Steil bergop gaat het. Ik zit van achter op een motoconcho. Mijn bijna lamme rechterarm ondersteunt 20 kilogram bagage. Mijn linkerhand klemt krampachtig het handvat vast. De motoconcho hoest en proest richting Nyungwe Hill Top View Hotel. Het bouwsel verloochent zijn naam niet: 12 chalets met zicht op het Kivumeer, op de glooiende heuvels met theeplantages én op het Nyungwe woud. Ik ben alweer moederziel alleen. Ik wandel van de receptie naar mijn chalet. Een Afrikaanse zwarte kuifarend kijkt mij van op korte afstand arrogant aan. Even later sta ik met mijn armen gekruist op het balkon van mijn terras. Er zijn mooie plekken en heel mooie plekken op onze aardbol. Deze plek hoort tot de tweede categorie. Slierten mist liggen als zijden sjaals over de theeplantages en de groene kruinen van het Nyungwe woud gedrapeerd. Even met het hoofd 90 graden draaien om het Kivumeer te zien, en de honderden gele vlammetjes van de lantaarns van de vissers die oplichten. Net als in Kibuye stimuleert dit panorama een gevoel van ruimte, stilte en alleen zijn. Die combinatie van gevoelens is zeldzaam voor een Westerse stadsmens en workaholic als ik. s’ Ochtends neem ik ontbijt op het dakterras. De koffie is slecht, het ontbijt bescheiden, het panorama verbluffend. De ultrasympathieke receptioniste Helen vraagt of de nacht niet te koud was. Maakt ze een grapje? Maar Helen is serieus: ik moet voorzorgen treffen, want de temperatuur zou de nacht erop slechts 20 graden bedragen. Ik leg haar uit dat we bij 20 graden in België nog altijd op een terrasje zitten. Ze is niet overtuigd. ’s Avonds lijkt mijn chalet een Finse blokhut: de open haard knettert en ik brand mij bijna aan drie hete waterkruiken in mijn bed.

Theeplantages en op de achtergrond het Nyungwe woud

Theeplantages en op de achtergrond het Nyungwe woud

Ik loop de Isumo trail, met mijn gids David, een relatief korte wandeling van gemiddelde moeilijkheidsgraad. Hij is bioloog en heeft les gegeven. Maar hij vond dat saai en gids betaalt – toch wel spijtig – veel beter als leraar. Wat is het van een mysterieuze schoonheid, dit honderdduizenden jaren oude woud. Een kluwen van bomen, lianen en planten. Een wildernis waar 13 apensoorten hun thuis hebben, meer dan 300 vogelsoorten en een ongeziene bloemenweelde waaronder 154 soorten orchideeën. Hier ontspringen de bronnen die de Nijl en de Congo voeden. Net als alle bossen en wouden kapte en brandde homo sapiens zich een weg door het groen. Maar al relatief vroeg, in de jaren ’80, is men Nyungwe gaan beschermen. Miljoenen mensen hangen immers van dit water af. Nyungwe Nziza is een project dat het toeristisch potentieel van het woud ontsluit. De filosofie is veelbelovend: betrekken van de lokale gemeenschappen zodat ze er zelf inkomsten uit kunnen halen en werk vinden. Zo hebben ze tenminste een aanmoediging om de biodiversiteit van het woud te behouden. De Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking, USAID, zit hier mee achter. Mooi zo, het is eens iets anders dan investeringen in defensie, wapens of bedenkelijke economische maatregelen. Anderzijds denk ik dan: David was leraar, en is nu gids, wellicht omdat hij door Amerikaanse steun beter betaald wordt.

CIMG0135

Na 10 minuten wandelen stopt hij. Bladeren ritselen, takken zwiepen. Zwarte gezichtjes met witte bakkebaarden gapen me vanuit de bomen aan. Ze hebben een mantel van lange witte haren rond de schouders. Eén voor één komen ze de bomen uit. Ze buitelen, tuimelen, springen, rennen. Eén exemplaar daagt mij uit door een paar keer rakelings langs mijn benen te scheren. Wat zijn het speelvogels, deze Angolese franjeapen. Ze zijn met een veertigtal. De leider glijdt uit zijn boom en neemt de groep op sleeptouw. Ze verhuizen over een theeplantage naar een ander deel van het Nyungwe National Forest in Rwanda. En wij lopen mee. Zij kijken wat argwanend naar die grote filmende aap achter hen, ik naar die apen voor mij. Wat een ervaring. We lopen nu langs de theeplantages. Ik zuig de frisse lucht in mijn longen. In de verte zien we chimpansees slingeren in de bomen. We schuiven behoedzaam over het glibberige pad richting het woud. Een fel gele bloem leidt mijn aandacht af, waardoor mijn linkervoet vooruit slipt. Zo komt ik tot een prachtige spreidstand die mijn liezen op de proef stelt. Ik trek met enige moeite mijn linkervoet terug, sta recht, verlies opnieuw het evenwicht en knal met mijn zitvlak tegen de grond. Met pijnlijk staartbeentje, verrokken lies en slijkbroek word ik door het duistere, ruige regenwoud opgeslorpt. Om eerlijk te zijn ben ik geen fan van wandelen in regenwouden. Ik zie ze liever van op afstand. Ik krijg er steeds een lichte vorm van claustrofobie. De bomen staan dicht bij elkaar en ontnemen het zicht. Instinctief vrees ik deze groene hel: ik weet dat er giftige creaturen vliegen, kruipen, sluipen en dat er vuile parasieten schuilen. Ja maar zeggen de reisbrochures dan: die geweldige biodiversiteit, dat is een toeristische troef. Wel sorry, maar om van de biodiversiteit te kunnen genieten, moet je je af en toe wel eens concentreren en dat gaat nu juist moeilijk in de omgeving van een tropisch woud. De vochtigheid ontneemt de adem. De broeierige hitte perst liters zweet uit de poriën. Bovendien probeer je niet uit te glijden over de dikke lagen rottend humus of de sponzige mossen, waardoor je voortdurend naar de eigen voeten kijkt. En de kans om beesten te zien is nihil.

Angolese franje apen, Nyungwe woud

Angolese franje apen, Nyungwe woud

Maar elk regenwoud heeft prachtige verrassingen in petto. Na een uur of twee opent het bos zich en ontvouwt zich een natuurlijk groen amfitheater. In het midden dendert een waterval naar beneden. Het opspattende water zorgt voor een mistige sfeer. In het theater laten zich rode borstels van bloemen bewonderen en orchideeën, bromelia’s, begonia’s, palmbomen en eeuwenoude boomvarens. Lianen hangen als slingers in een kerstboom op en tussen de bomen. Diepe donkere spelonken herbergen duizenden vleermuizen. Een aanrader, Isumo Trail.