Ik stap uit een bestelbusje in een grimmige achterbuurt van Buenos Aires. Voor mij loopt een schriel mannetje met onhandelbare haargroei. Hij kijkt schichtig om zich heen. Hij is mijn gids. Zenuwachtiger als mezelf stel ik vast. Ons gezelschap bestaat uit twee Noorse vijftigers met zoon en dochter en een bedeesd koppeltje uit Rotterdam. We lopen tussen rijen robocops met waterkanonnen, wapenstokken en rubberkogels. In deze grauwe achterbuurt van Buenos Aires komt een gekkenhuis op bezoek: La Doce, de twaalfde man van de beruchtste Argentijnse club aller tijden: Boca Juniors. De fans springen en zingen van uren voor de match tot lang na het einde. Door het springen symboliseren ze het kloppend hart van Boca. “Passie uitstralen por favor”. Onze gids deed het even voor, hij balde zijn vuist, ramde zo bijna een gat in het dak en riep Booooocaaaaaa, te quiero, te quierooooo! De Noorse vijftigers keken schaapachtig. Het Rotterdamse meisje – smal en rood – kijkt bang.

 

Drie uur voor de aftrap banen we ons een weg door een op- en neerverende mensenzee. Het voelt claustrofobisch en broeierig. Ik denk aan de rampen van de Heizel en Sheffield. Beneden spuit de brandweer water over de hoofden. Dan opent de massa zich als de zee voor Mozes. Gejuich stijgt op. Een fanfare marcheert binnen. Daarachter lopen mannen die spandoeken en vlaggen torsen. En daarachter krioelen, trekken en duwen supporters. Sommigen worden wild tegen de muren gekatapulteerd. Die razende meute loopt onder een erehaag van honderden gebalde vuisten die op en neer gaan. “Boca, Boca, Boca”. Een eresaluut voor de barra brava, de ultra’s. Tijdens matchen zorgen zij voor de ambiance en voor het creëren van het gezellige “wij-zijn-Boca-en-de-rest-zijn-hoerenzonen” sfeertje. Zij vervaardigen en dragen de relikwieën van de club: vlaggen en spandoeken. Ze verkopen tickets door aan woekerprijzen, troggelen geld af voor parkeerplaatsen en verpatsen drugs in het stadion. En dan zegt men dat de barra brava ook een procentje mee pikt in de merchandising en de verkoop van spelers. Door de week verdienen ze hun boterham als bodyguard, taxichauffeur of vechtersbaas voor politici.

 

Nu de bad boys van de barra brava hun weg banen door La Doce wordt het onbehaaglijk drummen. Mijn hemd zuigt het zweet van de hooligans voor en naast mij op. Mijn haar is nat van het speeksel van mijn fulminerende achterbuur. Pauken bonken op tamboeren. Fans tillen een neanderthaler naar omhoog. Mijn haar waait omhoog wanneer hij brult. Dit is één van de orkestmeesters van de barra brava. De orkestmeesters klimmen op in de hiërarchie na bloederige ontgroeningstaferelen. In een krant las ik hoe een toekomstige leider met een truitje van Boca door een Boca wijk liep en aangevallen wordt door een razende Boca meute. Daarbij proberen ze het truitje van de nieuweling af te pakken. Hoe langer hij er in slaagt om dat truitje aan zijn lijf te houden hoe hoger zijn status. Zij onderhouden contacten met clubs, politici en politie. Zij laten jongeren de vuile jobs doen. Die jongeren kijken naar hen op, meer nog dan naar de spelers. Die wisselen immers van club. Jongeren uit sloppenwijken vinden er geld, gekoppeld aan status en imago. Ze zijn een lid van de barra brava, geen anonieme nummer in een sloppenwijk. Onder impuls van de neanderthaler beweegt de massa van links naar rechts en omgekeerd. Het Hollands meisje hapt paniekerig naar adem.

De fans springen en zingen van uren voor de match tot lang na het einde. Door het springen symboliseren ze het kloppend hart van Boca.

Aan de andere kant razen de San Lorenzo supporters hun getralied hok binnen. “Hijos nuestros, hijos nuestros” stijgt uit duizenden kelen op. Op een spandoek staat in het Spaans “als onze kinderen zijn jullie geboren en als onze kinderen zullen jullie sterven”. Volgens de Argentijnse journalist Eduardo Archetti “ontmannen” hooligans elkaar symbolisch. Door de vijandelijke hooligans “onze zonen” te noemen, duwt men ze in de rol van kinderen. De zoon onderwerpt zich aan het gezag van de vader. Het werkwoord neuken hoort ook tot het vocabularium van de fans: “Boca mijn leven is één en al vreugde, wij zijn de grootste van Argentinië, neuk racing en de kiekens, neuk de cuevos en de politie”. Waarbij gallinas en cuevos verwijzen naar de fans van River Plate en San Lorenzo. Merkwaardig is dat de hooligans andere venten langs achter naaien, maar dat ze toch de échte mannen zijn. De slachtoffers zijn de mietjes en homoseksuelen, diegenen die hun mannelijkheid niet hoog houden. Vrouwen zijn zeldzaam in La Doce. Naast mij staat een krijsende pannenlat. Op haar linkerborst staat Boca getatoeëerd en op de andere Juniors.

P1000116

Het gezellige sfeertje: “hijos de puta, hijos de puta”

De spelers lopen het terrein op. Gebrul, voetzoekers, rookgordijnen. WC-rollen vliegen in slierten naar beneden. Als een zee bij springtij rolt een vlag over de spionkop: “Jugador N°12”. Vlak voor rust scoort Boca. GOOOOOAAAAAAAAAL. De fans springen op elkaar. Anderen hangen als primaten op het meterhoge traliewerk, kont achteruit, oogbollen uit de kassen. Het Hollands meisje raakt geplet tussen zwaargewichten. Nog smaller en roder dan ervoor, wil ze nu huiswaarts, net als de Noorse ouders. In de 2de helft brengt een flater van de keeper van Boca rust in de spionkop. Hij laat een schot door de handen glippen: 1-1. Ongeloof in de blikken, handen in de nek. Het meisje naast mij is gestopt met tieren. Tranen staan in de ogen. Een holenmens mompelt “boca, te quiero”. De fans van San Lorenzo zijn hoorbaar: “Hijos de puta, hijos de puta”. De neanderthaler schuimbekt en schreeuwt. Minuut 75: doelpunt Boca. De Noorse spriet springt in de armen van een vetpens. Goed dat haar ouders het toneel verlaten hadden. De tikker van deze kranige zestigers was al voldoende op de proef gesteld. Mijn buurvrouw kust de neanderthaler naast haar. In de toegevoegde tijd schiet Boca nog een keer de bal voorbij de doelman van San Lorenzo. We gaan naar een delirium. Na het laatste fluitsignaal gaan we naar huis. Bestelbusjes, scooters, auto’s, fietsen en brommers razen toeterend voorbij, bestuurd door Boca gekken. Vlaggen wapperen op gevels. De Boca fans verzamelen op een centraal plein voor een nachtfeest. Voor mij is het bezoekuur aan dit gekkenhuis afgelopen. Ik ga slapen.

 

Ter illustratie van “Als een zee bij springtij rolt een vlag over de spionkop: “Jugador N°12”. Filmpje op You Tube over La Doce (auteur: Aníbal Díaz):