“Auténtica Perla del Sur” en “Capital de la Cordialidad Paraguaya”. Zulke namen geven goesting om Pilar te bezoeken, een stadje in het Zuidwesten van Paraguay. De straten zijn er omzoomd met netjes geschoren buxussen, ficussen, bloemen en mangobomen. Schilderingen van lokale fauna en flora, van de schepping van de wereld en episodes van Paraguay’s ongenadige oorlogen sieren muren. Standbeelden van schildpadden, papegaaien en reigers fleuren pleinen op. Veel huizen zijn versleten, verf bladdert af, maar ze zijn kleurrijk en hebben stijl. Oude gebouwen als het museum, de bank en de basiliek zouden gerust toeristische trekpleisters kunnen zijn. Zoals in Concepcion is er een sympathieke strandcultuur aanwezig. Het stadje ligt aan het knooppunt van de rivieren “Paraguay” en “Paraná”. Een wirwar van vele kleine stroompjes, riviertjes en beken ontvouwt zich aan het oog van Katrien en mij. We lopen langs het moeras van Neembucu, de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-de-Maagd-van-Pilar weerspiegelt zich in het water. Inwoners varen in kleine houten schuitjes en vissen. Witte reigers doen hetzelfde maar dan efficiënter. Een mooie granieten promenade van anderhalve kilometer lang – la costanera de Pilar – is in opbouw, met sierlijk meubilair in hout en metaal. Hier komt ook een strand van een halve kilometer met wit zand. Jaarlijks op 2 januari vindt het fiesta Hawaiana plaats, een gigantische strandfuif langs de Neembucu, waar 30.000 Paraguayanen, Brazilianen, Argentijnen en zelfs Uruguayanen uit de bol gaan.

P1000883

Op de heetste momenten tijdens de namiddag gaan Pilar en zijn sympathieke inwoners slapen. De zon jaagt alle leven de schaduw in. Later komen mensen weer naar buiten: ze zitten op een stoeltje voor hun winkeltjes, ze wisselen terere uit, ze lezen de krant, oma’s met krulspelden in het haar keuvelen. Auto’s zijn eerder zeldzaam. In de straten snorren vooral brommers rond, en er rinkelen fietsen, en af en toe kraakt een paardenkar voorbij. ’s Avonds zit de jeugd op een bankje, al dan niet met een pintje, te doen wat de jeugd doorgaans doet: drinken, roken, kijken naar anderen, luisteren naar muziek, flirten, kussen, niksen, vervelen. Ik zit met Katrien en haar vriendin Liz op een bankje aan de hoofdweg. Liz wuift naar alle vrienden en kennissen van haar die passeren. Een liedje – cirkels – van Herman Van Veen spookt door mijn hoofd:

 

“en de tijd verslijt de dagen,
met de wijzers van de klok,
die de uren traag vermalen,
heel geruisloos, zonder schok”.

 

Thuis raadpleeg ik Facebook, Twitter, Tumblr, mijn blog, mijn hotmail, mijn 50 e-mails per dag op het werk en tussendoor bekijk ik mijn sms’en. En, o ja, ik moet nog bellen naar de mensen die een boodschap inspraken op mijn antwoordapparaat. Een ander liedje van Herman Van Veen maalt door mijn bovenkamer:

 

“Opzij, opzij, opzij,
Maak plaats, maak plaats, maak plaats,
Ik heb een ongelofelijke haast,
Opzij, opzij, opzij,
Want ik ben haast te laat,
Ik heb maar een paar minuten de tijd,
Ik moet rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan,
Ik kan nu niet blijven, ik kan nu niet langer blijven staan”.

 

En hier, op dit pleintje in Pilar blijf ik wel, ik blijf te zitten, mijn benen luisteren naar mijn hersenen als een hond naar zijn baas: “zitten”, “liggen”. Alleen het vooruitzicht op een gegrilde verse surubi, corvina of pacu weet mijn hersenen te overtuigen om mijn benen te laten bewegen. ’s Avonds grillen Liz haar ouders twee enorme vissen met tanden waartussen ik mijn handen niet zou willen steken. Als bijgerecht komt de calorieatoombom Sopa Paraguaya op tafel. Dat is geen soep, maar een soufflé met varkensvet, kaas, ajuin, eieren en maïsmeel. Overgoten met rode wijn valt een mens dan weer half in slaap. De tijd verslijt de dagen.

 

Pilar, het Aards Paradijs waar de gebraden duiven in de mond vliegen? Dat nu ook weer niet. In ons hotel – Apart Hotel Liza – zie ik een zwart-wit foto van een boot, met op de achtergrond een wrak van een andere boot. Op het onderschrift staat: “Boot Jannette waarmee honderd Belgen naar Pilar gekomen zijn”. Het herinnert aan een minder fraai kantje van Paraguay: onder dictator Stroessner was het land een vrijhaven voor nazi collaborateurs. Deze honderd Belgen waren op de vlucht voor hun processen voor de oorlogsraden. Zij vestigden zich in de buurt van Encarnacion, een andere stad in het Zuiden van Paraguay. Ze kwamen in de Jannette (what’s in a name voor Nazi collaborateurs) de Atlantische Oceaan over, voeren de Rio de la Plata op en kwamen tenslotte op de Rio Paraguay uit en in Pilar. Vandaar ging het met paard en kar naar het Zuiden van Asuncion, in de regio Capitan Miranda, waar hun afstammelingen vandaag nog steeds leven.

 

Op een hete namiddag zitten we bij Sonja. Zij werkt in de milieusector en ziet de zaken wat somber in. Het gaat over de moeilijke balans tussen economische ontwikkeling en de bescherming van de biodiversiteit. Pilar leeft al lang van kleine veeteelt en landbouw. Maar nu vindt de grootschalige landbouw ook zijn weg naar het Zuiden van Paraguay, zoals grote sojaplantages. Veel van de oorspronkelijke begroeiing verdwijnt. Tegenwoordig is er ook een discussies over de mogelijke grootschalige exploitatie van rijst, zegt Sonja. De teelt is zeer vervuilend voor het milieu: pesticiden komen in het water terecht en de teelt ervan trekt veel water uit de esteros – Spaans voor kreken. De voorstanders verwachten dat rijst een antwoord is op voedseltekorten en werkgelegenheid zal bieden. Sonja verwijst naar vervuiling en het feit dat deze teelten zodanig gemechaniseerd zijn dat er van plaatselijke werkgelegenheid geen bal in huis zal komen. En dan spreken we nog niet over de effecten op de volksgezondheid. Naast landbouw en veeteelt is de katoenfabriek van Pilar de grootse werkgever. De fabriek is gesticht in de jaren dertig door een Italiaan, Paolo Federico Alberzoni en groeide uit tot de zogenaamde “long van het departement van Neembucu”. 10% van de inwoners van Pilar zou in “la Fabrica” werken. Braziliaanse concurrentie laat zich ook hier voelen: het kleuren van de stoffen gebeurt veel goedkoper in Brazilië, waardoor de fabriek moet afslanken en de jobzekerheid van mensen in het gedrang komt. Ik duim dat het niet zo ver moet komen, want Pilar en haar inwoners hebben een sympathieke indruk op mij nagelaten.

P1000881 P1000869 P1000884