Kinshasa komt weinig positief in het nieuws. En er zijn inderdaad heel wat redenen om Kinshasa te zien als een plek waar je beter niet geboren wordt. Maar Kinshasa is een stad die ook bruist, zingt en danst. Vandaag wil ik Kinshasa laten zien door een roze bril, en ik geef vier tips aan avontuurlijke reizigers die eens echt van het gebaande pas af willen wijken.


Tip 1: Aanschouw hoe Kinois(es) leven en werken

 

Zet je op een plastiekstoel in de Cité, leun achterover tegen een muur, handen in de nek en aanschouw de kleurrijke chaos, het hectische ritme van Kin. En stel dan jouw ogen scherp op de individuele mensen, hoe ze hun plan trekken, welke veerkracht al deze mensen hebben in een megalopolis die weinig vriendelijk is voor hen. Tientallen jongens gooien pakjes papieren zakdoekjes van de Colruyt. Anderen leuren met sigaretten die ze per stuk verkopen, aanstekers, tandenstokers, tandpasta, body lotion, koekjes, zeepjes, balpennen. Sommigen hebben een plastiek emmer met kevertjes en pili pili die ze met een pollepel op de tafel kwakken als snack bij het pintje. Vrouwen lopen met potten op hun hoofd met kolen, bananen en mango’s of zitten daarmee langs de kant van de straat. Bandenherstellers morrelen aan autobanden, mecaniciens vijzen schroot in en uit elkaar, kappers vlechten vals haar door echt. In de straten brengen jongeren landkaarten van Congo aan de man, en plastiek kerstbomen, USB-kabels van Chinese makelij, jonge hondjes, schilderijen met een Vlaams landschap. Ik nestel mij gerieflijk in de zetel van JoJo Coiffure in Bandal, waar men al in geen dagen elektriciteit meer heeft gezien. Het is een va-et-vient van een kauwgomballenverkoper, een knokig vrouwtje met mango’s, een nagelverzorger, een dame die die haarextensies verkoopt voor de deur van de Coiffure. En hoe kleurrijk is alles toch!

 

DSC00269 DSC00264 DSC00569

20141223_153319

20141223_162235

 

Tip 2: Ga je ontspannen aan de “Fleuve”

 

De “Fleuve” (stroom) staat voor de Congorivier, die langs Kinshasa raast. Aan haar oevers komen mensen om zich te ontspannen. En men vindt er een tikkeltje Congolees surrealisme. Neem “Safari Beach”, waar de autobestuurder aan de ingang verwelkomd wordt met een romantische ondergaande zon, papegaaien, palmbomen, een cocktail, bloemen. Het is een luxe oord met zwembad, aangeplante palmbomen, valse bomen en planten, kitscherige kerstverlichting, fonteintjes, twee speedboten, een Go-car. Niet ver van Safari Beach is er “de Tuin van Eden”, een oase van rust met speeltuigen voor kinderen (zeldzaam in Kinshasa!), mogelijkheden om bootje te varen, om een pikante liboke te eten en zoals altijd aan een plastiek tafeltje pinten achter de huig te slaan. Helemaal aan de andere kant van de stad zijn er keien- en zandstrandjes. De plek “Chez Tintin” bijvoorbeeld, die ligt aan een plek met stroomversnellingen van de Fleuve. Families vissen, doen de was, eten en drinken tot de nacht valt. Mensen die op hun paasbest komen paraderen op het strand. Maar je kan ook “informeel” langs de fleuve vertoeven. Iemand komt dan aandraven met plastieken stoelen en een frigobox met pinten. Een minuut later verschijnt er ook een fotograaf met een goede oude polaroid, waaruit de foto direct naar buiten rolt. Nostalgie.

 

DSC00183

Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa

DSC00182

Straatjochie kijkt voor zich uit op het strand van “Chez Tintin”

DSC00176

Jongeren komen zwemmen in de Fleuve. Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa

DSC00174

Een Kinoise doet haar was in de Fleuve. Strand van “Chez Tintin”, Kinshasa.

DSC00257

Een paneel belooft veel goeds van een “resort” aan de Fleuve, Kinshasa

Jardin d'Eden

Jardin d’Eden


 

Tip 3: Laat je verleiden door “Kin la sorteuse”

 

Kinshasa is bekend om zijn nachtleven. Als de schemer langzaam valt ontbindt Kinshasa – “la ville où on ne dort jamais” – haar duivels. “Kin la Sorteuse”, de koningin van het nachtleven, omarmt dan massa’s Congolezen, aangetrokken door muziek, dans, drank en eten. Ik doe terrasjes in de “hete” wijken van Bon-Marché en Bandal. Sloten Skol, Primus en Nkoyi vloeien, in flessen van 72 cl. De Congolese industrie mag dan al in grote crisis zijn, dat is wel anders voor de grote brouwerijen. Ndombolo, soukous, rumba lingala en kwassa kwassa vibreren door de stoffige straten. TV’s zenden voetbal uitl. Barbecues hullen de straten in rook. De chayeurs, de kleine verkopers leuren met hun waren. Pakje zakdoekjes? Brochetje met sprinkhaan? Kevertjes met pili pili? Balschoenen van voor 5 dollar? Sjacoche van Louis Vuitton? Marchanderen, drinken, dansen, eten, versieren, paraderen, voetbal. Kinshasa leeft, en de terrassen zijn de spil. Naast terrassen kan er ook gedanst worden: tijdens optreden in openluchtbars als Le Grand Libulu en The Tree Bar of op stoffige markten en pleinen in de volkswijken of in de ontelbare “boites de nuits” – de dancings – van Congo’s hoofdstad.

 

 


 

Tip 4: Kijk in de ogen van de Bonobo

 

Hij is in de herfst van zijn leven, haren zijn gevallen, nog slechts een paar plukken rusten onzeker op zijn kruin. De jaren hebben rimpels uit zijn voorhoofd gegraven, en rond zijn neus. Hij is een oude bompa met behoorlijk wat jaren op de teller. Hij kijkt met zijn ogen in die van iemand die verwant is aan hemzelf, die ouder is in jaren en toch in de fleur van zijn leven. Van iemand die zich zorgen maakt over de allereerste grijze haartjes die priemen uit een donkere bos haar, van iemand met dezelfde rimpels als hem. Hij is zo… menselijk. Maar hij is geen mens, wel heel nauw verwant aan de mens, we hebben een gemeenschappelijke voorouder. We zijn in zekere zin familie. En hij kijkt nu in de ogen van een mens, en die mens ben ik. Die blik alleen al, van bonobo tot mens en van mens tot bonobo, maakt een bezoek aan het “Lola ya Bonobo” (“het Paradijs van de Bonobo’s”) tot een mooie belevenis. Het Lola ya Bonobo is een reservaat voor Bonobo’s, opgericht in 1996 door een Belgische, Claudine André, die zich het lot aantrok van deze bedreigde en aan Congo endemische grote aap. Ze redt bonobo’s uit handen van verkopers, van markten, en doet aan bewustmaking. In het bos leven een aantal groepen, ze zien met een zestigtal. Ze zijn in veel opzichten heel menselijk. Kleintjes zonder ouders verblijven bij een menselijke mama, ze kunnen niet zonder die aandacht. Er zijn vier mama’s: Maman Henriette, maman Espérance, maman Micheline en Maman Yvonne. Een vrouw zit in een kooi, ze zit in een houten stoel, drie kleine bonobo’s zitten rond haar.

 

DSC00339 DSC00324