden van de savanne… De vrouw mept wild in het rond. Haar elleboog belandt zo per ongeluk tegen het linkerkaakbeen van haar echtgenoot. De hitte en de vochtigheid persen water uit ons lichaam. Kledij zuigt zich aan ons vol.

Lake_Manyara_north

cc Fanny Schertzer. Creative Commons Attribution-ShareAlike 2.5.

Maar zweetdruppels worden zweetbeken wanneer een kudde olifanten onze jeep omsingelt. Een aantal van die loggerds staat over de weg jonge boompjes te knakken en in hun waffel te zwieren, en dikke klonters stront te lozen. Eten, schijten en 200 liter water slurpen. Dan heb je de voornaamste dagbezigheden van een olifant gezien. De olifant is na de mens het dier met de grootste impact op de natuuromgeving. Maar ze vernietigen niet alleen maar. Bomen die neergehaald zijn, bieden weer eten voor andere planteneters. Zaden en noten glijden meestal intact van mond uit anus, zodat bavianen uit de stronthopen van olifanten hun maaltijdje uitpikken. Mestkevers rollen er ballen van waarin eitjes worden gelegd. Door het veelvuldige gereis met die ballen zien planten en bomen de kans om hun zaden verder te verspreiden. Ik keek heel diep in het linkeroog van een olifant. Onze gids houdt zijn wijsvinger voor de mond. Een ogenblik stilte is een moeilijke combinatie met de vrouw en de tseetseevliegen in de jeep. In de man zijn ogen lees ik de vraag waarom hij een smak geld van zijn bankrekening heeft gehaald voor deze safari. Je verheugt jezelf op de safari van jouw leven, en eindigt met gevechten tegen tseetseevliegen, een echtelijke ruzie in een hammam zonder koelbad, onderbroken door de schrik van jouw leven wanneer je in de pupillen kijkt van een knorrige olifant.

 

Naast olifanten en tseetseevliegen is er nog veel anders boeiends te vinden in Lake Manyara Nationaal Park. Bavianen bijvoorbeeld. Die vind ik leuk om te “spotten”, net als mensen, omwille van hun complexe sociale interacties. Bavianen zijn zoals homo sapiens aangewezen op elkaar om te overleven in de savanne. Het alfamannetje tuurt alle richtingen uit. Hij is de patron van een dominante elite aan (jongere) mannetjes binnen de groep, die her en der verspreid zitten in de machtige baobab en vooral op de grond errond. Ik dacht dat apen vooral in bomen zaten, maar bavianen verblijven meer op de grond. Wijfjes zitten met het nageslacht in de armen, andere pikken ongedierte uit de pels van collega’s, een strategie om vriendjes te maken. Nog andere spelen fruit en zaden naar binnen. Een mannetje presenteert zijn messcherpe voortanden. Mannelijke familieleden die op volwassen leeftijd komen worden uit de groep gestoten, en leven als vrijgezellen bij elkaar tot ze de kans zien om hun eigen oligarchie op te zetten. De wereldberoemende bioloog Desmond Morris ziet in die oligarchie een effectief beschermingsmechanisme tegen roofdieren en rivaliserende mannetjes (D. Morris, Waarom hebben zebra’s strepen?).

662px-Impalas_Manyara

cc Fanny Schertzer. Creative Commons Attribution-ShareAlike 2.5.

Onze gids pulkt in zijn neus en kijkt voor zich uit. Hij is een “gids” zoals je die wel meer tegenkomt, veel meer chauffeur dan gids. Voor enige informatie over wat je ziet, ben je aan het verkeerde adres. Veel gidsen komen niet verder dan het beschrijven wat een kleuter al weet nadat het de Lion King gezien heeft. Toeristen vragen daar ook niet naar. Het enige waarvoor “homo safaricus” in de savanne neerstrijkt is de “big five”, met koning leeuw bovenaan de “bucket list”. In het struikgewas staat een gracieuze impala in onze richting te turen. De gids bestudeert nu de inhoud van zijn neus. Hij werpt af en toe een verstrooide blik op de bomen, op zoek naar wat homo safaricus wil zien: boomklimmende leeuwen en luipaarden. Toeristen liggen niet wakker van antilopen. Thuis is er weinig over op te scheppen. De natuur heeft de impala een mooi verflaagje gegeven. Een verticale zwarte streep loopt van de staart tot over het achterste, en het topje van hun oren en de neus is zwart. Zijn onderbuik is snoezig wit en de rug rood-bruin. In tegenstelling tot die slappe schotelvodden van leeuwen – zeker gemaande koning leeuw zelf – zijn impala’s de kwieke snelheidsduivels van de savanne. Voor 80 kilometer per uur draaien ze hun poot niet om. Die snelheid is een evolutionaire aanpassing die antilopen ondergingen toen het tropisch woud in Oost-Afrika afnam ten voordele van grasland. Door hun snelheid konden ze in open grasland uit de grijpgrage klauwen blijven van vleeseters.

 

Lake Manyara Park is ook het park van de giraf. We zien tientallen giraffen in een landschap met door een recente orkaan geknakte bomen en een sodameer met flamingo’s. Twee giraffen slaan met hun nek tegen elkaar. Zeggen ze even sympathiek goeiedag? Een familie wrattenzwijnen trippelt voorbij. Hier leer ik dan toch iets van de gids. Necking is een gevecht om vrouwtjes. Dat is niet onschuldig: nekwervels en onderkaken sneuvelen. De gids rijdt intussen wat nerveuzer in het rond, tevergeefs. We rijden bijna een Kirk’s Dik Dik plat. Een erg snoezig antiloopje, het kleinste van de savanne. Het koppel vijftigers begint ontmoedigd te geraken. De zon zakt. De kleuren worden warmer. De terugtocht wordt ingezet. “Niks gezien”, zucht de vrouw. Lees: geen leeuwen of luipaarden, of minstens iets anders met scherpe tanden en vlees op het menu. Ook de gids kijkt sip. Minder kans op fooi straks. En ik denk: we zagen honderd bavianen in actie, twee giraffen vechten om een wijfje, een groep impala’s dartelen, keken olifanten diep in de pupillen en een gevecht tussen homo sapiens en nijdige tseevliegen met een meer en flamingo’s op de achtergrond. Moet het nog meer zijn?

Mijn Congolees huwelijk deel 3: het avondfeest

Posted on augustus 20, 2015

De setting is perfect: in open lucht, met mooi gedecoreerde tafels in roze en wit. Palmbomen geven een exotisch gevoel. Vanop de dansvloer kijken we uit op de heuvels van Kin. Een toplocatie. Naar links ligt het huisje met onze “bruidskamer”, inbegrepen in de prijs van de locatie. De bruidskamer, tja, die bleek zonder stromend water te zitten. Bovendien sloot de conciërge ons daar (gewild of ongewild?) op, zonder sleutel, samen met een legertje kakkerlakken.

 

De locatie is perfect!

De locatie is perfect!

 

Maar terug naar het begin. Een avondfeest is bijzonder in Congo, in verschillende opzichten verschillend van wat ik in België gewoon ben. Ten eerste nodigt iedereen zichzelf uit op de trouw. Familieleden van het zevende knoopsgat die Mira “oncle, oncle, oncle” (nonkel van nonkel van nonkel) noemt, of de mensen uit de buurt, ook al kennen die de bruid of bruidegom van haar noch pluimen. Gezien een genodigdenlijst nog steeds tot oneindige discussies leiden, is de oplossing in afschrikking en repressie te vinden. Je plukt een stel politieagenten van de straat met een pistool uit de tijd van Stanley aan de nek en stopt ze 15 dollar toe. Peanuts voor ons, maar zij steken toch maar mooi een kwart van hun maandloon op één avond in hun zakken. Daarvoor willen ze zich wel even een avond heruitvinden als privébewakers.

 

Ten tweede is het huwelijksprotocol tamelijk soepel. We komen vier uur te laat op het feest aan. Even daarvoor viel het licht nog uit in de buurt, waardoor Mira en zus Vicky hun fijne en precieze schminkwerk met behulp van het licht van hun GSM moesten doen. Om 23:00 ’s avonds stappen we de auto uit. We schrijden als een prinsenpaar voort, gevolgd door een wanordelijke stoet joelende vrouwen. Dansen moeten we, direct. De verkoopster van mijn geiten (zie: mariage coutumier), met een indrukwekkend hoofddeksel, trekt ons in elkaars armen. We draaien wat toertjes, het enthousiasme van de vrouwen stijgt naar zenit. We zijn nog niet gaan zitten of Mira’s broer schudt al een aantal rare, maar originele moves uit zijn benen. Een orkestje tovert melodietjes uit de Kasai de avond in. Mira en haar familie zijn van oorsprong van de provincie Kasai. Danseresjes in strooien rokjes drijven de temperatuur op, voor zover dat in Congo nodig is. Want aan de tafels geven sommige mensen al flink van katoen. Al gauw staat er een menigte op de dansvloer. Mira, ik en mijn ma worden de dansvloer opgesleurd. Een rare snuiter met een luipaardenvel en horens op zijn hoofd, de ceremoniemeester naar Kasaiaanse traditie, danst voor mij en Mira. De zanger bromt intussen: “Jan-Mira, Jan-Mira, Jan-Mira”. Volgens de traditie moeten we de man wat Congolese franken op zijn voorhoofd plakken. En vergeet intussen de speeches maar, geen blabla maar boemboem. Het is een hels karwei om de wildste exemplaren weer van de dansvloer te halen voor onze openingsdans. We kiezen voor de bachataversie van Stand By Me, een nogal rustig liedje vergeleken met de uitbundige Ndombolo. Applaus volgt en de DJ steekt weer van wal. Enkel het buffet en een reuzentaart krijgen de Congolezen tijdelijk van de dansvloer.

 

De blijde intrede

De blijde intrede

Danseressen in strooien rokjes dansen op de deuntjes van de Kasai

Danseressen in strooien rokjes dansen op de deuntjes van de Kasai

Gekostumeerde heren schudden dansjes uit de benen

Gekostumeerde heren schudden dansjes uit de benen

Openingsdans: Stand by Me, bachataversie van Prince Royce

Openingsdans: Stand by Me, bachataversie van Prince Royce

Oeps. Geen licht plots, dus schminken met behulp van het licht van de GSM

Oeps. Geen licht plots, dus schminken met behulp van het licht van de GSM

Buffet

Buffet

IMG_0416
De ceremoniemeester volgens Kasaiaanse traditie

De ceremoniemeester volgens Kasaiaanse traditie

 

Ten derde is ook de overhandiging van de trouwcadeaus een aparte belevenis, vergeleken met die van onze contreien. Genodigden komen naar voren, kussen de bruid en geven mij drie kopstoten, een geplogenheid onder Congolese mannen. Dan geven ze hun cadeaus, wat vaak een spectaculair schouwspel is. Bij een eerder huwelijk van Mira’s neef sleurden mensen hele inboedels mee richting het bruidspaar: een televisie, een volledige slaapkamer (met kussens en matrassen op hun hoofd), staande lampen, muurdecoratie en zelfs de lege dozen van al die spullen… Gezien onze toekomst ligt in het Belgenlandje, vroegen we om decoratie en meubilair zo te laten. Een bed of meubilair is nu eenmaal moeilijk om op het vliegtuig te zetten. De kwaliteit van de cadeaus is erg verschillend: een mooi gepersonaliseerd schilderij van mij en mijn nieuwe familie in Kinshasa, maar evengoed een zichtbaar gebruikte koffiekop uit de eigen keukenkast of een enveloppe met ocharme 5 dollar. Ook al iets wat “not done” is bij ons. De laatste kussen zijn nog niet uitgedeeld en de cadeaus niet van het podium, of de eerste billen draaien alweer rond. Ook mijn mooie stiefdochtertje van vier geeft volle gas in haar mooie witte kleedje, heupwiegend en in het ritme alsof ze al sweet sixteen is. We zijn alweer een ervaring rijker in dit leven.

Mijn Congolees huwelijk deel 2: de burgerlijke ceremonie

Posted on augustus 6, 2015

Didier heet de ambtenaar die onze huwelijksadministratie in goede banen moet leiden. Hij zit in zijn kleine hokje met vijf andere ambtenaren. Gaten zitten in het plafond boven Didier. Ik krijg een stoel toegeschoven waarvan de poten los zitten en de rugleuning verdwenen is. Didier is een sympathieke kerel met engelengeduld. Met veel zorg stelt hij ons “projet de mariage” op, de basis van de huwelijksakte. De Belgische ambassade zegt mij een dag later dat de projet de mariage niet volgens de gebruikelijke regels is opgesteld. Mijn volledige naam – incluis alle voornamen – moet vermeld worden. En de eerste letter is een hoofdletter, de rest kleine. De volgende morgen staan we weer bij Didier. Hij herbegint, hij schudt het hoofd en zegt: “pas facile les Belges”, hij lacht, ik lach. Hij schrijft duidelijk, maar in een tempo waar alleen een slak zich goed bij voelt. Halverwege schrijft hij een fout. Hij gaat tipex zoeken op de centrale dienst van de gemeente. In de bureaus is er geen bureaumateriaal omdat het gestolen wordt. Na een kwartier komt hij met het witte potje terug, en verdwijnt daarna nog eens een kwartier om het terug te brengen.

 

Ik krijg ook letterlijk onder de tafel een briefje toegestopt. Ik zie bovenaan “facture” staan. Die blijkt van de burgemeester: een fles whiskey, cola en twee plastieken stoelen “voor de gemeente”. Zo geraakt een gemeente zonder inkomsten aan zijn meubilair in Congo. Daarna volgt een discussie over de prijs voor de ceremonie. Er is de keuze tussen een individueel huwelijk en een collectief. Collectief is veel goedkoper. De burgemeester zegent dan tien koppels tegelijk in. Wij kiezen voor een romantischer individueel huwelijk. Daarna blijkt een individueel huwelijk tussen verschillende nationaliteiten weer duurder dan een “zuiver” Congolees huwelijk. Didier krijgt de toorn van Mira over zich heen en na een halfuurtje over-en-weer gediscussieer zakt de prijs. Congo: het land van de eeuwige onderhandeling.

 

De dag van de ceremonie begeleidt een goed geluimde Didier ons naar een bureautje voor de registratie. Een minder goed geluimd ambtenaar start de discussie op over de factuur voor de burgemeester. Kwartiertje bakkeleien alweer. Ik geef uiteindelijk 20 dollar en één plastiekstoel. We registreren ons. Daarna verplaatsen we ons naar de wachtzaal. Twee vrouwen – de “dienst protocol” – zitten aan een tafeltje. Ook deze dames willen uiteraard hun graantje meepikken. Een laakbare en (voor een Belg als ik) vermoeiende gewoonte maar niet onbegrijpelijk. De mensen worden nauwelijks of niet betaald en moeten ook overleven, incluis hun familie en kinderen. In de zaal zelf wachten we een uurtje omdat de burgemeester aan het lunchen is. Intussen is de oudste broer van Mira in een hoogoplopende discussie verzeild met Didier over de fles whiskey voor de burgemeester. Grappig, vooral als ik zelf niet in de arena sta.

 

In gesprek met Didier

In gesprek met Didier

DSC_4733

 

De burgemeester – in grijs pak met het lint rond de schouder – komt binnen. Iedereen staat recht en we zingen het Congolese volkslied: « Debout Congolais, Unis par le sort, Unis dans l’effort pour l’indépendance, Dressons nos fronts, longtemps courbés Et pour de bon prenons le plus bel élan, dans la paix, O peuple ardent, par le labeur, nous bâtirons un pays plus beau qu’avant, dans la paix.”.

 

Een mooi volkslied, veel mooier, muzikaler en zachter dan de Vlaamse Leeuw of de Brabançonne. De burgemeester knipoogt in mijn richting. Een sympathieke gozer, stel ik met enige opluchting vast. Hij declameert hele paragrafen wetteksten uit zijn hoofd. Hoed af. Maar trop is teveel. Op een bepaald moment vallen mijn oogleden haast dicht, tot het moment hij in mijn ogen kijkt. Hij maant mij half streng half geamuseerd aan niet meer naar andere vrouwen te kijken (“monsieur Jan, vous n’avez plus le droit de regarder une autre femme”) en om mijn rol als gezinshoofd (“père de famille”) op te nemen. Mira van haar kant mag haar oog niet langer laten vallen op andere mannen. En ze is aan haar echtgenoot “eeuwige gehoorzaamheid” verschuldigd. Bij “eeuwige gehoorzaamheid” kijk ik licht geamuseerd vanuit mijn ooghoeken naar Mira. Ze blijft onbewogen, haar blinkende zwarte kijkers gericht op mijnheer de burgervader. “Kinderen baren” is haar laatste echtelijke plicht. Mijn mama vindt de burgemeester streng, of althans strenger “dan bij ons”.

 

Ik houd de gouden ringen in mijn licht bibberende handen. De burgemeester nodigt ons uit voor hem te komen staan en elkaars handen vast te houden. We spreken het magische ja woord uit en schuiven de ringen over elkaars vingers. Ik kus Mira’s volle en prachtige lippen. We omhelzen elkaar onder het portret van de wat stijve Joseph Kabila. Papieren zakdoekjes wapperen, mijn lippen blijken zo rood als die van mijn kersverse vouw. Ik glimlach, krijg een speciaal gevoel van binnen. 41 en dan toch nog getrouwd, ik ben een gelukkig man. We verlaten het pand onder scherp gefluit, luid getoeter, kledders schuim, wolken gouden glittertjes en gejoel. De dienst protocol loodst ons toch nog met een slinks maneuver een bureautje in. Daar zit de burgemeester achter zijn bureau. Of we niks te drinken hebben voor hem? Een fles whiskey bijvoorbeeld? Ik kijk hulpeloos naar mijn vrouw. Mira onderhandelt, hij stelt zich tevreden met een limonade. We nemen afscheid, een belevenis rijker.

 

Allen rond de burgemeester

Allen rond de burgemeester

Tekenen van de huwelijksakte

Tekenen van de huwelijksakte

De kus

De kus

 

We gaan nog op de foto met familie en getuigen voor het fel gekleurde oud-koloniale gemeentehuis van Ngaliema. De bruidsfoto’s nemen we recht tegenover de kazerne van het Congolees leger. Ngaliema is de thuisbasis van het ministerie van landsverdediging en het leger. Mobutu en Kabila “le père” verbleven hier in hun paleis. Ngaliema heeft een geschiedenis van plunderingen en vechten. Vandaag niets van dat alles. Maar de soldaten zijn er wel, soldaten met wapens versus twee geliefden met gouden ringen. Symbool van geweld versus symbool van liefde. Ik word lyrisch.

 

DSC_4813
Familiekiekje

Familiekiekje

DSC_4817 DSC_4819
Met zus Vicky

Met zus Vicky

Met dochtertje Choupette

Met dochtertje Choupette

DSC_4832

Mijn Congolees huwelijk deel 1: mariage coutumier

Posted on juli 30, 2015

In Congo is de eerste stap in het huwelijksproces de “mariage coutumier”, het “gewoontehuwelijk”. Dat is een eeuwenoud en nog steeds populair gebruik in landen ten Zuiden van de Sahara. Een mariage coutumier is een ontmoeting van de families van bruid en bruidegom. De familie van de toekomstige bruidegom vraagt de hand aan de familie van de bruid en overhandigt daarvoor een bruidschat. Hoewel er misbruiken zijn (mensen die er een commerciële transactie van maken en hoge bedragen vragen), gaat het doorgaans om een symbolisch moment waarop de families elkaar beter leren kennen. Wij in België kennen zo’n moment niet. Meestal komen we met ons lief thuis: “voilà, ma of pa, mijn nieuw lief”. Laat staan dat ons ma en pa en een bruidschat gaan betalen. En de band tussen de schoonfamilies is bij ons doorgaans nogal los.

 

De familie van Mira ziet het ritueel ook als een ontmoeting van de twee families. De bruidschat is eerder symbolisch. Een paar weken voor de trouw ontvang ik “de factuur”: twee geiten, een machette, een zak zout, een kookpot, een kostuum, een pagne, 20 liter Congolees bier en 20 liter Congolese wijn, en een enveloppe van een paar honderden dollars. Als de bruid er op eigen initiatief van door gaat, krijg ik dat allemaal terug. Een week voor de mariage coutumier zit ik in de auto met de gigantische kookpot op mijn schoot, waardoor het voor de Congolezen duidelijk is dat ik ga trouwen. “Beauf, beauf” (beau frère, schoonzoon), hoor ik ettelijke malen. Duimen gaan omhoog, tanden worden bloot gelachen. Ik ben nu één van hen.

2015-06-20 11.22.52

Met één van mijn geiten

IMG_0153

Jean en Mira onderhandelen over mijn kookpot

De avond zelf hotsen we met onze karavaan over niet-geasfalteerde en met diepe putten bezaaide wegen van Kinshasa. Ik met mijn ma en onze betrouwbare chauffeur Jean in de eerste jeep. Achter mij waggelt de jeep met mijn wijze zegsman Robert, gevolgd door een aftands wrak van een bus met mijn bruidsschat waaronder de twee geiten. Robert is een Congolese collega van mij die mijn familie vertegenwoordigt. Hij brengt twee vrienden mee die van dezelfde stam zijn als die van Mira. Een voordeel, want zijn kennen heel goed de gebruiken van de stam. Mijn rol is makkelijk: zwijgen. Mijn familie praat voor mij. Naar goede Congolese gewoonte zijn we een paar uur te laat, en vlak voor we arriveren valt de elektriciteit uit. Na een uurtje is dat gefikst en stap ik uit. Een paar tientallen joelende vrouwen staan in het deurgat en komen op me af. Ze gooien kleurrijke pagnes aan mijn voeten, ten teken dat ik welkom ben. Vrouwen dansen, roepen in het Lingala, ik begrijp niks maar ben onder de indruk.

 

Binnen verwelkomt de oudste broer van Mira ons, met aan zijn zijde de grootmoeder en de oudste zus. De broer valt met de deur in huis en vraagt met uitgestreken gezicht wat we in zijn huis komen doen. Robert legt eerst een bedankingsverklaring af en stelt dat hij voor mij de hand komt vragen van de dochter des huizes. Prompt paraderen een aantal schoonheden uit de familie aan mij voorbij. Daar ben ik al op voorbereid. Ik weiger ze één voor één, volgens de coutume. Mira is een ander paar mouwen, die woont zogezegd nog in de geboortestreek van de familie, Kasaï-Oriental. “We moeten haar met het vliegtuig gaan halen”. Dus een vliegticket is aangewezen, 1000 dollar. Of ik dat even op tafel kan leggen? Een bilateraal gesprek tussen Robert en de familie drukt de prijs naar 100 dollar. Ik geef uiteindelijk 25 dollar, het is een spel. Een tante van Mira steekt de 25 dollar in de lucht. Joelende vrouwen gaan op zoek naar de bruid in “Kasaï” en komen een minuut later met haar het huis binnen. We staan beiden licht gestresseerd te kijken. We overlopen nu de factuur. Even slaat mijn hart over wanneer de das wat te diep in een mouw zit en niet direct teruggevonden wordt. Als er iets ontbreekt op de factuur, kunnen de onderhandelingen namelijk van vooraf aan beginnen. Maar mijn aankopen zijn compleet. Mira geeft mij te drinken, ik geef haar te drinken. Een omhelzing, een kus, de zegen van broer, applaus, gejoel, en klaar is kees. We eten. Tantes, nichten en zussen hebben een buffet bij elkaar gekookt voor de families: makemba (bakbananen), pundu (maniok), complete vis, kip, fufu (maisbrij) en jawel, frieten. We zeggen iedereen gedag. Daarna rijden we de donkere nacht in. De dag erna wordt een zware dag.

DSC_4602

Grootmoeder van de familie rechts

Oudste broer als voorzitter van de vergadering geflankeerd door grootmoeder

Oudste broer als voorzitter van de vergadering geflankeerd door grootmoeder

IMG_0248

Congolees buffet!

IMG_0197

Mijn bruid en huidige vrouw Mira

DSC_4644

Overhandiging van de wijn als deel van de bruidschat

IMG_0178

Onderhandeling over het “vliegtuigticket”

IMG_0224 (2)

4 tips voor een toffe citytrip in… Kinshasa!

Posted on maart 26, 2015

Kinshasa komt weinig positief in het nieuws. En er zijn inderdaad heel wat redenen om Kinshasa te zien als een plek waar je beter niet geboren wordt. Maar Kinshasa is een stad die ook bruist, zingt en danst. Vandaag wil ik Kinshasa laten zien door een roze bril, en ik geef vier tips aan avontuurlijke reizigers die eens echt van het gebaande pas af willen wijken.


Tip 1: Aanschouw hoe Kinois(es) leven en werken

 

Zet je op een plastiekstoel in de Cité, leun achterover tegen een muur, handen in de nek en aanschouw de kleurrijke chaos, het hectische ritme van Kin. En stel dan jouw ogen scherp op de individuele mensen, hoe ze hun plan trekken, welke veerkracht al deze mensen hebben in een megalopolis die weinig vriendelijk is voor hen. Tientallen jongens gooien pakjes papieren zakdoekjes van de Colruyt. Anderen leuren met sigaretten die ze per stuk verkopen, aanstekers, tandenstokers, tandpasta, body lotion, koekjes, zeepjes, balpennen. Sommigen hebben een plastiek emmer met kevertjes en pili pili die ze met een pollepel op de tafel kwakken als snack bij het pintje. Vrouwen lopen met potten op hun hoofd met kolen, bananen en mango’s of zitten daarmee langs de kant van de straat. Bandenherstellers morrelen aan autobanden, mecaniciens vijzen schroot in en uit elkaar, kappers vlechten vals haar door echt. In de straten brengen jongeren landkaarten van Congo aan de man, en plastiek kerstbomen, USB-kabels van Chinese makelij, jonge hondjes, schilderijen met een Vlaams landschap. Ik nestel mij gerieflijk in de zetel van JoJo Coiffure in Bandal, waar men al in geen dagen elektriciteit meer heeft gezien. Het is een va-et-vient van een kauwgomballenverkoper, een knokig vrouwtje met mango’s, een nagelverzorger, een dame die die haarextensies verkoopt voor de deur van de Coiffure. En hoe kleurrijk is alles toch!

 

DSC00269 DSC00264 DSC00569

20141223_153319

20141223_162235

 

Tip 2: Ga je ontspannen aan de “Fleuve”

 

De “Fleuve” (stroom) staat voor de Congorivier, die langs Kinshasa raast. Aan haar oevers komen mensen om zich te ontspannen. En men vindt er een tikkeltje Congolees surrealisme. Neem “Safari Beach”, waar de autobestuurder aan de ingang verwelkomd wordt met een romantische ondergaande zon, papegaaien, palmbomen, een cocktail, bloemen. Het is een luxe oord met zwembad, aangeplante palmbomen, valse bomen en planten, kitscherige kerstverlichting, fonteintjes, twee speedboten, een Go-car. Niet ver van Safari Beach is er “de Tuin van Eden”, een oase van rust met speeltuigen voor kinderen (zeldzaam in Kinshasa!), mogelijkheden om bootje te varen, om een pikante liboke te eten en zoals altijd aan een plastiek tafeltje pinten achter de huig te slaan. Helemaal aan de andere kant van de stad zijn er keien- en zandstrandjes. De plek “Chez Tintin” bijvoorbeeld, die ligt aan een plek met stroomversnellingen van de Fleuve. Families vissen, doen de was, eten en drinken tot de nacht valt. Mensen die op hun paasbest komen paraderen op het strand. Maar je kan ook “informeel” langs de fleuve vertoeven. Iemand komt dan aandraven met plastieken stoelen en een frigobox met pinten. Een minuut later verschijnt er ook een fotograaf met een goede oude polaroid, waaruit de foto direct naar buiten rolt. Nostalgie.

 

DSC00183

Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa

DSC00182

Straatjochie kijkt voor zich uit op het strand van “Chez Tintin”

DSC00176

Jongeren komen zwemmen in de Fleuve. Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa

DSC00174

Een Kinoise doet haar was in de Fleuve. Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa.

DSC00257

Een paneel belooft veel goeds van een “resort” aan de Fleuve, Kinshasa

Jardin d'Eden

Jardin d’Eden


 

Tip 3: Laat je verleiden door “Kin la sorteuse”

 

Kinshasa is bekend om zijn nachtleven. Als de schemer langzaam valt ontbindt Kinshasa – “la ville où on ne dort jamais” – haar duivels. “Kin la Sorteuse”, de koningin van het nachtleven, omarmt dan massa’s Congolezen, aangetrokken door muziek, dans, drank en eten. Ik doe terrasjes in de “hete” wijken van Bon-Marché en Bandal. Sloten Skol, Primus en Nkoyi vloeien, in flessen van 72 cl. De Congolese industrie mag dan al in grote crisis zijn, dat is wel anders voor de grote brouwerijen. Ndombolo, soukous, rumba lingala en kwassa kwassa vibreren door de stoffige straten. TV’s zenden voetbal uitl. Barbecues hullen de straten in rook. De chayeurs, de kleine verkopers leuren met hun waren. Pakje zakdoekjes? Brochetje met sprinkhaan? Kevertjes met pili pili? Balschoenen van voor 5 dollar? Sjacoche van Louis Vuitton? Marchanderen, drinken, dansen, eten, versieren, paraderen, voetbal. Kinshasa leeft, en de terrassen zijn de spil. Naast terrassen kan er ook gedanst worden: tijdens optreden in openluchtbars als Le Grand Libulu en The Tree Bar of op stoffige markten en pleinen in de volkswijken of in de ontelbare “boites de nuits” – de dancings – van Congo’s hoofdstad.

 

 


 

Tip 4: Kijk in de ogen van de Bonobo

 

Hij is in de herfst van zijn leven, haren zijn gevallen, nog slechts een paar plukken rusten onzeker op zijn kruin. De jaren hebben rimpels uit zijn voorhoofd gegraven, en rond zijn neus. Hij is een oude bompa met behoorlijk wat jaren op de teller. Hij kijkt met zijn ogen in die van iemand die verwant is aan hemzelf, die ouder is in jaren en toch in de fleur van zijn leven. Van iemand die zich zorgen maakt over de allereerste grijze haartjes die priemen uit een donkere bos haar, van iemand met dezelfde rimpels als hem. Hij is zo… menselijk. Maar hij is geen mens, wel heel nauw verwant aan de mens, we hebben een gemeenschappelijke voorouder. We zijn in zekere zin familie. En hij kijkt nu in de ogen van een mens, en die mens ben ik. Die blik alleen al, van bonobo tot mens en van mens tot bonobo, maakt een bezoek aan het “Lola ya Bonobo” (“het Paradijs van de Bonobo’s”) tot een mooie belevenis. Het Lola ya Bonobo is een reservaat voor Bonobo’s, opgericht in 1996 door een Belgische, Claudine André, die zich het lot aantrok van deze bedreigde en aan Congo endemische grote aap. Ze redt bonobo’s uit handen van verkopers, van markten, en doet aan bewustmaking. In het bos leven een aantal groepen, ze zien met een zestigtal. Ze zijn in veel opzichten heel menselijk. Kleintjes zonder ouders verblijven bij een menselijke mama, ze kunnen niet zonder die aandacht. Er zijn vier mama’s: Maman Henriette, maman Espérance, maman Micheline en Maman Yvonne. Een vrouw zit in een kooi, ze zit in een houten stoel, drie kleine bonobo’s zitten rond haar.

 

DSC00339 DSC00324

Curieuze ontmoetingen in het Nyungwe woud (Rwanda)

Posted on februari 6, 2015

Steil bergop gaat het. Ik zit van achter op een motoconcho. Mijn bijna lamme rechterarm ondersteunt 20 kilogram bagage. Mijn linkerhand klemt krampachtig het handvat vast. De motoconcho hoest en proest richting Nyungwe Hill Top View Hotel. Het bouwsel verloochent zijn naam niet: 12 chalets met zicht op het Kivumeer, op de glooiende heuvels met theeplantages én op het Nyungwe woud. Ik ben alweer moederziel alleen. Ik wandel van de receptie naar mijn chalet. Een Afrikaanse zwarte kuifarend kijkt mij van op korte afstand arrogant aan. Even later sta ik met mijn armen gekruist op het balkon van mijn terras. Er zijn mooie plekken en heel mooie plekken op onze aardbol. Deze plek hoort tot de tweede categorie. Slierten mist liggen als zijden sjaals over de theeplantages en de groene kruinen van het Nyungwe woud gedrapeerd. Even met het hoofd 90 graden draaien om het Kivumeer te zien, en de honderden gele vlammetjes van de lantaarns van de vissers die oplichten. Net als in Kibuye stimuleert dit panorama een gevoel van ruimte, stilte en alleen zijn. Die combinatie van gevoelens is zeldzaam voor een Westerse stadsmens en workaholic als ik. s’ Ochtends neem ik ontbijt op het dakterras. De koffie is slecht, het ontbijt bescheiden, het panorama verbluffend. De ultrasympathieke receptioniste Helen vraagt of de nacht niet te koud was. Maakt ze een grapje? Maar Helen is serieus: ik moet voorzorgen treffen, want de temperatuur zou de nacht erop slechts 20 graden bedragen. Ik leg haar uit dat we bij 20 graden in België nog altijd op een terrasje zitten. Ze is niet overtuigd. ’s Avonds lijkt mijn chalet een Finse blokhut: de open haard knettert en ik brand mij bijna aan drie hete waterkruiken in mijn bed.

Theeplantages en op de achtergrond het Nyungwe woud

Theeplantages en op de achtergrond het Nyungwe woud

Ik loop de Isumo trail, met mijn gids David, een relatief korte wandeling van gemiddelde moeilijkheidsgraad. Hij is bioloog en heeft les gegeven. Maar hij vond dat saai en gids betaalt – toch wel spijtig – veel beter als leraar. Wat is het van een mysterieuze schoonheid, dit honderdduizenden jaren oude woud. Een kluwen van bomen, lianen en planten. Een wildernis waar 13 apensoorten hun thuis hebben, meer dan 300 vogelsoorten en een ongeziene bloemenweelde waaronder 154 soorten orchideeën. Hier ontspringen de bronnen die de Nijl en de Congo voeden. Net als alle bossen en wouden kapte en brandde homo sapiens zich een weg door het groen. Maar al relatief vroeg, in de jaren ’80, is men Nyungwe gaan beschermen. Miljoenen mensen hangen immers van dit water af. Nyungwe Nziza is een project dat het toeristisch potentieel van het woud ontsluit. De filosofie is veelbelovend: betrekken van de lokale gemeenschappen zodat ze er zelf inkomsten uit kunnen halen en werk vinden. Zo hebben ze tenminste een aanmoediging om de biodiversiteit van het woud te behouden. De Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking, USAID, zit hier mee achter. Mooi zo, het is eens iets anders dan investeringen in defensie, wapens of bedenkelijke economische maatregelen. Anderzijds denk ik dan: David was leraar, en is nu gids, wellicht omdat hij door Amerikaanse steun beter betaald wordt.

CIMG0135

Na 10 minuten wandelen stopt hij. Bladeren ritselen, takken zwiepen. Zwarte gezichtjes met witte bakkebaarden gapen me vanuit de bomen aan. Ze hebben een mantel van lange witte haren rond de schouders. Eén voor één komen ze de bomen uit. Ze buitelen, tuimelen, springen, rennen. Eén exemplaar daagt mij uit door een paar keer rakelings langs mijn benen te scheren. Wat zijn het speelvogels, deze Angolese franjeapen. Ze zijn met een veertigtal. De leider glijdt uit zijn boom en neemt de groep op sleeptouw. Ze verhuizen over een theeplantage naar een ander deel van het Nyungwe National Forest in Rwanda. En wij lopen mee. Zij kijken wat argwanend naar die grote filmende aap achter hen, ik naar die apen voor mij. Wat een ervaring. We lopen nu langs de theeplantages. Ik zuig de frisse lucht in mijn longen. In de verte zien we chimpansees slingeren in de bomen. We schuiven behoedzaam over het glibberige pad richting het woud. Een fel gele bloem leidt mijn aandacht af, waardoor mijn linkervoet vooruit slipt. Zo komt ik tot een prachtige spreidstand die mijn liezen op de proef stelt. Ik trek met enige moeite mijn linkervoet terug, sta recht, verlies opnieuw het evenwicht en knal met mijn zitvlak tegen de grond. Met pijnlijk staartbeentje, verrokken lies en slijkbroek word ik door het duistere, ruige regenwoud opgeslorpt. Om eerlijk te zijn ben ik geen fan van wandelen in regenwouden. Ik zie ze liever van op afstand. Ik krijg er steeds een lichte vorm van claustrofobie. De bomen staan dicht bij elkaar en ontnemen het zicht. Instinctief vrees ik deze groene hel: ik weet dat er giftige creaturen vliegen, kruipen, sluipen en dat er vuile parasieten schuilen. Ja maar zeggen de reisbrochures dan: die geweldige biodiversiteit, dat is een toeristische troef. Wel sorry, maar om van de biodiversiteit te kunnen genieten, moet je je af en toe wel eens concentreren en dat gaat nu juist moeilijk in de omgeving van een tropisch woud. De vochtigheid ontneemt de adem. De broeierige hitte perst liters zweet uit de poriën. Bovendien probeer je niet uit te glijden over de dikke lagen rottend humus of de sponzige mossen, waardoor je voortdurend naar de eigen voeten kijkt. En de kans om beesten te zien is nihil.

Angolese franje apen, Nyungwe woud

Angolese franje apen, Nyungwe woud

Maar elk regenwoud heeft prachtige verrassingen in petto. Na een uur of twee opent het bos zich en ontvouwt zich een natuurlijk groen amfitheater. In het midden dendert een waterval naar beneden. Het opspattende water zorgt voor een mistige sfeer. In het theater laten zich rode borstels van bloemen bewonderen en orchideeën, bromelia’s, begonia’s, palmbomen en eeuwenoude boomvarens. Lianen hangen als slingers in een kerstboom op en tussen de bomen. Diepe donkere spelonken herbergen duizenden vleermuizen. Een aanrader, Isumo Trail.

De genocide in Rwanda: het onverteerbare is nog lang niet verteerd

Posted on februari 1, 2015

“Het lijden van de genocide, je zal dat doorgeven aan jouw kinderen. Het lijden zal niet snel verdwijnen. Je zal het meenemen van generatie naar generatie”. Het is een citaat van een medewerker van Simon Wiesenthal op een eerste conferentie over de genocide in Kigali in 1995 . Als ik bijna 20 jaar na die conferentie – februari 2014 – voor het werk voor de allereerste maal in Rwanda ben, kan ik dat alleen maar bevestigen. Geen dag gaat voorbij of je hoort wel een verwijzing naar deze gruwelijke gebeurtenis.

 

Het begint met de verplaatsing die ik maak vanuit Kigali naar een school. Bij het uitrijden van Rwanda’s hoofdstad passeren we een uitgestrekte vallei met moerassen. De chauffeur vertelt hoe mensen in de begindagen van de genocide naar deze moerassen gevlucht waren. Het waren de ouderen, de zwakkeren, de zieken, de ouders met kinderen: diegenen die niet konden ontsnappen in verderaf gelegen bossen en wouden. Zij kozen om zich te verschuilen tussen de lange stengels papyrus en in het water en de modder. Tijdens de razzia’s hielden ze zich onder water, met een rietje om te ademen. Kinderen moesten tot hun kin in de modder staan, verscholen tussen de bossen papyrus. Wie een kik zag de machetes flitsen, of dat nu baby’s, kinderen, moeders of bejaarden waren. Achteraf zie ik een filmpje op Youtube met het verhaal van één van de overlevenden van de moerassen: Angélique Mukamanzi. Ik word onpasselijk van de details van het moerasleven en de onmenselijkheid, de methodische moordmachine van de doders.

 

In Kibuye aan het Kivumeer – vandaag vredig, rustig, mooi – vertelt een man mij over de “Kibuye massacres”: de slachting van 20.000 mensen op een paar dagen tijd. Ik zie de Sint Jans kerk waar duizenden vluchtelingen dachten bescherming te vinden. Het mocht niet baten. Met goedkeuring van de lokale autoriteiten omsingelde een meute de Kerk. Nog een laatste gebed. Daarna werden alle vluchtelingen – naar verluidt op één na – door interahamwe milities, politie en gewapende burgers in het “huis van God” afgemaakt, met geweren, granaten, machetes en speren. Een slachting van ongewapende burgers, omdat ze tot een andere etnie behoorden, of omdat ze “heulden” met de andere etnie.

CIMG0164

Slachtoffertjes van de genocide. Rechts Antoine met zijn fiets.

Een Belgische vertelt mij hoe haar Rwandese vriendin vandaag nog steeds geen water uit een kraan kan horen lopen. Het doet haar denken aan het vruchtwater dat spoot uit opengesneden zwangere buiken van vrouwen. Een kennis van mij vertelt hoe zijn vrouw dagenlang rondzwierf op blote voeten, angstvallig wegen vermijdend, nadat ze haar eigen broer heeft zien afslachten met machetes. Mijn gids David vertelt in het Nyungwe woud spontaan dat tientallen mensen in penibele omstandigheden samen hebben geleefd met de vleermuizen in de donkere, vochtige grotten en spelonken van dit oerwoud. In Hôtel des Milles Collines krijg ik te horen dat dit het fameuze “Hotel Rwanda” is, waarover in 2004 ook een film gemaakt is. Hotel Rwanda vertelt het verhaal van Paul Rusesabagina, een Hutu, getrouwd met een Tutsi, en hotel manager die 1.268 Tutsi’s zou beschermd hebben tegen de razernij.

CIMG0161

De gorialla belt naar de wereld om die wereld aan de genocide te herinneren

Na al die anekdotes en kortverhalen besluit ik om mijn verblijf in Rwanda af te sluiten met een bezoek aan het Genocide Memoriaal in Kigali. Het initiatief komt van de Britse organisatie Aegis Trust, die zich toelegt op de bewustmaking en educatie rond genocides op wereldvlak. Het memoriaal is verrezen op deze plek, waar 250.000 genocideslachtoffers hun laatste rustplek hebben gevonden.

De genocide is niet één moord op mensen, het zijn honderdduizenden individuele moorden op evenveel individuen

De tuin rond het museum straalt sereniteit uit. Duizenden ongeïdentificeerde lijken liggen samen. De namen van diegenen die bekend zijn staan op muren gegrift. Er zijn tuintjes, die bol staan van symboliek. Heel mooi vind ik het standbeeldje van een gorilla met een GSM aan het oor. Hij belt naar de wereld, om die wereld te herinneren aan de gruwelen van de genocide. Even mooi vind ik de rozentuin, met rozen die alle individuele zielen symboliseren. De genocide is niet één moord op mensen, het zijn honderdduizenden individuele moorden op evenveel individuen, zoals elders in het museum te lezen staat. Iedere individuele moord geeft aanleiding tot onuitputbaar verdriet bij nabestaanden, familie, vrienden. Dat is ontegensprekelijk de sterkte van dit museum: de genocide krijgt vele individuele gezichten door middel van duizenden grote en kleine foto’s van slachtoffers, van families, van baby’s, kinderen, tieners, ouders, ouderen. Loop je al hoofdschuddend langs alle foto’s met afgebrande huizen, verminkte lijken en stapels schedels en beenderen, dan grijpt de “kinderkamer” pas echt naar de keel. Deze sectie van de tentoonstelling heet toepasselijk “Tomorrow lost” (de verloren toekomst). Ik slik, moet even vechten tegen tranen, mompel in mezelf: hoe is het in ’s godsnaam mogelijk? De gruwel krijgt het gezicht van lieve, vrolijke baby’s en kinderen. Levensgrote foto’s hangen van hen op, met een plakkaatje dat toelichting geeft bij hun veel te vroeg onderbroken leven.

 

Antoine bijvoorbeeld:
Leeftijd: zes
Lievelingsspeelgoed: zijn fiets
Lievelingsdrankje: Fanta;
Beste vriend: zijn zusje;
Doodsoorzaak: afgeslacht met de machete.

 

Over baby Uwase:
Leeftijd: twee
Lievelingsspeelgoed: pop;
Favoriete voedsel: frietjes en rijst;
Beste vriend: papa;
Doodsoorzaak: tegen een muur te pletter geslagen.

 

Met de keel dichtgeknepen passeer je zo van kind tot kind, je kruist hun ogen, je ziet hun lach. Die paar woorden op de plakkaatjes, in combinatie met de foto, zijn mokerslagen op het menselijk geweten en de gevoelens. Het zegt zoveel meer als die droge statistieken: van een half miljoen tot 1 miljoen doden op een paar maanden tijd: ongelofelijk erg, maar het zijn cijfers, waarmee we iedere dag via televisie, kranten en sociale media om de oren geslagen worden. Maar de ogen van Antoine en Uwase verbrijzelen statistiekjes en politieke discours. 6 en 2 waren ze. Kinderlijke onschuld, kleine, weke rietstengeltjes die priemden naar de zon. Plots stonden ze in de schaduw, ze zijn afgerukt, afgehouwen, verwelkt, verdwenen. Nooit hebben ze geweten wat hun beulen dreef. Mijn haar op mijn armen staat recht, een koudegolf trekt over mijn ruggengraat, ik word kwaad, maar er is niemand om tegen uit te vallen. Het museum herinnert aan de vele andere genocides van de 20ste eeuw: the killing fields in Cambodia, de holocaust tijdens Wereldoorlog II… En het ergste is dat de mensheid niet leert. Zullen onze achterkleinkinderen ooit hoofdschuddend door een sectie “genocides van de 21ste eeuw” lopen?

Kibuye aan de Kivu

Posted on januari 25, 2015

Chillen in Rwiza lodge

 

Vroeger leerden we dat de hemel boven ons ligt, en de hel onder ons. Maar in realiteit is de hemel vaak ook een hel, en de hel soms hemel. Het Kivumeer en omgeving is zo’n plek. Aan Congolese kant is het al jaren – tot op de dag van vandaag – een hel. Maar in Rwiza Village Guest House aan Rwandese kant lijkt de Kivu terug het paradijs op aarde. Ik lig in mijn bed in een van de 9 kleine hutjes om 6 uur ‘s ochtends. Zonnestralen strelen zacht mijn hoofd. Ik takel mijn oogleden open, hijs mijn hoofd uit het donzige kussen en zie hoe het meer baadt in duizenden glinsteringen onder de ochtendzon. Gezang weergalmt over het rimpelloze water. De dappere vissers peddelen na een lange nacht arbeid met hun vangst terug naar de oever. De boten bestaan uit drie kano’s die aan elkaar geklonken zijn met houten staven en waartussen men netten heeft gespannen. Motoren gebruiken de vissers van het Kivumeer niet. Ik kruip uit mijn bed en plof in mijn ligstoel op het terrasje. Na een vermoeiende missie van twee weken word ik weer meester van mijn tijd. Ik word niet langer geleefd van uur tot uur door mijn agenda. Ik ben alleen, het ruimtegevoel is overweldigend, de stilte oorverdovend. Wat verschilt mijn leven toch van die van de vissers: de open ruimte is hun thuis, stilte hun metgezel, agenda’s onbestaande. De vissers hebben geen agenda nodig: de zon en het licht gidsen hen in wat ze doen. Bij zonsopgang varen ze naar de oever om vis te verkopen. Bij zonsondergang varen ze uit om vis te vangen. Een kleurrijke menigte dorpsbewoners met emmertjes verzamelt zich op de oevers. Een grenadierwever landt op mijn balkon. Ik zeg hallo aan dit feloranje vogeltje met zwarte borst. ’s Avonds, wanneer ik op mijn dooie eentje een reusachtige vleesbrochette verorber op het panoramische terras van Rwiza Village Guest House, verlaten de vissers de steigers opnieuw, de geel rode zonsondergang tegemoet. Ik ben zen als een monnik in een klooster.

 

John is de buitengewoon sympathieke receptionist van Rwiza Village Guest House. Hij vraagt of ik reclame kan maken via Facebook. Want de mensen komen niet uit schrik voor de genocide en de slechte berichtgeving rond het Kivumeer: oorlog, rebellen, kindsoldaten, verkrachtingen, “etnische” conflicten. Hij schudt het hoofd en zegt: “De genocide is 20 jaar geleden en sedertdien is het hier kalm en vredig”. Dat kan ik alleen maar bevestigen. Op een avond wandel ik over de weg van het centrum van Kibuye naar het enige kilometers verderop gelegen Guesthouse. De weg is een perfect onderhouden biljartvlak. De scholen zijn net uit. Joelende kinderen lopen achter me aan. Na een minuut of vijf ben ik verzwolgen in een enorme zwerm schoolkinderen. “Mzungu, mzungu” (blanke, blanke)! Ik lijk wel Sinterklaas, omstuwd door giechelende en gillende jongens en meisjes. Mama’s kijken geamuseerd. Eentje ervan zegt in het Frans: “Je maakt hen aan het lachen”. Ze knikt vriendelijk. John staat langs de kant van de weg, hij kijkt met een mengeling van verbazing en amusement wanneer hij mij te midden van een stoet naar het Guesthouse ziet trekken.

 

De omgeving van Kibuye: waar Rwanda niet zo nieuw is

 

Tijdens mijn anderhalve werkweek in Kigali sjeesde ik over asfaltwegen in kraakwitte terreinwagens van bureau naar bureau en van modelschool naar modelschool. Ik logeerde in een hotel met een suite dat dubbel zo groot is als mijn appartement thuis. Ik at steak met drie soorten roomsaus, Koninginnehapje met frietjes, Pizza Hawai en Dame Blanche in restaurant “The New Cactus” met spectaculair zicht over de stad. Ik dronk in het weekend Campari Orange in Hôtel des Mille Collines. Ik wandelde met gerust hart door residentiële straten met perfecte voetpaden en vol met bloemen en bomen, geen plastiekzak of papiertje op de grond. Een paar jaar geleden is Kigali nog uitgeroepen tot properste stad van het Afrikaanse continent. Ik vergaderde in een net onderhouden tuin naast het zwembad in de sportclub van Kigali, waar mensen onder palmbomen op hun IPads of GSM tokkelen. Grote panelen in het straatbeeld maken duidelijk dat corruptie niet getolereerd wordt en schadelijk is voor de gemeenschap. Wolkenkrabbers steken in de lucht, gevuld met banken en winkels. Kigali: de blitse hoofdstad van het Singapore van Afrika.

 

Hoe anders is het Rwanda dat zich nu rondom mij uitstrekt. Ik zit achter op een motoconcho in de rurale omgeving rond Kibuye. Urenlang hotsen we over onverharde wegen, putten en stenen geselen mijn zitvlak, een helm waggelt pro forma op mijn kruin. Dit is het Rwanda van de theeplukkers. Van boerinnen die, met baby op de rug en onder een loden zon, ganser dagen onverdroten thee plukken voor de fabriek van Gisakura Tea Estate. In de fabriek zelf laden arbeiders de zakken met verse theeblaadjes uit. Andere arbeiders gooien houtblokken in de ovens die de thee moeten branden. Een kwaliteitsverzorgster controleert blaadjes op ongeregeldheden. Een vrouw slurpt thee en spuwt weer uit.

 

Een dag later spring ik op de bus van Kibuye naar het Nyungwe Woud in het Oosten van Rwanda. Geen moderne bus zoals in Kigali, maar een aftands en afgedankt exemplaar geschonken door “het volk van Korea”. Juten zakken liggen opgestapeld in een kooi achteraan. Het vulsel van de banken puilt uit scheuren. Ongevraagd komt er een jeep aangereden die me mee wil nemen. Gefronste blikken zijn mijn deel wanneer ik weiger de jeep in te stappen. Een vrouw lacht en schudt het hoofd: “Vous ne voulez vraiment pas prendre la voiture? ». En ik : « non, je veux voyager comme vous ». De vrouwen giechelen. Wat volgt is een ononderbroken busrit van zeven uur. Maar de beloning voor de benieuwde reiziger is navenant. De bus slingert rond talloze baaien en strandjes van het Kivumeer. Dit is het Rwanda van de stoffige onverharde wegen, van het harde labeur op het veld, van scholen zonder materiaal, van mensen die Engels noch Frans spreken, van mensen die geen “mzungu” zien, van dorpen zonder riolering en waterleidingen. Hoewel de Chinezen hier danig in de weer zijn met het aanleggen van asfaltwegen, kanalen en afvoersystemen. Met een strooien hoedje op het hoofd sturen zij om de zoveel kilometer een team van Rwandezen aan. Dit is het Rwanda waar mensen via de open ramen in en uit de bus springen omdat de deuren gebarricadeerd zijn, van geïsoleerde dorpen die op deze bus wachten voor hun voedselvoorziening, van honderden kinderen die samentroepen rond de bus om de mzungu te zien, van de student informatica die mij vraagt hoe hij België kan binnengeraken omdat er geen enkele toekomst is voor hem in Rwanda. Het andere Rwanda: het gezicht van het platteland, vooralsnog in schril contract met het Rwanda van het economische mirakel.

 

Schoolkinderen op de weg tussen Rwiza Village Guest House en het centrum van Kibuye

Schoolkinderen op de weg tussen Rwiza Village Guest House en het centrum van Kibuye

Achteraan de motoconcho, langs de theeplantages van Gisakura Tea Estate

Achteraan de motoconcho, langs de theeplantages van Gisakura Tea Estate

Theeplukster met kind, op de theeplantages van Gisakura Tea Estate

Theeplukster met kind, op de theeplantages van Gisakura Tea Estate

Zonsondergang, Kivumeer

Zonsondergang, Kivumeer

Grenadierwever

Grenadierwever

Het stoffige, kleine, charmante centrum van Kibuye

Het stoffige, kleine, charmante centrum van Kibuye

De vissers varen de zonsondergang tegemoet op het Kivumeer

De vissers varen de zonsondergang tegemoet op het Kivumeer

Een ontnuchterende rondreis langs landbouwscholen in Bas-Congo

Posted on augustus 18, 2014

“Adressez-vous d’abord au secretariat” lees ik boven het raampje. Ik ben zonet het directoraat binnengestapt van de technische landbouwschool Nzolo in Kimpese. Een lessenaar staat onder het raam, de vier poten in een hoop bij elkaar geharkte bladeren. Naast de lessenaar staat een antieke fiets. Geen spoor van een secretariaat. We zeggen goedendag tegen de pedagogische begeleider. Hij zit in een rommelig hok met papieren en tekeningen aan de muren. Kalenders prijzen Princess Claire schoonheidsproducten aan, en diensten en producten van de Indische telecommunicatiegigant Airtel en de multinational Beltexco. Er hangt wat rudimentair pedagogisch materiaal, zoals een kaart van Congo gemaakt met steun van het Waals Gewest en een tekening van het spijsverteringsstelsel. In het bureau van de directeur liggen stapels hopeloos verouderd leermateriaal en curricula. Er staan twee typemachines waarvoor men op de antiekmarkt van de Brusselse Marollen geld zou geven.

 

De bureaus van directeur en pedagogisch begeleider doen het ergste vermoeden voor de klaslokalen. De directeur leidt ons rond. Zelfs elementaire zaken als elektriciteit en water liggen niet voor de hand. De directeur legt uit dat een generator regelmatig moet inspringen wanneer de elektriciteit uitvalt. Er is trouwens ook geen water op de school. Leerlingen scheppen water in een rivier verderop. De lokalen mankeren vaak ramen en deuren, zodat tropische regens naar binnen kunnen kletsen. Een golfplaten afdak tovert in combinatie met de loden zon de “stalletjes” in sauna’s om. In sommige klaslokalen zijn de zwarte borden in scherven gebroken. Muren zijn mismeesterd met graffiti en slogans. Het schoolreglement staat met stift op de muur van een klaslokaal gekrabbeld. De witte hemden van de leerlingen steken af tegen de vuile muren. De school beschikt over geen enkele computer. Toch moet het vak ICT gegeven worden. Dat gebeurt dan met de persoonlijke computer van de ICT-leraar. Eén computer voor bijna 200 leerlingen.

 

Meisjes en jongens zitten samen in klassen, maar vrouwen zijn in de minderheid. Op 190 leerlingen zijn er 134 jongens, op 22 leraars 2 vrouwen. En dan stuurt men nog eens zwangere meisjes de laan uit. Tienerzwangerschappen zijn taboe, net als seks. Illustratief daarvoor zijn de knullige potloodtekeningen in het bureau van de pedagogisch begeleider die het leven van man en vrouw uitbeelden, van verloving tot kinderen baren. Een eerste tekening laat een man zien, die een meter naast een vrouw staat met zijn hand op haar rug: de verloving. Op de tweede tekening ligt zijn hand om haar hals, hoewel hij nog steeds onnatuurlijk een meter van haar af staat: de definitieve verbintenis. Het huwelijk wordt uitgebeeld door de derde tekening. De man staat – eindelijk – tegen de vrouw. En de vierde tekening verbeeldt al direct de verloskamer: de geboorte. Wat er gebeurt tussen het huwelijk en de geboorte is taboe: ooievaar, bloemkolen? Nochtans krijgt de directeur op zijn school geregeld te maken met meisjes die zich in fase 4 bevinden, zonder fase 3 doorlopen te hebben. Resultaat: exit van de school en soms ook exit thuis.

In sommige klaslokalen zijn de zwarte borden in scherven gebroken. Muren zijn mismeesterd met graffiti en slogans. Het schoolreglement staat met stift op de muur van een klaslokaal gekrabbeld

Niet veel beter is het in Bolingo, een andere technische landbouwschool rond Kimpese. Elektriciteit? Soms wel, soms niet. Pedagogisch materiaal: veel te weinig. Computers? Geen enkele. Een telefoon? Neen. Maar naast infrastructuur en materiaal is een ander groot probleem het onderwijsniveau van de leraars zelf: 12 van de 21 leraars heeft geen enkele pedagogische opleiding genoten in Bolingo. Vrouwen in het lerarenkorps? Twee. In Nzolo heeft de helft van de leraars nooit een pedagogische opleiding gehad. In de iets beter geëquipeerde technische landbouwschool in de Botanische Tuin in Kisantu: 18 leraars waarvan er 10 geen enkele opleiding hebben genoten. Er is één vrouw. In de landbouwrichting zitten slechts 10% meisjes. Dat is behoorlijk gek als je weet dat 80% van de mensen die actief zijn in de landbouw vrouwen zijn. Vrouwen zijn goed om de ongekwalificeerde handenarbeid te verrichten. Opleidingen die leiden naar kwalificaties en dus meer status en loon zijn mannenterrein.

 

Deze drie landbouwscholen reflecteren de lamentabele situatie van het technisch onderwijs. 90% van de technische scholen beschikt over onvoldoende pedagogisch materiaal om goed les te kunnen geven. Slechts 40% van de leraars in technisch onderwijs heeft een pedagogische opleiding gekregen. De infrastructuur is ondermaats. De verhoudingen tussen meisjes en jongens flink scheefgetrokken. Het onderwijs is ook weinig praktijkgericht en relevant. Laat ons het voorbeeld van ondernemerschap nemen. Dat is net als ICT in mooie curricula gegoten, maar leeft niet in praktijk. In de school in Kisantu maak ik voor de eerste maal kennis met een productie eenheid. Landbouwscholen hebben wat grond, de één meer dan de ander, waarop leerlingen groenten en fruit leren telen. In Kisantu leren leerlingen rijst, maniok en ajuinen verbouwen en fruitbomen planten, in Bolingo appelsienbomen, mangobomen, acacia’s, bananen, avocado en ajuin. De leerlingen verkopen de opbrengsten op de lokale markt, zodat ze het schoolgeld kunnen betalen. Scholen financieren zo zichzelf, geen luxe als je weet dat scholen maximum 50 dollar aan werkingskosten krijgen. En even vaak komt dat geld nooit aan. Het gekke is dat men er niet opkomt om de productie eenheden te gebruiken om ondernemerschap aan te leren. Zo geven die productie eenheden overlevingslandbouw door. Leerlingen leren er niks meer dan wat ze van hun ouders leren: rijst en maniok telen en verkopen op de markt en zo overleven. Het gevolg is dat de productie eenheden ook niet winstgevend zijn.

90% van de technische scholen beschikt over onvoldoende pedagogisch materiaal om goed les te kunnen geven. Slechts 40% van de leraars in technisch onderwijs heeft een pedagogische opleiding gekregen

Het technisch onderwijs staat zo lichtjaren af van de sociaal-economische behoeften van Congo. Het land is virtueel in staat om met zijn landbouw zichzelf en andere Afrikaanse landen te voeden. Maar vandaag moet Congo eten importeren. Wat moet er gebeuren? De productie verhogen door verbeterde teelttechnieken en beter zaaigoed bijvoorbeeld. Meer aandacht besteden aan industriële landbouw en ondernemerschap ook. En daarin speelt ook onderwijs een rol. Maar dan moet ondernemerschap echt gaan leven in de geesten van ambtenaren van het ministerie van onderwijs, van schooldirecteurs, van leraars en uiteraard de leerlingen zelf. En betrek als school diegenen die ondernemerschap het beste kennen: de ondernemers. Pater Charles, directeur en initiatiefnemer van CIVAK bijvoorbeeld, het “Centre d’ Information et de Vulgarisation Agroalimentaire de Kimpese”. Het hoofddoel van dit centrum is om de oogst aan de hand van nieuwe en betere technieken te verwerken tot kwalitatief meer hoogstaande producten. Of Madame Gratitude, directeur van CETRAPAL, een bedrijfje dat landbouwproducten verwerkt en transformeert. Pater Charles en Madame Gratitude hebben wat veel andere Congolezen vooralsnog niet hebben: een ondernemerschapsgeest. Ze denken: we moeten iets meer doen dan alleen maar maniok, of rijst, of groenten planten, oogsten, naar de locale markt versjouwen en verkopen om opnieuw te beginnen. Waarom geen bier maken, of Kambucha thee, fruitsap, confituur, of gedroogde gember? Waarom niet zoeken naar een meerwaarde voor producten? Je kan dan meer verdienen en je bedrijfje laten groeien. Meer werkgelegenheid, meer inkomsten voor de lokale gemeenschappen, meer kansen voor vrouwen. Dus: waar wacht het onderwijs op? De kwaliteit van infrastructuur moet naar omhoog, leraars gevormd, materiaal ter beschikking gesteld. Het landbouwonderwijs moet meer meisjes aantrekken (Madame Gratitude is een landbouwkundige bijvoorbeeld). En aan het onderwijs om ondernemerschap mee te ondersteunen en de fundamenten te leggen van Congo als “graanschuur van Afrika”. Mijn organisatie VVOB werkt daaraan graag mee, maar daarover schrijf ik eens een apart blogartikel.

Technische landbouwschool van Nzolo in de provincie Bas-Congo

Technische landbouwschool van Nzolo in de provincie Bas-Congo

Landbouwschool van Nzolo: zelfs elementaire materiaal als schoolborden is niet evident

Landbouwschool van Nzolo: zelfs elementaire materiaal als schoolborden is niet evident

Adressez-vous d'abord au secretariat...

Adressez-vous d’abord au secretariat…

Madame Gratitude in haar “bedrijfsomgeving”

DSC00105

Leerlingen veeartsenij in de landbouwschool van Bolingo, provincie Bas-Congo

%d bloggers liken dit: