Het gezin op de citadel van Qala’at Mudiq


Het was Paasweekend in 1999. We reden achterop een brommertje het Qala’at Mudiq op. Een vriendelijke man nodigde ons een uurtje eerder in de Romeinse site van Apamea uit voor een etentje in zijn tuin, samen met zijn vrouw en kindjes en enkele kameraden. Syrische gastvrijheid. We passeerden de 13de eeuwse fortmuren van de Mamelukken, de beruchte Turkse soldaat slaven die de Mongolen overwonnen. Ezels, schapen en geiten fourageerden in de nauwe straatjes met ruwe kasseien. De zichten over de Orontes vallei snijden de adem af. Het was een mooi gezin. Ze toonden affectie, er waren aanrakingen, een arm om de schouder. Traditionele Syrische kost stond voor onze voeten: falafels, kekererwtenpasta, komkommer en tomaten, geitenkaas, groene olijven en plat brood. We aten met de familie uit één bord. Daarna zakten we in de kussens. Een glaasje muntthee, en gebakjes die de suikerspiegel het heelal indrijven. Het voelde wat ongemakkelijk, deze gastvrijheid. Ik vroeg me af of we niet plots geld moesten gaan ophoesten. Dat bleek volslagen onterecht. Nu is het 2015. Wie in Google “Qala’at Mudiq” in typt ziet filmpjes met explosies op en rond de citadel. Afbeeldingen van een dood kind. Jammerende ouders. Hoe is het met dit gezin, met de twee schattige kindjes? Staat hun huis er nog? Ik kijk naar de foto’s en ik denk aan deze mensen in het diepst van mijn gedachten.

img010 img009

 

De oude man van Hama


“De noria’s van Hama kleurden rood van bloed”, zei je. Je droeg een grijze jas, een muts op het hoofd, sjaaltje om de hals. Ik ontmoette jou in een cafeetje, mijn waarde vriend-voor-één-avond. Munttheetjes stonden op een plastieken tafeltje met een rood tafelkleedje. Spreken gebeurde op gedempte toon, af en toe onderbroken door het geklingel van het lepeltje in de theeglaasjes. Suiker danste rond en maakte de thee troebel, in tegenstelling tot jouw ogen die kwiek voor zich uit keken. Je vertelde over tanks die huizen aan flarden schoten, vliegtuigen die bommentapijten braakten, bulldozers die een stad tot een lege steenwoestijn transformeerden. 25.000 doden. Eén van jouw eigen kinderen droeg je ten grave. Dat was in 1982. Even keek je in het oneindige, alsof je jouw kleine jongetje zag rondhuppelen in het paradijs. Na al die jaren scheppen de raderen van de noria’s alweer bloed, arme opa. Is jouw bloed erbij? Of is jou een rustige natuurlijke dood gegund geweest, omringd door geliefden? Of leef je nog? Ik weet niet wat ik moet hopen. Hopelijk zwaaien jouw kinderen en kleinkinderen niet met een kalasjnikov aan het front. Hopelijk leven ze nog. Maar wat mag ik er verder over hopen?

img557

 

De kinderen van Jebel Qassioun


Ook deze foto dateert uit het niet-digitale tijdperk. Het is 1999. Hij is wat vaag omdat hij genomen is bij valavond en ik nu eenmaal geen professionele fotograaf ben. Deze baasjes spelen in de nauwe straatjes op Jebel Quassioun en achtervolgen ons tot op de top, dat een onvergetelijk panoramisch zicht geeft over Damascus. Ze lachen, ze amuseren zich, er is werkelijk niks kwaads te bespeuren in deze lieve jonge jongetjes. Geen gezaag om dollars of baksheesh. De schemer valt, de klagende gezangen van honderden muezzins vibreren boven Damascus bij valavond. Groene, blauwe en gele lichtjes kleuren weldra de duisternis. Onvergetelijk. Maar hoe zou het dit viertal vandaag vergaan, nu ze twintigers zijn? Zij die hun kindertijd doorbrachten op die berg waar Bashar al-Assad tegenwoordig zijn hoofdkwartier heeft?

img012

 

De mannen in de Ommayyaden moskee


Koel aan zitvlak en hoofd is het, daar onder de zuilengalerijen van de oude Ommayyadenmoskee in Damascus. Stilte voor de oren, schaduw voor de ogen. Rust te midden van de vibrerende souqs er rond. Plots vallen twee smalle schaduwen over mij. “Assalam alaikum” (vrede zij met u), zeggen twee vriendelijke heren. Ik antwoord “wa-alaikum assalam” (en met u de vrede). Het begroetingsritueel is een klein gebedje waarbij men God vraagt de andere te zegenen en vrede te schenken. We babbelen over ditjes en datjes. Ze nodigen ons uit voor een diner bij hen thuis. Ongedwongen Syrische gastvrijheid. Zou het vandaag nog altijd diezelfde oase van rust zijn? Zouden de mannen vandaag nog steeds “Vrede zij met u” zeggen? Of geloven ze daar al lang niet meer in? Toch van mijnentwege: “Assalam alaikum”, mijn beste Syrische vrienden.

imge010

 

Abdullah, de komiek van Riad Hotel


Wanneer je thee liet aanrukken in Riad Hotel stond er een theeglaasje teveel op het dienblad. “Altijd klaar staan voor het geval er een mooi meisje opduikt”, verklaarde je. De volgende dag schreed er een jonge Australische in strak rood kleed jouw lange en krakende trap op. “Welcome in Riad Hotel”, zei je met een grijns van Syrië tot Papoea Nieuw-Guinea. In een fractie van een seconde toverde je een dienblad met – wonder boven wonder – drie theeglaasjes op de toog. Met een knipoog in mijn richting mikte je van een meter hoog de thee de drie onooglijk kleine glaasjes in. Op jouw gezicht staat “zie je nu” te lezen. Je neuriede “Lady in red”. Je hield van theater spelen. Mijn mama die je zo graag jende, bijvoorbeeld wanneer ze geen WC-papier had op de kamer: “Gebruik dan maar de gordijnen, of de kussensloop”. Op een dood moment in een vroege avond vroeg je me jouw hotel over te nemen. Hilarisch was het, de verbaasde gezichtjes van vier Spaanse backpacksters aan wie ik mij presenteerde als Abdullah. Eén ervan checkte de Lonely Planet. Ik zie ze kijken: “jawel, de manager heet Abdullah”. En ik zie ze denken: “die gast ziet er nochtans niet uit alsof hij Abdullah heet”. Ik knipte met mijn vinger en jij kwam plechtig de thee binnenbrengen. Jouw ogen twinkelden, net als de mijne. Je hield ervan mensen voor de gek te houden. Hoe is het met jou, waarde vriend? Australische schoonheden zal je wellicht niet meer zien.

foto57

 

Mohammed, de sleutelbewaarder van Qasr Ibn Wardan


Hoe is het nog met jou, Mohammed? Jij, de sleutelbewaarder van het bizarre Qasr Ibn Wardan, 80 km buiten Hama. Volgens de Lonely Planet moesten we naar jou vragen in het dorp. Want jij alleen had de sleutel tot dit paleis of kasteel, met kerk. Byzantijns, naar verluidt, 1.500 jaar oud. Men heeft nog altijd geen idee wat keizer Justinianus vanuit Constantinopel bezielde om een chique paleis neer te poten in een lege steenwoestijn, ver weg van de bewoonde wereld. Er is nooit sprake geweest van een dorp hier. Ook vandaag in de hypergeavanceerde 21ste eeuw leven er bedoeïenen in hun bruine tenten. Ze hoeden schapen en geiten. We hoefden jou niet te zoeken. Je zat aan jouw tafeltje, muntthee pruttelde alweer een glaasje in. Naast het tafeltje stond een rode motor. Daarop scheurde je af en aan tussen Qasr Ibn Wardan en jouw huis, een stofwolk achterlatend in dit landschap van hardgebakken aarde. Ik zie jouw rode Arafatsjaal en witte kleed al wapperen in de wind. Een vriendelijke man was je. En waar ben jij nu, wat doe je? Zelfs de Byzantijnen die leefden in het Qasr Ibn Wardan en wel wat bloedgespetter gewoon waren, zouden duizelen van de honderdduizenden die de afgelopen jaren gesneuveld zijn in de Syrische hel.

foto31

 

De falafelmakers van Serjilla


Hoe zit het met jullie, jongens van de pittabar in het dorpje Serjilla? Geen pittakot in heel België dat kan tippen aan jullie falafels. De lekkerste ooit gegeten. Een rijtje vers gemaakte falafelballetjes, verse tomaten, een laagje verse koriander, een laagje verse munt. Geen vetbom waarbij een dikke saus de smaakpapillen verlamt, maar een falafelbroodje met een delicate en aromatische smaak, een pitta voor de fijnproevers. Maken jullie nog altijd de lekkerste falafel ter wereld? Ik zag de puinhopen en huilende mensen in jullie dorp op Youtube. Ik kende jullie allemaal maar oppervlakkig. Maar we hebben samen gelachen en gepraat. Genoeg om concrete gezichten te plakken op de horror van Syrië. Ik duim voor jullie, voor wat het waard is…

foto54

 

De kelners van het restaurant tegenover de Al-Nuri Moskee


Hoe is het nog met jullie, de nette en sympathieke jongens die met thee en waterpijp aan en af draafden in het chique restaurant tegenover de eeuwenoude waterraderen van Hama? De charmante mannen met das die gewillig op de foto wilden met mijn fiere mama? De An-Nuri moskee was gehuld in de gelige kleuren van de straatverlichting, het groene schijnsel van de toren weerspiegelde zich in het roerloze water. Rustig en stil was het toen. Vandaag blaffen de wapens, braken tanks en vliegen de kogels. Hopelijk zijn jullie gespaard.

foto56