“Adressez-vous d’abord au secretariat” lees ik boven het raampje. Ik ben zonet het directoraat binnengestapt van de technische landbouwschool Nzolo in Kimpese. Een lessenaar staat onder het raam, de vier poten in een hoop bij elkaar geharkte bladeren. Naast de lessenaar staat een antieke fiets. Geen spoor van een secretariaat. We zeggen goedendag tegen de pedagogische begeleider. Hij zit in een rommelig hok met papieren en tekeningen aan de muren. Kalenders prijzen Princess Claire schoonheidsproducten aan, en diensten en producten van de Indische telecommunicatiegigant Airtel en de multinational Beltexco. Er hangt wat rudimentair pedagogisch materiaal, zoals een kaart van Congo gemaakt met steun van het Waals Gewest en een tekening van het spijsverteringsstelsel. In het bureau van de directeur liggen stapels hopeloos verouderd leermateriaal en curricula. Er staan twee typemachines waarvoor men op de antiekmarkt van de Brusselse Marollen geld zou geven.

 

De bureaus van directeur en pedagogisch begeleider doen het ergste vermoeden voor de klaslokalen. De directeur leidt ons rond. Zelfs elementaire zaken als elektriciteit en water liggen niet voor de hand. De directeur legt uit dat een generator regelmatig moet inspringen wanneer de elektriciteit uitvalt. Er is trouwens ook geen water op de school. Leerlingen scheppen water in een rivier verderop. De lokalen mankeren vaak ramen en deuren, zodat tropische regens naar binnen kunnen kletsen. Een golfplaten afdak tovert in combinatie met de loden zon de “stalletjes” in sauna’s om. In sommige klaslokalen zijn de zwarte borden in scherven gebroken. Muren zijn mismeesterd met graffiti en slogans. Het schoolreglement staat met stift op de muur van een klaslokaal gekrabbeld. De witte hemden van de leerlingen steken af tegen de vuile muren. De school beschikt over geen enkele computer. Toch moet het vak ICT gegeven worden. Dat gebeurt dan met de persoonlijke computer van de ICT-leraar. Eén computer voor bijna 200 leerlingen.

 

Meisjes en jongens zitten samen in klassen, maar vrouwen zijn in de minderheid. Op 190 leerlingen zijn er 134 jongens, op 22 leraars 2 vrouwen. En dan stuurt men nog eens zwangere meisjes de laan uit. Tienerzwangerschappen zijn taboe, net als seks. Illustratief daarvoor zijn de knullige potloodtekeningen in het bureau van de pedagogisch begeleider die het leven van man en vrouw uitbeelden, van verloving tot kinderen baren. Een eerste tekening laat een man zien, die een meter naast een vrouw staat met zijn hand op haar rug: de verloving. Op de tweede tekening ligt zijn hand om haar hals, hoewel hij nog steeds onnatuurlijk een meter van haar af staat: de definitieve verbintenis. Het huwelijk wordt uitgebeeld door de derde tekening. De man staat – eindelijk – tegen de vrouw. En de vierde tekening verbeeldt al direct de verloskamer: de geboorte. Wat er gebeurt tussen het huwelijk en de geboorte is taboe: ooievaar, bloemkolen? Nochtans krijgt de directeur op zijn school geregeld te maken met meisjes die zich in fase 4 bevinden, zonder fase 3 doorlopen te hebben. Resultaat: exit van de school en soms ook exit thuis.

In sommige klaslokalen zijn de zwarte borden in scherven gebroken. Muren zijn mismeesterd met graffiti en slogans. Het schoolreglement staat met stift op de muur van een klaslokaal gekrabbeld

Niet veel beter is het in Bolingo, een andere technische landbouwschool rond Kimpese. Elektriciteit? Soms wel, soms niet. Pedagogisch materiaal: veel te weinig. Computers? Geen enkele. Een telefoon? Neen. Maar naast infrastructuur en materiaal is een ander groot probleem het onderwijsniveau van de leraars zelf: 12 van de 21 leraars heeft geen enkele pedagogische opleiding genoten in Bolingo. Vrouwen in het lerarenkorps? Twee. In Nzolo heeft de helft van de leraars nooit een pedagogische opleiding gehad. In de iets beter geëquipeerde technische landbouwschool in de Botanische Tuin in Kisantu: 18 leraars waarvan er 10 geen enkele opleiding hebben genoten. Er is één vrouw. In de landbouwrichting zitten slechts 10% meisjes. Dat is behoorlijk gek als je weet dat 80% van de mensen die actief zijn in de landbouw vrouwen zijn. Vrouwen zijn goed om de ongekwalificeerde handenarbeid te verrichten. Opleidingen die leiden naar kwalificaties en dus meer status en loon zijn mannenterrein.

 

Deze drie landbouwscholen reflecteren de lamentabele situatie van het technisch onderwijs. 90% van de technische scholen beschikt over onvoldoende pedagogisch materiaal om goed les te kunnen geven. Slechts 40% van de leraars in technisch onderwijs heeft een pedagogische opleiding gekregen. De infrastructuur is ondermaats. De verhoudingen tussen meisjes en jongens flink scheefgetrokken. Het onderwijs is ook weinig praktijkgericht en relevant. Laat ons het voorbeeld van ondernemerschap nemen. Dat is net als ICT in mooie curricula gegoten, maar leeft niet in praktijk. In de school in Kisantu maak ik voor de eerste maal kennis met een productie eenheid. Landbouwscholen hebben wat grond, de één meer dan de ander, waarop leerlingen groenten en fruit leren telen. In Kisantu leren leerlingen rijst, maniok en ajuinen verbouwen en fruitbomen planten, in Bolingo appelsienbomen, mangobomen, acacia’s, bananen, avocado en ajuin. De leerlingen verkopen de opbrengsten op de lokale markt, zodat ze het schoolgeld kunnen betalen. Scholen financieren zo zichzelf, geen luxe als je weet dat scholen maximum 50 dollar aan werkingskosten krijgen. En even vaak komt dat geld nooit aan. Het gekke is dat men er niet opkomt om de productie eenheden te gebruiken om ondernemerschap aan te leren. Zo geven die productie eenheden overlevingslandbouw door. Leerlingen leren er niks meer dan wat ze van hun ouders leren: rijst en maniok telen en verkopen op de markt en zo overleven. Het gevolg is dat de productie eenheden ook niet winstgevend zijn.

90% van de technische scholen beschikt over onvoldoende pedagogisch materiaal om goed les te kunnen geven. Slechts 40% van de leraars in technisch onderwijs heeft een pedagogische opleiding gekregen

Het technisch onderwijs staat zo lichtjaren af van de sociaal-economische behoeften van Congo. Het land is virtueel in staat om met zijn landbouw zichzelf en andere Afrikaanse landen te voeden. Maar vandaag moet Congo eten importeren. Wat moet er gebeuren? De productie verhogen door verbeterde teelttechnieken en beter zaaigoed bijvoorbeeld. Meer aandacht besteden aan industriële landbouw en ondernemerschap ook. En daarin speelt ook onderwijs een rol. Maar dan moet ondernemerschap echt gaan leven in de geesten van ambtenaren van het ministerie van onderwijs, van schooldirecteurs, van leraars en uiteraard de leerlingen zelf. En betrek als school diegenen die ondernemerschap het beste kennen: de ondernemers. Pater Charles, directeur en initiatiefnemer van CIVAK bijvoorbeeld, het “Centre d’ Information et de Vulgarisation Agroalimentaire de Kimpese”. Het hoofddoel van dit centrum is om de oogst aan de hand van nieuwe en betere technieken te verwerken tot kwalitatief meer hoogstaande producten. Of Madame Gratitude, directeur van CETRAPAL, een bedrijfje dat landbouwproducten verwerkt en transformeert. Pater Charles en Madame Gratitude hebben wat veel andere Congolezen vooralsnog niet hebben: een ondernemerschapsgeest. Ze denken: we moeten iets meer doen dan alleen maar maniok, of rijst, of groenten planten, oogsten, naar de locale markt versjouwen en verkopen om opnieuw te beginnen. Waarom geen bier maken, of Kambucha thee, fruitsap, confituur, of gedroogde gember? Waarom niet zoeken naar een meerwaarde voor producten? Je kan dan meer verdienen en je bedrijfje laten groeien. Meer werkgelegenheid, meer inkomsten voor de lokale gemeenschappen, meer kansen voor vrouwen. Dus: waar wacht het onderwijs op? De kwaliteit van infrastructuur moet naar omhoog, leraars gevormd, materiaal ter beschikking gesteld. Het landbouwonderwijs moet meer meisjes aantrekken (Madame Gratitude is een landbouwkundige bijvoorbeeld). En aan het onderwijs om ondernemerschap mee te ondersteunen en de fundamenten te leggen van Congo als “graanschuur van Afrika”. Mijn organisatie VVOB werkt daaraan graag mee, maar daarover schrijf ik eens een apart blogartikel.

Technische landbouwschool van Nzolo in de provincie Bas-Congo

Technische landbouwschool van Nzolo in de provincie Bas-Congo

Landbouwschool van Nzolo: zelfs elementaire materiaal als schoolborden is niet evident

Landbouwschool van Nzolo: zelfs elementaire materiaal als schoolborden is niet evident

Adressez-vous d'abord au secretariat...

Adressez-vous d’abord au secretariat…

Madame Gratitude in haar “bedrijfsomgeving”

DSC00105

Leerlingen veeartsenij in de landbouwschool van Bolingo, provincie Bas-Congo