Reizen ginderachter

Reisverhalen over plekken met een verleden, scholen, unieke landschappen en onbekende verweggistans

Posts from the “Midden-Oosten” Category

Hoe gaat het nog met jullie, Syrische vrienden?

Posted on mei 28, 2015

Het gezin op de citadel van Qala’at Mudiq


Het was Paasweekend in 1999. We reden achterop een brommertje het Qala’at Mudiq op. Een vriendelijke man nodigde ons een uurtje eerder in de Romeinse site van Apamea uit voor een etentje in zijn tuin, samen met zijn vrouw en kindjes en enkele kameraden. Syrische gastvrijheid. We passeerden de 13de eeuwse fortmuren van de Mamelukken, de beruchte Turkse soldaat slaven die de Mongolen overwonnen. Ezels, schapen en geiten fourageerden in de nauwe straatjes met ruwe kasseien. De zichten over de Orontes vallei snijden de adem af. Het was een mooi gezin. Ze toonden affectie, er waren aanrakingen, een arm om de schouder. Traditionele Syrische kost stond voor onze voeten: falafels, kekererwtenpasta, komkommer en tomaten, geitenkaas, groene olijven en plat brood. We aten met de familie uit één bord. Daarna zakten we in de kussens. Een glaasje muntthee, en gebakjes die de suikerspiegel het heelal indrijven. Het voelde wat ongemakkelijk, deze gastvrijheid. Ik vroeg me af of we niet plots geld moesten gaan ophoesten. Dat bleek volslagen onterecht. Nu is het 2015. Wie in Google “Qala’at Mudiq” in typt ziet filmpjes met explosies op en rond de citadel. Afbeeldingen van een dood kind. Jammerende ouders. Hoe is het met dit gezin, met de twee schattige kindjes? Staat hun huis er nog? Ik kijk naar de foto’s en ik denk aan deze mensen in het diepst van mijn gedachten.

img010 img009

 

De oude man van Hama


“De noria’s van Hama kleurden rood van bloed”, zei je. Je droeg een grijze jas, een muts op het hoofd, sjaaltje om de hals. Ik ontmoette jou in een cafeetje, mijn waarde vriend-voor-één-avond. Munttheetjes stonden op een plastieken tafeltje met een rood tafelkleedje. Spreken gebeurde op gedempte toon, af en toe onderbroken door het geklingel van het lepeltje in de theeglaasjes. Suiker danste rond en maakte de thee troebel, in tegenstelling tot jouw ogen die kwiek voor zich uit keken. Je vertelde over tanks die huizen aan flarden schoten, vliegtuigen die bommentapijten braakten, bulldozers die een stad tot een lege steenwoestijn transformeerden. 25.000 doden. Eén van jouw eigen kinderen droeg je ten grave. Dat was in 1982. Even keek je in het oneindige, alsof je jouw kleine jongetje zag rondhuppelen in het paradijs. Na al die jaren scheppen de raderen van de noria’s alweer bloed, arme opa. Is jouw bloed erbij? Of is jou een rustige natuurlijke dood gegund geweest, omringd door geliefden? Of leef je nog? Ik weet niet wat ik moet hopen. Hopelijk zwaaien jouw kinderen en kleinkinderen niet met een kalasjnikov aan het front. Hopelijk leven ze nog. Maar wat mag ik er verder over hopen?

img557

 

De kinderen van Jebel Qassioun


Ook deze foto dateert uit het niet-digitale tijdperk. Het is 1999. Hij is wat vaag omdat hij genomen is bij valavond en ik nu eenmaal geen professionele fotograaf ben. Deze baasjes spelen in de nauwe straatjes op Jebel Quassioun en achtervolgen ons tot op de top, dat een onvergetelijk panoramisch zicht geeft over Damascus. Ze lachen, ze amuseren zich, er is werkelijk niks kwaads te bespeuren in deze lieve jonge jongetjes. Geen gezaag om dollars of baksheesh. De schemer valt, de klagende gezangen van honderden muezzins vibreren boven Damascus bij valavond. Groene, blauwe en gele lichtjes kleuren weldra de duisternis. Onvergetelijk. Maar hoe zou het dit viertal vandaag vergaan, nu ze twintigers zijn? Zij die hun kindertijd doorbrachten op die berg waar Bashar al-Assad tegenwoordig zijn hoofdkwartier heeft?

img012

 

De mannen in de Ommayyaden moskee


Koel aan zitvlak en hoofd is het, daar onder de zuilengalerijen van de oude Ommayyadenmoskee in Damascus. Stilte voor de oren, schaduw voor de ogen. Rust te midden van de vibrerende souqs er rond. Plots vallen twee smalle schaduwen over mij. “Assalam alaikum” (vrede zij met u), zeggen twee vriendelijke heren. Ik antwoord “wa-alaikum assalam” (en met u de vrede). Het begroetingsritueel is een klein gebedje waarbij men God vraagt de andere te zegenen en vrede te schenken. We babbelen over ditjes en datjes. Ze nodigen ons uit voor een diner bij hen thuis. Ongedwongen Syrische gastvrijheid. Zou het vandaag nog altijd diezelfde oase van rust zijn? Zouden de mannen vandaag nog steeds “Vrede zij met u” zeggen? Of geloven ze daar al lang niet meer in? Toch van mijnentwege: “Assalam alaikum”, mijn beste Syrische vrienden.

imge010

 

Abdullah, de komiek van Riad Hotel


Wanneer je thee liet aanrukken in Riad Hotel stond er een theeglaasje teveel op het dienblad. “Altijd klaar staan voor het geval er een mooi meisje opduikt”, verklaarde je. De volgende dag schreed er een jonge Australische in strak rood kleed jouw lange en krakende trap op. “Welcome in Riad Hotel”, zei je met een grijns van Syrië tot Papoea Nieuw-Guinea. In een fractie van een seconde toverde je een dienblad met – wonder boven wonder – drie theeglaasjes op de toog. Met een knipoog in mijn richting mikte je van een meter hoog de thee de drie onooglijk kleine glaasjes in. Op jouw gezicht staat “zie je nu” te lezen. Je neuriede “Lady in red”. Je hield van theater spelen. Mijn mama die je zo graag jende, bijvoorbeeld wanneer ze geen WC-papier had op de kamer: “Gebruik dan maar de gordijnen, of de kussensloop”. Op een dood moment in een vroege avond vroeg je me jouw hotel over te nemen. Hilarisch was het, de verbaasde gezichtjes van vier Spaanse backpacksters aan wie ik mij presenteerde als Abdullah. Eén ervan checkte de Lonely Planet. Ik zie ze kijken: “jawel, de manager heet Abdullah”. En ik zie ze denken: “die gast ziet er nochtans niet uit alsof hij Abdullah heet”. Ik knipte met mijn vinger en jij kwam plechtig de thee binnenbrengen. Jouw ogen twinkelden, net als de mijne. Je hield ervan mensen voor de gek te houden. Hoe is het met jou, waarde vriend? Australische schoonheden zal je wellicht niet meer zien.

foto57

 

Mohammed, de sleutelbewaarder van Qasr Ibn Wardan


Hoe is het nog met jou, Mohammed? Jij, de sleutelbewaarder van het bizarre Qasr Ibn Wardan, 80 km buiten Hama. Volgens de Lonely Planet moesten we naar jou vragen in het dorp. Want jij alleen had de sleutel tot dit paleis of kasteel, met kerk. Byzantijns, naar verluidt, 1.500 jaar oud. Men heeft nog altijd geen idee wat keizer Justinianus vanuit Constantinopel bezielde om een chique paleis neer te poten in een lege steenwoestijn, ver weg van de bewoonde wereld. Er is nooit sprake geweest van een dorp hier. Ook vandaag in de hypergeavanceerde 21ste eeuw leven er bedoeïenen in hun bruine tenten. Ze hoeden schapen en geiten. We hoefden jou niet te zoeken. Je zat aan jouw tafeltje, muntthee pruttelde alweer een glaasje in. Naast het tafeltje stond een rode motor. Daarop scheurde je af en aan tussen Qasr Ibn Wardan en jouw huis, een stofwolk achterlatend in dit landschap van hardgebakken aarde. Ik zie jouw rode Arafatsjaal en witte kleed al wapperen in de wind. Een vriendelijke man was je. En waar ben jij nu, wat doe je? Zelfs de Byzantijnen die leefden in het Qasr Ibn Wardan en wel wat bloedgespetter gewoon waren, zouden duizelen van de honderdduizenden die de afgelopen jaren gesneuveld zijn in de Syrische hel.

foto31

 

De falafelmakers van Serjilla


Hoe zit het met jullie, jongens van de pittabar in het dorpje Serjilla? Geen pittakot in heel België dat kan tippen aan jullie falafels. De lekkerste ooit gegeten. Een rijtje vers gemaakte falafelballetjes, verse tomaten, een laagje verse koriander, een laagje verse munt. Geen vetbom waarbij een dikke saus de smaakpapillen verlamt, maar een falafelbroodje met een delicate en aromatische smaak, een pitta voor de fijnproevers. Maken jullie nog altijd de lekkerste falafel ter wereld? Ik zag de puinhopen en huilende mensen in jullie dorp op Youtube. Ik kende jullie allemaal maar oppervlakkig. Maar we hebben samen gelachen en gepraat. Genoeg om concrete gezichten te plakken op de horror van Syrië. Ik duim voor jullie, voor wat het waard is…

foto54

 

De kelners van het restaurant tegenover de Al-Nuri Moskee


Hoe is het nog met jullie, de nette en sympathieke jongens die met thee en waterpijp aan en af draafden in het chique restaurant tegenover de eeuwenoude waterraderen van Hama? De charmante mannen met das die gewillig op de foto wilden met mijn fiere mama? De An-Nuri moskee was gehuld in de gelige kleuren van de straatverlichting, het groene schijnsel van de toren weerspiegelde zich in het roerloze water. Rustig en stil was het toen. Vandaag blaffen de wapens, braken tanks en vliegen de kogels. Hopelijk zijn jullie gespaard.

foto56

De antieke stad Palmyra bedreigd

Posted on mei 21, 2015

IS bedreigt de oude stad Palmyra in Syrië. Als ze valt vreest men dat de extremisten – net zoals in Irak – ook deze unieke archeologische site zullen vernietigen. Het inspireerde me om nog eens in mijn archieven te duiken: 15 jaar geleden bezocht ik Palmyra, en ik geef wat historische lessen aan de beeldenstormers van de 21ste eeuw.

 

Geen geweergeschut toen, in 1999, je kon horen hoe windhoosjes zandkorrels in de broeierige lucht draaiden. Ik was de enige bezoeker, samen met mijn toenmalige vriendin. Stilte hing over de 2000 jaar oude ruïne. Duizenden jaren voor Christus draafden hier in dezelfde rust kamelen voorbij en hun menners, met hun handelswaren. Toen de Romeinen arriveerden, ging de stad de handel beheersen in de ganse Syrische woestijn.

 

Slaven, zout, kleding, parfum, prostituees, kruiden, ivoor, glas: alle “handelswaar” passeerde. De Palmyrenen vervaardigden fabricaten in fijne zijde, wol, katoen en linnen en smeedden goud en zilver (Sartre, p. 243). Ze bouwden een indrukwekkend handelsnetwerk uit, dat zich uitstrekte tot West Azië en de Middellandse Zee. De hele stad was het epicentrum van handelskaravanen. Het waren de rijkelui die privé investeerden in architectuur in Palmyra. Vandaag zien we nog altijd een straat van 1100 meter, tempels, theaters, graftomben (W. Ball, p. 76).

Het is vanuit het huidige risico op vernietiging in naam van de “zuivere” Islam door IS ook interessant om te zien dat de allereerste Islamdynastie, de Ommayaden, bij hun verovering de site niet domweg hebben vernietigd, maar gewoon een andere functie hebben gegeven

Maar wat kunnen we vandaag leren? En wat kunnen de bedreigers van de stad leren? Palmyra laat zien hoe een culturele en religieuze kruisbestuiving heeft plaatsgevonden. Geen geschiedenis van vernietiging in naam van de enige juiste waarheid, maar een eeuwenoude kruisbestuiving. Het karakter van Palmyra was Semitisch, Grieks en Romeins. De Palmyrenen aanbaden de god Bel. Die laatste zou teruggaan op één van de alleroudste religieuze tradities: de verering van Bel Marduk, oppergod uit het pantheon van Babylon. Sommige historici denken dat de Romeinse lange weg met kapitelen naar de tempel van Bel geïnspireerd is op de processiewegen die in het oude Babylon doorgingen ter ere van Marduk (Ball, p. 86). Bel was trouwens ook de inspiratie voor de latere Griekse goden Zeus en de Romeinse Jupiter.

img005

Het is vanuit het huidige risico op vernietiging in naam van de “zuivere” Islam door IS ook interessant om te zien dat de allereerste Islamdynastie, de Ommayaden, bij hun verovering de site niet domweg hebben vernietigd, maar gewoon een andere functie hebben gegeven. De Ommayaden vormden de grote Romeinse weg met zijn kapitelen om tot een souq met behoud van alle elementen (Sartre, p. 269). Ook toen de Arabieren honderden jaren later Palmyra alweer veroverden bleef dat met respect voor wat er stond: de tempel van Bel werd weliswaar een moskee, maar alle elementen van dit schitterend bouwwerk bleven op zijn minst behouden. Dus de Islam werkte voort op eeuwenoude tradities, ze vernietigde ze niet. Veel eerder fungeerde de tempel van Bel ook als een Kerk onder de Byzantijnen. Onwaarschijnlijk dat een groepje fanatiekelingen in de 21ste eeuw (!) en na 2000 jaar respect van alle strijdende partijen vandaag dreigen om deze site te vernietigen omdat ze denken de enige waarheid in pacht te hebben.

 

Bronnen:

 

Ball, W., Rome in the East. The transformation of an empire. London: Routledge, 2000.

 

Sartre, M., The Middle East under Rome, Cambridge, MA, London: Harvard University Press, 2005.

Leven in de Dode Steden van Syrië

Posted on april 6, 2014

Vijf verzegelde en gedecoreerde sarcofagen stonden in een graftombe met een stenen dak in de vorm van een piramide. Verliefde Syrische koppeltjes hebben Arabische tekens in de muren gegrift. Onkruid schiet uit de muren, blauwe distels uit de grond. Olijf- en vijgenbomen zoeken hun plek tussen overwoekerde gebouwen. Stenen liggen verspreid over de grond. Er hangt een sfeer van geheimzinnigheid. Er zijn geen wandelpaden. We moeten onszelf een doorgang verschaffen in het oerwoud aan struiken. We lopen in Al-Bara, de ruïnes van een dorp uit de Laat Romeinse tijd in het Noorden van Syrië. Het is 2009, twee jaar voor het inferno. Ik fotografeer Katrien in het raamkozijn van een vroegchristelijk klooster, mijn mama onder een boog. Een bewaard gebleven dorp uit de Romeinse tijd: geen hond ligt daar wakker van in Syrië. Als we in België een paar sporen van een Romeinse heirweg vinden staat het in alle gazetten. Een legertje archeologen woelt dan tonnen aarde om met pikhouwelen en spaden. Hier geen archeologen, geen toeristen. Alleen kinderen uit het naburige dorp Kafr, een sjofele herder, magere geiten. Al-Bara is één van de 800 Romeinse dorpen die verspreid zijn tussen Hama en Aleppo. Ze staan bekend als de “dode steden” of “spooksteden” en zijn verbazend ontoeristisch.

foto48

Wanneer toeristen aan de Romeinen denken, komen hen steden voor ogen met amfitheaters, hippodromen, fonteinen, tempels, triomfbogen en zuilenrijen. En onder invloed van Hollywood en gidsen vereenzelvigen ze Romeinse geschiedenis met veldslagen tegen woeste barbaren, gladiatoren die elkaars ledematen afhakken en keizers die Rome in brand zetten. Maar wat zegt dat alles over het gewone, alledaagse leven in het Romeinse rijk? Vijfentwintig keer niks. Wat vaak vergeten wordt: zonder hard labeur van boeren op het platteland kon de elite in de stad op zijn kin kloppen. Meer nog: zonder landbouw zou er nooit tijd geweest zijn om met iets anders bezig te zijn dan eten produceren en zoeken. Kortom: zonder boeren geen beschaving, geen stad, geen monumenten. Desondanks krijgen deze gewone mensen op het gewone platteland heel anoniem. We weten weinig over hun leven. De dode steden vormen daar nu een uitzondering op. Wat we vinden in Al-Bara en wat later ook in een ander spookdorp, Sergilla, zijn boerenoptrekjes, met twee verdiepingen, boven om te wonen en onderaan voor de dieren. Verder kuieren we rond tussen parochiekerkjes, kloosters, dorpswinkeltjes. We steken een dorspleintje over en passeren zelfs een Romeinse taverne. Het is één van de best bewaarde Romeinse gebouwen ter wereld. Sauna’s liggen her en der verspreid in het kurkdroge landschap. Het principe was hetzelfde als dat van de hedendaagse sauna. Eerst komt de gast binnen in een vestibule om zich te ontkleden. Daarna neemt hij of zij een voetbadje. Die fase wordt gevolgd door een kort verblijf in een warme kamer om te acclimatiseren. Daarna stoofde men een aantal minuten gaar in de hete kamer. Tenslotte dompelde men zichzelf onder in een ijskoud bad. En dan maar lekker gloeien. De historicus Warwick Ball ziet in de baden in de Dode Steden een overgangsfase tussen de typisch Romeinse thermen en de hammam die zijn opwachting zou maken na de verovering van het Midden-Oosten door de Arabieren

We steken een dorspleintje over en passeren zelfs een Romeinse taverne. Het is één van de best bewaarde Romeinse gebouwen ter wereld.

foto44

Volgens Ball leefden er rijke en ondernemende boeren. Ze verbouwden graan en tarwe en naar men vermoedt ook druiven en wijn. Volgens de historicus Maurice Sartre bestond het dieet van deze mensen voornamelijk uit brood dat men in olijfolie sopte, met groenten en vijgen bij. En die olijven: daar sloeg men nu net het grote geld uit. Massa’s olijfpersen zijn in de dorpen teruggevonden. De olijf was razend populair: de enige bron van olie op dat ogenblik. Mensen draaiden het in hun eten en in medicijnen en cosmetica. Een welvarende regio is het geweest. En dan doemt de vraag op: waar is iedereen naar toe? Waarom is alles achtergelaten? Oorlog? Onwaarschijnlijk gezien alles nog rechtstaat en er geen tekenen zijn van geweld. Ball denkt dat de echte reden is dat de olijf- en wijnproductie gestokt moet zijn, en dat er daarvoor drie redenen kunnen geweest zijn. De intensieve productie van olijven en wijn putte de bodem uit. De opkomst van de Arabieren in de zevende eeuw leidde bovendien tot een verandering van de handelsroutes: de Dode steden lagen immers niet langer op de route naar Byzantium, waardoor ze hun strategische handelspositie verloren. En zo vertrokken de bewoners naar andere oorden en begonnen de dode steden een lange slaap, waaruit ze in 2011 ruw zouden ontwaken. Na 1.300 jaar zijn de mensen immers teruggekeerd. Geen Romeinse boeren, maar duizenden vluchtelingen van de Syrische burgeroorlog, ontheemden die in en onder de oude ruïnes een onderkomen vinden.

Het is ironisch: de dode steden geven vandaag de meeste kans op leven. De mensen vinden veiligheid tussen de doden.

In 2013 kwamen de Dode Steden plots in het nieuws. Een journaliste van CBS Nieuws, Clarissa Ward, slaagde erin de Dode Steden te bereiken. Ze bezocht kelders en ondergrondse graven. Families zitten daar opeengepakt, weggevlucht voor de bombardementen en beschietingen. De video toont hoe een vrouw kookt op een gasvuurtje, ze vertelt hoe haar huis vlak na de vlucht in gruizelementen uit elkaar is geschoten. Clarissa Ward aait over het hoofd van een klein kindje dat al sedert lang onbeweeglijk in een hoekje ligt. Ze weten niet wat het probleem is. Hopen dat het auto immuunsysteem zijn werk doet, want medische hulp is er niet. Hier zijn geen witte tenten van de VN. Hulporganisaties geraken er niet. Foto’s tonen hoe zwarte buizen uit de voormalige graven en kelders oprijzen: geïmproviseerde schouwen van vluchtelingen, zodat ze kunnen koken in de graven zonder er te stikken. In een reportage van National Public Radio getuigt een man, Abu Khalid genaamd, hoe hij met zijn familie leeft in een oud Romeins graf dat hij zelf verder uitgegraven had. De beenderen en skeletten die hij daarbij opdelfde heeft hij als goede moslim herbegraven. Het is ironisch: de dode steden geven vandaag de meeste kans op leven. De mensen vinden veiligheid tussen de doden.

P1020364

Video van CBS nieuws: http://www.cbsnews.com/news/syrian-refugees-fight-for-survival-in-dead-cities/
Artikel van NPR: http://www.npr.org/2013/03/08/173788537/displaced-syrians-find-shelter-in-ancient-dead-cities

Herinneringen aan de vrienden van Hama

Posted on april 5, 2014

Hoe is het nog met jou, Abdullah? Wanneer je thee liet aanrukken in Riad Hotel stond er een theeglaasje teveel op het dienblad. “Altijd klaar staan voor het geval er een mooi meisje opduikt”, verklaarde je. De volgende dag schreed er een jonge Australische in strak rood kleed jouw lange en krakende trap op. “Welcome in Riad Hotel”, zei je met een grijns van Syrië tot Papoea Nieuw-Guinea. In een fractie van een seconde toverde je een dienblad met – wonder boven wonder – drie theeglaasjes op de toog. Met een knipoog in mijn richting mikte je van een meter hoog de thee de drie onooglijk kleine glaasjes in. Op jouw gezicht staat “zie je nu” te lezen. Je neuriede “Lady in red”. Je hield van theater spelen.

 

Mijn mama die je zo graag jende, bijvoorbeeld wanneer ze geen WC-papier had op de kamer: “Gebruik dan maar de gordijnen, of de kussensloop”. Op een dood moment in een vroege avond vroeg je me jouw hotel over te nemen. Hilarisch was het, de verbaasde gezichtjes van vier Spaanse backpacksters aan wie ik mij presenteerde als Abdullah. Eén ervan checkte de Lonely Planet. Ik zie ze kijken: “jawel, de manager heet Abdullah”. En ik zie ze denken: “die gast ziet er nochtans niet uit alsof hij Abdullah heet”. Ik knipte met mijn vinger en jij kwam plechtig de thee binnenbrengen. Jouw ogen twinkelden, net als de mijne. Je hield ervan mensen voor de gek te houden.

foto57

Abdullah, de sympathieke manager van Riad Hotel

En nu ik aan Abdullah denk, komt ook Mohammed me weer voor de geest. Hoe is het nog met jou, Mohammed? Jij, de sleutelbewaarder van het bizarre Qasr Ibn Wardan, 80 km buiten Hama. Volgens de Lonely Planet moesten we naar jou vragen in het dorp. Want jij alleen had de sleutel tot dit paleis of kasteel, met kerk. Byzantijns, naar verluidt, 1.500 jaar oud. Men heeft nog altijd geen idee wat keizer Justinianus vanuit Constantinopel bezielde om een chique paleis neer te poten in een lege steenwoestijn, ver weg van de bewoonde wereld. Er is nooit sprake geweest van een dorp hier. Ook vandaag in de hypergeavanceerde 21ste eeuw leven er bedoeïenen in hun bruine tenten. Ze hoeden schapen en geiten.

 

We hoefden jou niet te zoeken. Je zat aan jouw tafeltje, muntthee pruttelde alweer een glaasje in. Naast het tafeltje stond een rode motor. Daarop scheurde je af en aan tussen Qasr Ibn Wardan en jouw huis, een stofwolk achterlatend in dit landschap van hardgebakken aarde. Ik zie jouw rode Arafatsjaal en witte kleed al wapperen in de wind. Een vriendelijke man was je, een gids echter niet. Je wist niet veel te vertellen over het bouwsel. We mochten er in rondlopen, ook al zat het vol met verraderlijke putten en kon je in een onbedachtzaam moment te pletter storten van de 2de verdieping op een eeuwenoude Byzantijnse vloer.

Mohammed, sleutelbewaarder van Qasr Ibn Wardan

Mohammed, sleutelbewaarder van Qasr Ibn Wardan

En nu ik aan Abdullah en Mohammed denk: hoe is het nog met jullie, de nette en sympathieke jongens die met thee en waterpijp aan en af draafden in het chique restaurant tegenover de eeuwenoude waterraderen? De charmante mannen met das die gewillig op de foto wilden met mijn mama? De An-Nuri moskee was gehuld in de gelige kleuren van de straatverlichting, het groene schijnsel van de toren weerspiegelde zich in het roerloze water.

De jongens van het restaurant tegenover de eeuwenoude waterraderen van Hama

De jongens van het restaurant tegenover de eeuwenoude waterraderen van Hama

Muntthee, waterpijp. Ik ben de falafel nog vergeten. Hoe zit het met jullie, jongens van de pittabar in het dorpje Serjilla? Geen pittakot in heel België dat kan tippen aan jullie falafels. Een rijtje vers gemaakte falafelballetjes, verse tomaten, een laagje verse koriander, een laagje verse munt. Geen vetbom waarbij een dikke saus de smaakpapillen verlamt, maar een falafelbroodje met een delicate en aromatische smaak, een pitta voor de fijnproevers.

Falafelmakers van Serjilla

Falafelmakers van Serjilla

En je kan vandaag alleen maar denken: hoe is het mogelijk dat dit romantische, gezellige oude stadje en zijn omgeving met zijn vriendelijke bewoners het toneel was (en opnieuw zou zijn) van barbaarsheid die bij geen ander zoogdier aanwezig is dan bij de naakte aap. Frustraties sluimeren al vijftig jaar in dit tegendraadse stadje, en soms laait het vuur op. Maar dat zie je als toerist niet. De huidige revolutie is mede in Hama begonnen. Een half miljoen mensen stapten door de straten begin 2011, de grootste anti-Assad betoging ooit. Leger en politie reageerden met verdwijningen, arrestaties en geweld. Sedertdien hebben rebellen Hama aangevallen, daarna vlogen bommen en granaten van Assad’s troepen rond de oren van de inwoners van Hama. En dan is er nog af en toe eens een gek die zichzelf opblaast en denkt dat hij daarmee God een plezier doet. Duizenden mensen zijn Hama intussen ontvlucht. Nog eens duizenden zijn gedood.

 

En dan denk ik: hoe is het met jullie allemaal, vrienden? Anderhalf jaar voor de revolutie zag alles er zo peis en vree uit. Zet je nog een extra theeglaasje, Abdullah? Mooie vrouwen zal je in jouw lobby niet meer zien verschijnen, als er nog een hotel is. Geen “mum” meer om tegen te zeggen dat ze bij toiletbezoek de gordijnen moet gebruiken. En jij, Mohammed de sleutelbewaarder van Qasr Ibn Wardan? Waar ben jij, wat doe je? Zelfs de Byzantijnen die leefden in het Qasr Ibn Wardan en wel wat bloedgespetter gewoon waren, zouden duizelen van de honderdduizenden die de afgelopen twee jaar gesneuveld zijn in het kleine charmante maar explosieve Syrië. En jullie, falafelmakers? Maken jullie nog altijd de lekkerste falafel ter wereld? Ik zag de puinhopen en huilende mensen in jullie dorp op Youtube. Ik kende jullie allemaal maar oppervlakkig. Maar we hebben samen gelachen en gepraat. Genoeg om concrete gezichten te plakken op de horror van Syrië. Ik duim voor jullie, voor wat het waard is.

Macht, roem en dood in Apamea

Posted on april 5, 2014

Magisch is deze plek. Ik sta op een heuvel dat uitkijkt over de vlakte van Al-Ghrab en de citadel van Qala’at al-Mudiq. Ik ben in een verlaten gat in Syrië. Eeuwenoude karrensporen zijn in de stenen gesleten. Staan de sporen ertussen van de gloriewagen van het glamourkoppel uit de Romeinse Oudheid, Cleopatra en Marcus Antonius? Die passeerden in een blijde intrede. Het is een oude Griekse weg, met Griekse en Romeinse zuilen rond. Het is 1999. Krekels raspen, vluchtende salamandertjes en muizen ritselen. Steen en stof. Distels, boterbloemen en grassen groeien over en tussen oude door mensenhanden bewerkte stenen. Megaliters bloed sijpelden in het verleden de bodem in. Nu is het stil. Apamea heet deze plek. Een romantische inval van een generaal uit het leger van Alexander De Grote. Hij stichtte deze stad en noemde ze naar zijn vrouw. Het is de mooiste antieke ruïne die ik ken. Ooit was het dus een Griekse stad. Later Romeins. Een speeltuin voor oorlogszuchtige keizers als Pompei en Caesar. De Byzantijnen volgden. De Perzen hakten de Byzantijnen in de pan. Later liepen de moslims Apamea plat. Een gewelddadige sekte, de Assanieden, ook wel de eerste terreurorganisatie uit geschiedenis genoemd, bezette Apamea. Die hadden ruzie met moslims én kruisvaarders. De kruisvaarders maakte de Assanieden een kopje kleiner, de moslims dan weer de kruisvaarders.

 

Harnassen, zwaarden, speren, schilden en kanonnen liggen vandaag in saaie musea. Het doodsgereutel is vervangen door het geruis van de wind. Goden zijn verzwolgen door de dikke mist van de geschiedenis. Knoken van glorieuze leiders rusten eeuwen afgebleekt onder de grond. Er zijn nog basisstructuren van tempels en villa’s. Geiten en schapen lozen hun keutels in salons, slaapkamers en badkamers, tussen omver gevallen muren, ingevallen kelders, beschadigde vloeren, trappen die naar nergens leiden, leeggeroofde graven. Apamea: de stille getuige van de menselijke zucht naar eeuwige roem en macht, gevolgd door het onvermijdelijke verval. Een herder plast tegen een halve zuil, en rochelt er nog een fluim tegenaan. Ik moet denken aan Paul Bowles die waarschuwde: “word nooit een monument, de mensen zullen op jou pissen”. Griekse tempels werden Romeinse, Romeinse Griekse, tempels werden kerken of moskeeën, moskeeën kerken, kerken moskeeën. Alle verbrijzeld door de kracht van de natuur en de mens. In de negentiende eeuw bestond Apamea nog in naam en stenen. In de 20ste eeuw puzzelden archeologen die stenen weer bij elkaar. Mozaïekvloeren sleurden ze mee naar gebouwen in Syrië of het buitenland. Musea waar men prullaria uit de grond tentoonstelt waar toeristen geld afdokken om die te bekijken. Deze ruïne zet me aan het mijmeren over de vergankelijkheid van alle rijken, van macht en geld, van gouden standbeelden en marmeren paleizen, van roem en eer. Niks is voor de eeuwigheid. Een ruïne als Apamea zou een les in nederigheid moeten zijn. Ik houd van deze ruïne, net daarom: je hoort de stilte, je ziet de vergankelijkheid. Dat is niet mogelijk op het van toeristen uitpuilende forum romanum in Rome, of de Akropolis in Athene.

Ik houd van deze ruïne, net daarom: je hoort de stilte, je ziet de vergankelijkheid.

Twee venten op een brommer hotsen over de stenen van Apamea. Ze nodigen Valerie en mij uit. Syrische gastvrijheid. We rijden achterop het Qala’at Mudiq op. We passeren de 13de eeuwse fortmuren van de Mamelukken, de beruchte Turkse soldaat slaven die de Mongolen overwonnen. Ezels, schapen en geiten fourageren in de nauwe straatjes met ruwe kasseien. De zichten over de Orontes vallei snijden de adem af. Eén van de mannen heeft een dikke snor. Hij is de patres familias van een traditioneel gezin. Een vrouw met hoofddoek zit in een donkere hoek op een tapijt met haar kinderen. Ze staat recht wanneer hij haar bars vraagt om thee te brengen. Ze kijkt ons niet in de ogen. Tegen ons is hij vriendelijk. We rijden naar het gezin van zijn vriend. Hier krijgen we een ander beeld. In de tuin met een zicht waarvoor men in Hollywood miljoenen euro’s afdokt zit een vrouw met haar twee kindjes op de schoot. Geen gebogen hoofd, geen donker hoekje. Foto’s? Graag! Snorremans beziet zijn vrouw als een voetveeg, zijn vriend zijn vrouw en dochters als zijn vrouw en dochters. Ze tonen affectie, er zijn aanrakingen, een arm om de schouder. Traditionele Syrische kost staat voor onze voeten: falafels, kekererwtenpasta, komkommer en tomaten, geitenkaas, groene olijven en plat brood. We eten met de familie uit één bord. Daarna zakken we in de kussens. Een glaasje muntthee, en gebakjes die de suikerspiegel het heelal indrijven. Bij het afscheid krijgen we oude Griekse en Romeinse munten cadeau die bij regenbuien bloot kwamen te liggen. Het voelt wat ongemakkelijk, deze gastvrijheid. Ik vraag me af of we niet plots geld moeten gaan ophoesten. Dat blijkt niet zo. Grootschalig toerisme is in het Syrië van 1999 nog onbekend.

Citadel Qala’at Mudiq, Apamea
Bovenstaand verhaal dateert van 1999. Ik typ in 2014 mijn dagboek in op de computer. Aan de oneindige sliert veldslagen mogen we er een nieuwe toevoegen. Wie in Google “Qala’at Mudiq” in typt ziet filmpjes met explosies op en rond de citadel. Afbeeldingen van een dood kind. Jammerende ouders. Regeringssoldaten schieten en roepen “God is groot”. Rebellen vuren terug en ook zij roepen “God is groot”. Tankgranaten blazen de bij elkaar gepuzzelde antieke zuilen opnieuw uit elkaar. “God is groot, God is groot”. Echt waar? Zou God er mee akkoord zijn, als hij al zou bestaan? Dat zou ik maar zorgelijk vinden. Hedendaagse leiders leren niks van het verleden, niet Bashar, niet het Vrije Syrische leger, niet Hezbollah noch Iran, Israël of Al Quaida. Nochtans zullen ook hun beenderen ooit anoniem onder de grond liggen. Is het terras met het mooie zicht er nog? Hoe is met het gezin, met de twee schattige kindjes? Werken ze, of studeren, als dat al mogelijk is? Of schieten en vechten ze in naam van Allah? Voor Bashar, het Vrije Syrische Leger of extremistische milities? Bezoeken de mannen elkaar nog? Staat hun huis er nog? Ik kijk naar de foto’s en ik denk aan deze mensen in het diepst van mijn gedachten.

P1000983

De oude man van Hama

Posted on april 5, 2014

“De noria’s van Hama kleurden rood van bloed”, zei je. Je droeg een stofjas en een muts op het hoofd. Je keek me in de ogen. Ik ontmoette jou in een cafeetje, munttheetjes stonden op een plastieken tafeltje. Spreken gebeurde op gedempte toon, af en toe onderbroken door het geklingel van het lepeltje in de theeglaasjes. Suiker danste rond en maakte de thee troebel, in tegenstelling tot jouw ogen die kwiek voor zich uit keken. Je vertelde over tanks die huizen aan flarden schoten, vliegtuigen die bommentapijten braakten, bulldozers die een stad tot een lege steenwoestijn transformeerden. 25.000 doden.

img557

De oude man van Hama

 

Ik vroeg mij af of je overdreef. Eén van jouw eigen kinderen droeg je ten grave. Even keek je in het oneindige, alsof je jouw kleine jongetje zag rondhuppelen in het paradijs. Je stelde jezelf in het Frans aan ons voor en toen zaten we in dat duister steegje te luisteren naar jouw verhaal. Een ventilateur speelde met de blonde haren van Valerie, een vreemd zicht in dat donkere hol, waar alleen mannen thuis waren, zonder Stella, maar met dampende waterpijp en geurige muntthee. Het was er stil, een fluisterspel met mannen met snorren. Af en toe mompelde je een Salaam Aleikum wanneer iemand anders over de drempel van het café kwam.

 

Het was 1999 en we bevonden ons in Hama, een stadje met een charmant centrum. We lazen in de Lonely Planet dat het bekend was om zijn eeuwenoude waterraderen, de noria’s, die water schepten uit de lager gelegen Orontes voor de irrigatie van velden en tuinen. ’s Avonds een hapje eten met zicht op de geelverlichte noria’s en de An-Nuri moskee is voor mij één van de toppunten van gezelligheid.

 

Je vertelde over tanks die huizen aan flarden schoten, vliegtuigen die bommentapijten braakten, bulldozers die een stad tot een lege steenwoestijn transformeerden. 25.000 doden

Je sprak de naam van Hafez-al-Assad niet uit. Toch wist ik dat hij het was op wie je jouw pijlen richtte. Je was de slachting van 1982 niet vergeten. 17 jaar geleden maar fris in het geheugen. Tot mijn schaamte wist ik toen niet waarover je praatte. Een verhaal dat in het Westen nooit weerklank kreeg. Amnesty International bevestigde jouw versie: in Hama vond een ongeziene slachting plaats: 25.000 doden. De Arabische lente vandaag is geen nieuws in Syrië, alleen waren er in het verleden geen sociale media. In 1964 kwam de soennitische meerderheid in Hama al in opstand tegen de door Alawieten beheerste minderheid van het socialistische Baath regime van de Assads, met honderd doden als gevolg. Het begin van een opstand die zijn gruwelijk hoogtepunt zou kennen in 1982. De moslimbroeders hadden Hama “bevrijd”. De reactie van Assad was buitensporig geweld. Alle ingrediënten voor een cocktail aan oeverloos geweld waren al aanwezig. Een maffe, zelfingenomen dictator. Moslimbroeders die terroristische aanslagen plegen. De haat tussen soennieten, sjiieten, alawieten en christenen. In 2014 weten we trouwens dat 1982 geen echt hoogtepunt was, maar slechts een waarschuwende kleinere vulkaanuitbarsting voor de totale eruptie van vandaag.

An-Nuri Moskee

De eeuwenoude noria’s en de An-Nuri Moskee in betere tijden: toppunt van gezelligheid

 

Vandaag, beste opa, blijft je soms door mijn geheugen spoken als ik het verwoeste Syrië zie. Ik heb een foto van jou, dat helpt. Vandaag legt Bashar Hama opnieuw in de as. Nieuwe bommenladingen laten vers bloed spuiten uit de ongeheelde littekens van 30 jaar gelden. Nog rauwer, nog driester, met (voorlopig) vier dubbel zo veel doden. Ik lees de chronologie van twee weken Hama rond Nieuwjaar 2012:
“23 december: 300 burgerdoden bij luchtbombardement toen aangeschoven werd voor brood”;
“29 december: 6 burgerslachtoffers waaronder kinderen en vrouwen”;
“21 januari: autobom, 50 doden”; En zo voort en zo verder en zo voort en zo godverdomme verder.

 

Na al die jaren scheppen de raderen van de noria’s alweer bloed, arme opa. Is jouw bloed erbij? Of is jou een rustige natuurlijke dood gegund geweest, omringd door geliefden? Of leef je nog? Ik weet niet wat ik moet hopen. Je haatte vader Assad. Nu laat zoon Assad Hama een tweede keer platwalsen door tanks en vliegtuigen. Hopelijk zwaaien jouw kinderen en kleinkinderen niet met een kalasjnikov aan het front. Hopelijk leven ze nog. Maar wat mag ik er verder over hopen? Dat ze het glazuur van hun tanden klapperen in de ijskou in een vluchtelingenkamp? Als er een ideaalscenario bestond voor deze wereld wens ik dat ik in 2019 aan de An-Nuri moskee falafel mag eten met een kind of kleinkind van jou, in vrede. Zou dat niet mooi zijn, waarde vriend-voor-één-avond”.

 

Actuele noot: vandaag zijn we al februari 2016. Het vechten gaat door. Toen we naar Hama reisden passeerden we de stad Homs, op luttele 40 kilometer van Hama. Die ziet er volgens een Russische drone video als volgt uit. Kleine kans dat ik nog met een kind van de man van Hama zal eten.

 

 

  

%d bloggers liken dit: