Ik trippel met mijn glimmende zwarte schoenen van Giorgio door de modder en de plassen tot aan de 2de kleuterklas van mijn stiefdochtertje Choupette. Mira en ik kregen zonet een uitleg van Madame la Directrice. Een gezette en uitbundige mama in haar kleurrijke pagne, de kleuterlerares, lijkt ons aan de borst te willen drukken. Mira en ik slaken een zucht van verlichting. We hebben een kleuterschool gevonden die geen gat brandt in de portemonnee, en de mensen zijn op de koop toe nog eens vriendelijk en enthousiast.

 

Waarom die zucht van verlichting? Wel, omdat een goede en betaalbare kleuterschool vinden vergelijkbaar is met het zoeken van een naald in een hooiberg in Congo’s metropool. Choupette rondde vorig jaar de kaap van vier jaar, en dus zochten Mira en ik een kleuterschool. Het eerste probleem dat opdoemde: waar vinden we een kleuterschool? Alvast niet in de buurt waar Mira woonde, nochtans in het hart van Kinshasa. Dus speurden we in de richting van Gombe, niet toevallig de gemeente waar de ambassades en expatgemeenschappen hun stek hebben. Ik dacht spontaan aan de Belgische school, maar verslik mij in mijn coca cola bij het inschrijvingsgeld: 3000 €. Bij ons in den Belgique is kleuteronderwijs gewoon gratis. 3000 €, dat is ook drie keer het jaarsalaris van een benoemd leraar in Congo. De cola blijft een tijdje in mijn maag gisten, wanneer ik de prijzen van andere internationale scholen (uit nieuwsgierigheid) bekijk. De Amerikaanse school spant de kroon: 10.000 dollar inschrijvingsgeld voor een jaar kleuteronderwijs. Bij de Britten en Fransen en anderen is het geen haar beter. En mochten we dat bedrag al van de spaarrekening halen, dan zou er nog geen plaats zijn.

Alleen al aan het aan- en afrijden van die glimmende bakken aan de schoolpoort zie je dat kleuteronderwijs een pure elitebezigheid is. Slechts 4% van de kleuters in Congo volgen onderwijs

Maar geen nood: de boulevard 30 juin en omgeving in Kinshasa huist ook voldoende “Congolese” privé-kleuterscholen. Daar zakken de prijzen van peperduur naar duur. We stappen het secretariaat binnen van een eerste kleuterschool. Een man wijst naar een beduimeld blad papier aan de muur: 1000 dollar inschrijvingsgeld. Een eerste blik in de klassen maakt duidelijk dat mensen met claustrofobie hier niet hun thuis gaan vinden. Wanneer we de tweede kleuterklas bezoeken openen de hemelsluizen zich. De bewaker aan de deur houdt een grote parasol van het naburig terras boven het hoofd van een lokale popster die haar kinderen komt afleveren, netjes met de dikke 4×4. Alleen al aan het aan- en afrijden van die glimmende bakken aan de schoolpoort zie je dat kleuteronderwijs een pure elitebezigheid is. Slechts 4% van de kleuters in Congo volgen onderwijs. En dat is dan in privé kleuterscholen, of de kleuterscholen van de religieuze strekkingen. De staat moeit zich niet met kleuteronderwijs, uitgezonderd een tax die ze heft op de privé-scholen.

 

Met aangeslagen bril piep ik de kleuterklas van het tweede jaar binnen. Ik tel 60 leerlingen en één lerares met het enthousiasme van de gemiddelde beroepsleerling in de les geschiedenis. Ze staart voor zich uit, haar oogleden wegen, maar de krakende donderslagen hoeden de oogleden voor definitieve sluiting. De kleuters zitten in een veel te klein lokaal zonder verse lucht en een hels kabaal. De leerlingen trekken aan elkaars oren, roepen, wenen, lachen, trekken, duwen, slapen. Materiaal is schaars. Tijdens het halfuur dat ik aan de klasdeur sta te schuilen voor de tropische wolkbreuk lijkt de vrouw een stilleven tegen de achtergrond van een kakafonie. Pedagogisch project? Dag Jan. 1000 dollar? Non, merci bien.

 

En na nog enkele bijzonder gelijkaardige avonturen, belanden we ten langen leste in Bienheureuse Anuarite, nabij de Belgische en Franse scholen. Een gezond varken zou met graagte rollebollen in het modderbad, speelplaats genoemd. Maar de directrice lacht vriendelijk. Ze neemt uitgebreid de tijd om Mira en mezelf te woord te staan. Wat later leidt de directrice ons het kleuterklasje binnen. En de Afrikaanse mama steelt onze harten. “Bonjour papa”, zegt ze wanneer ik wat bedeesd mijn hoofd door het gat steek dat toegang verschaft aan een klein maar kleurrijk en gezellig klasje. De kinderen staan recht en heten me ook welkom. “Bonjour papa”, piept het uit de scherpe kinderkeeltjes. 40 leerlingen in een sardienendoosje, met een kleine opening raam genoemd. Zweet gutst uit mijn poriën, mijn ademhaling is zwaar, Mira leunt tegen een muur en blaast. De infrastructuur is rudimentair, materiaal schaars. Maar de dame gesticuleert, babbelt, vraagt, daagt uit. De kinderen zijn enthousiast en aandachtig. Mijn hoed af voor deze bijzondere vrouw.

 

De juffrouw met een paar van haar kleuters in de kleine klas

De juffrouw met een paar van haar kleuters in de kleine klas

 

We schrijven Choupette in. Alles gebeurt met de hand. Geen rekenmachines, laat staan computers. Het inschrijvingsgeld is 325 dollar, cash op de wankele houten tafel te leggen. Met het geld van de ouders betaalt de school het onderwijzend personeel. Maar het inschrijvingsgeld blijkt niet alles. Er zijn “frais de l’état” (10 dollar). Waarvoor? Joost mag het weten, en ook de school weet het niet. En Mira en ik krijgen een lange lijst van schoolmateriaal onder de neus. Dat moeten we bijeen gaan scharrelen in een speciaalzaak in de wijk Marché. Want “Chinese brol” komt er niet in. De “echte” stylo’s, schriften, mappen, potloden stuwen onze rekening naar 200 dollar. Tenslotte komt er nog 25 dollar bij voor administratieve kosten voor de inschrijving. We hoesten aldus 550 dollar op, meer dan vijf keer het maandloon van de vrolijke, immer enthousiaste lerares vooraan de klas.

 

De uitbundige lerares van Choupette helemaal links. De vriendelijke directrice rechts, met Choupette voor haar (in bolletjeskleed)

De uitbundige lerares van Choupette helemaal links. De vriendelijke directrice rechts, met Choupette voor haar (in bolletjeskleed)

 

Privé onderwijs is voor de elite in Kinshasa, en trouwens haast alleen maar in Kinshasa te vinden. Dus om tot de 4% te horen ben je best bemiddeld, en woon je best in de hoofdstad. Dat is het meteen het probleem met privé onderwijs: hoge kosten en vooral in de stad. Zo krijg je alleen de stedelijke elite in de scholen.

 

Maar naast het hoge inschrijvingsgeld staat ook bereikbaarheid van de kleuterscholen een probleem. Ook zo voor onze Choupette. Deze betaalbare school met zijn enthousiast personeel is niet bij de deur. Om tegen 8:00 op school te staan moet onze flinke kleuter uit de veren om 6:00. Na een ijskoude douche (als er water is) en het eten van een sandwich, wandelt ze met haar oudere nicht van thuis naar Kintambo Magasin, het meest chaotische plein op onze aardkluit. Dat neemt een kwartier. Aan de tankstations van Kintambo Magasin starten de collectieve taxi’s die dagelijks tientallen keren de centrale verkeersader van Kinshasa – Boulevard 30 juin – op en afrijden. Daarna volgt een kwartier gewriemel en geduw om een collectieve taxi in te komen. In Congo heerst de wet van de jungle. Schaars zijn de beleefde mensen die prioriteit verlenen aan kleine kinderen of zwangere vrouwen. Wie niet mee wringt, staat met Sint Juttemis nog miljoenen roetpartikels in de longen te zuigen. Daarna volgt een half uur of een uur in de eeuwigdurende ochtendfiles op de nochtans 8 rijbanen rijke Boulevard 30 juin. En helemaal aan het einde is het nog eens een half uur stappen naar school. ’s middags, als het geschel van de schoolbel uitsterft en die eeuwige gele brandbal zijn UV-stralen afschiet op onze dappere kleuter, wandelt ze een half uur terug naar Boulevard 30 juin, om daar in een ellenlage rij te wachten op een taxi. Ze doet het zonder morren, ze klaagt zelfs niet over school. Het is een welgekomen afwisseling voor een kleuter die anders toch maar thuis zit, te staren naar de gedubte versies van Spaanse telenovelas. Ze heeft een klein kartondoosje speelgoed, er zijn geen parken, een paar speeltuinen wel, maar die zijn alweer grof betalend. Chapeau pour ma Choupette.

 

Andere alternatieven zijn er niet: schoolvervoer is onbestaande. Fietsen zijn schaars in Kin, en je zou al rijp zijn voor een gekkenhuis als je met jouw fiets door deze oorlogszone pedaleert. Een individuele taxi is, niet verwonderlijk, peperduur. Het openbaar vervoer bestaat voornamelijk uit de gevreesde Esprits de la mort, de bestelbusjes die met haken en ogen aan elkaar hangen, vaak lichten ontberen en waar mensen vaak aan de buitenkant hangen, zich vastklampend aan deurhendels en raamkozijnen. Dan toch maar de collectieve taxi. Bij navraag op Choupette’s school, blijken alle kinderen aan school afgezet te worden door hun ouders, die behoren tot de weinigen die zich dat kunnen veroorloven. Geen wonder dat 95% van de Congolese kleuters niet in het kleuteronderwijs zit.

 

De school werpt vruchten af: op een paar maanden tijd gaat Choupette haar Frans er met rasse schreden op vooruit. Daar waar het lingala mij een punthoofd bezorgde, kan ik nu met haar in het Frans converseren. Ze begint ook te tellen. Ze maakt vriendjes. Ik hoop ze nu in België klaar te stomen in het 3de jaar kleuteronderwijs voor het lager (inschrijvingsgeld = 0 euro). Laat ons – Belgen / Vlamingen / Franstaligen – bezinnen hoe blij we mogen zijn met ons kosteloos en dichtbijzijnd onderwijs!

DSC01243