Chillen in Rwiza lodge

 

Vroeger leerden we dat de hemel boven ons ligt, en de hel onder ons. Maar in realiteit is de hemel vaak ook een hel, en de hel soms hemel. Het Kivumeer en omgeving is zo’n plek. Aan Congolese kant is het al jaren – tot op de dag van vandaag – een hel. Maar in Rwiza Village Guest House aan Rwandese kant lijkt de Kivu terug het paradijs op aarde. Ik lig in mijn bed in een van de 9 kleine hutjes om 6 uur ‘s ochtends. Zonnestralen strelen zacht mijn hoofd. Ik takel mijn oogleden open, hijs mijn hoofd uit het donzige kussen en zie hoe het meer baadt in duizenden glinsteringen onder de ochtendzon. Gezang weergalmt over het rimpelloze water. De dappere vissers peddelen na een lange nacht arbeid met hun vangst terug naar de oever. De boten bestaan uit drie kano’s die aan elkaar geklonken zijn met houten staven en waartussen men netten heeft gespannen. Motoren gebruiken de vissers van het Kivumeer niet. Ik kruip uit mijn bed en plof in mijn ligstoel op het terrasje. Na een vermoeiende missie van twee weken word ik weer meester van mijn tijd. Ik word niet langer geleefd van uur tot uur door mijn agenda. Ik ben alleen, het ruimtegevoel is overweldigend, de stilte oorverdovend. Wat verschilt mijn leven toch van die van de vissers: de open ruimte is hun thuis, stilte hun metgezel, agenda’s onbestaande. De vissers hebben geen agenda nodig: de zon en het licht gidsen hen in wat ze doen. Bij zonsopgang varen ze naar de oever om vis te verkopen. Bij zonsondergang varen ze uit om vis te vangen. Een kleurrijke menigte dorpsbewoners met emmertjes verzamelt zich op de oevers. Een grenadierwever landt op mijn balkon. Ik zeg hallo aan dit feloranje vogeltje met zwarte borst. ’s Avonds, wanneer ik op mijn dooie eentje een reusachtige vleesbrochette verorber op het panoramische terras van Rwiza Village Guest House, verlaten de vissers de steigers opnieuw, de geel rode zonsondergang tegemoet. Ik ben zen als een monnik in een klooster.

 

John is de buitengewoon sympathieke receptionist van Rwiza Village Guest House. Hij vraagt of ik reclame kan maken via Facebook. Want de mensen komen niet uit schrik voor de genocide en de slechte berichtgeving rond het Kivumeer: oorlog, rebellen, kindsoldaten, verkrachtingen, “etnische” conflicten. Hij schudt het hoofd en zegt: “De genocide is 20 jaar geleden en sedertdien is het hier kalm en vredig”. Dat kan ik alleen maar bevestigen. Op een avond wandel ik over de weg van het centrum van Kibuye naar het enige kilometers verderop gelegen Guesthouse. De weg is een perfect onderhouden biljartvlak. De scholen zijn net uit. Joelende kinderen lopen achter me aan. Na een minuut of vijf ben ik verzwolgen in een enorme zwerm schoolkinderen. “Mzungu, mzungu” (blanke, blanke)! Ik lijk wel Sinterklaas, omstuwd door giechelende en gillende jongens en meisjes. Mama’s kijken geamuseerd. Eentje ervan zegt in het Frans: “Je maakt hen aan het lachen”. Ze knikt vriendelijk. John staat langs de kant van de weg, hij kijkt met een mengeling van verbazing en amusement wanneer hij mij te midden van een stoet naar het Guesthouse ziet trekken.

 

De omgeving van Kibuye: waar Rwanda niet zo nieuw is

 

Tijdens mijn anderhalve werkweek in Kigali sjeesde ik over asfaltwegen in kraakwitte terreinwagens van bureau naar bureau en van modelschool naar modelschool. Ik logeerde in een hotel met een suite dat dubbel zo groot is als mijn appartement thuis. Ik at steak met drie soorten roomsaus, Koninginnehapje met frietjes, Pizza Hawai en Dame Blanche in restaurant “The New Cactus” met spectaculair zicht over de stad. Ik dronk in het weekend Campari Orange in Hôtel des Mille Collines. Ik wandelde met gerust hart door residentiële straten met perfecte voetpaden en vol met bloemen en bomen, geen plastiekzak of papiertje op de grond. Een paar jaar geleden is Kigali nog uitgeroepen tot properste stad van het Afrikaanse continent. Ik vergaderde in een net onderhouden tuin naast het zwembad in de sportclub van Kigali, waar mensen onder palmbomen op hun IPads of GSM tokkelen. Grote panelen in het straatbeeld maken duidelijk dat corruptie niet getolereerd wordt en schadelijk is voor de gemeenschap. Wolkenkrabbers steken in de lucht, gevuld met banken en winkels. Kigali: de blitse hoofdstad van het Singapore van Afrika.

 

Hoe anders is het Rwanda dat zich nu rondom mij uitstrekt. Ik zit achter op een motoconcho in de rurale omgeving rond Kibuye. Urenlang hotsen we over onverharde wegen, putten en stenen geselen mijn zitvlak, een helm waggelt pro forma op mijn kruin. Dit is het Rwanda van de theeplukkers. Van boerinnen die, met baby op de rug en onder een loden zon, ganser dagen onverdroten thee plukken voor de fabriek van Gisakura Tea Estate. In de fabriek zelf laden arbeiders de zakken met verse theeblaadjes uit. Andere arbeiders gooien houtblokken in de ovens die de thee moeten branden. Een kwaliteitsverzorgster controleert blaadjes op ongeregeldheden. Een vrouw slurpt thee en spuwt weer uit.

 

Een dag later spring ik op de bus van Kibuye naar het Nyungwe Woud in het Oosten van Rwanda. Geen moderne bus zoals in Kigali, maar een aftands en afgedankt exemplaar geschonken door “het volk van Korea”. Juten zakken liggen opgestapeld in een kooi achteraan. Het vulsel van de banken puilt uit scheuren. Ongevraagd komt er een jeep aangereden die me mee wil nemen. Gefronste blikken zijn mijn deel wanneer ik weiger de jeep in te stappen. Een vrouw lacht en schudt het hoofd: “Vous ne voulez vraiment pas prendre la voiture? ». En ik : « non, je veux voyager comme vous ». De vrouwen giechelen. Wat volgt is een ononderbroken busrit van zeven uur. Maar de beloning voor de benieuwde reiziger is navenant. De bus slingert rond talloze baaien en strandjes van het Kivumeer. Dit is het Rwanda van de stoffige onverharde wegen, van het harde labeur op het veld, van scholen zonder materiaal, van mensen die Engels noch Frans spreken, van mensen die geen “mzungu” zien, van dorpen zonder riolering en waterleidingen. Hoewel de Chinezen hier danig in de weer zijn met het aanleggen van asfaltwegen, kanalen en afvoersystemen. Met een strooien hoedje op het hoofd sturen zij om de zoveel kilometer een team van Rwandezen aan. Dit is het Rwanda waar mensen via de open ramen in en uit de bus springen omdat de deuren gebarricadeerd zijn, van geïsoleerde dorpen die op deze bus wachten voor hun voedselvoorziening, van honderden kinderen die samentroepen rond de bus om de mzungu te zien, van de student informatica die mij vraagt hoe hij België kan binnengeraken omdat er geen enkele toekomst is voor hem in Rwanda. Het andere Rwanda: het gezicht van het platteland, vooralsnog in schril contract met het Rwanda van het economische mirakel.

 

Schoolkinderen op de weg tussen Rwiza Village Guest House en het centrum van Kibuye

Schoolkinderen op de weg tussen Rwiza Village Guest House en het centrum van Kibuye

Achteraan de motoconcho, langs de theeplantages van Gisakura Tea Estate

Achteraan de motoconcho, langs de theeplantages van Gisakura Tea Estate

Theeplukster met kind, op de theeplantages van Gisakura Tea Estate

Theeplukster met kind, op de theeplantages van Gisakura Tea Estate

Zonsondergang, Kivumeer

Zonsondergang, Kivumeer

Grenadierwever

Grenadierwever

Het stoffige, kleine, charmante centrum van Kibuye

Het stoffige, kleine, charmante centrum van Kibuye

De vissers varen de zonsondergang tegemoet op het Kivumeer

De vissers varen de zonsondergang tegemoet op het Kivumeer