Dat de Paraguayaanse Chaco heel lang een godvergeten gat is geweest, bewijst de geschiedenis van de tagua. Tot 1970 ging men ervan uit dat het beest tienduizenden jaren geleden de pijp aan maarten had gegeven. Tijdens een zoektocht naar fossielen halverwege de jaren zeventig keken verbaasde wetenschappers plots een echte tagua in de ogen. De tagua is zo één van de weinige grote zoogdieren die pas “ontdekt” zijn geworden in de 20ste eeuw. De tagua is een everzwijn met een grijs-bruine pels en een witte collier om de hals en belachelijk smalle pootjes in verhouding tot het lichaam. Grappig zijn de haren van gemiddeld 20 cm die rechtstaan in de nek. De tagua komt alleen voor in de Chaco. Grootschalige veeteelt, stroperij en een gebrek aan overheidsbeleid brachten de soort aan de rand van totale uitroeiing. Mennonieten, die mee aan de basis liggen de grootschalige veeteelt, lieten ook hun goed hart zien en hebben na de ontdekking van de tagua een reservaat voor die beesten opgezet, met fondsen van de San Diego zoo in California. Katrien en ik staan in dit reservaat te kijken naar drie taguas die in een halve cirkel naast elkaar afgrijselijke stinkscheten in de atmosfeer blazen. Het is hun natuurlijk verdedigingsmiddel tegen vijanden en homo sapiens is daarbij vijand nummer 1.

P1000857

De zoektocht naar de tagua bracht ons eerder ook naar de vermeende zoo van Filadelfia. Vermeend, want die zoo bestond niet meer. “Verhuisd” wist Marylin ons te zeggen, naar de “wijde omgeving” rond Loma Plata, een ander Mennonietenstadje. Halfweg tussen Filadelfia en Lomo Plata vroeg ze de weg aan een eenzame fietser, een Paraguayaan met een T-shirt “I like New-York but now I want to go home”. Zo kwamen we aan een hotel terecht, waarvan de tuin de zoo herbergde. “Neen, geen dieren meer”, schudt de wat verbaasde hoteleigenaar het hoofd, “enkel nog vier leeuwen”. De andere dieren waren “weggespoeld” na hevige regens. Leeuwen in Paraguay? Weggespoelde dieren? Rare plek hier. Maar er stonden nog dierenhokken, overwoekerd door struikgewas en onkruid. Tussen de hokken hingen de beddenlakens van het hotel te drogen “Typisch Paraguayaans”, fluistert Marylin. “Ze dragen zorg voor niks”. Maar waarom zouden verarmde Paraguayanen geld steken in een zoo die twee toeristen per jaar ziet? Beesten die ze zelf in de natuur zien lopen? Helemaal achteraan stond het hok van de “leeuwen”, die poema’s blijken te zijn, die wel degelijk voorkomen in Paraguay. Twee volwassen exemplaren en twee pasgeboren exemplaren van een maand oud. Met helderblauwe oogjes en zwarte vlekjes over de pels. Over de vloer ligt een afgeknauwd schouderblad en een bloederig dijbeen.

P1000778

Een kennismaking met een beest dat tot voor kort voor de wetenschap als een prehistorisch fossiel te boek stond, een weggespoelde zoo met vier overlevende poema’s in de tuin van een hotel. Ja, in die Chaco valt een en ander te beleven. Opvallend is dat we veel meer met acuut uitsterven bedreigde taguas hebben gezien dan toeristen. Als er al eens een toerist komt, is het familie van Mennonieten of avontuurlijk ingestelde ornithologen. De Lonely Planets en Rough Guides van deze wereld hebben Paraguay nog niet ontdekt, laat staan het wildste en meest ontoegankelijke stuk ervan. We hadden contact gehad met ene Walter Ratzlaff, maar eenmaal in Filadelfia bleek die onvindbaar. En zo kwamen we via de museumconservator in Filadelfia terecht bij zijn zus, Marylin. Zelf waren wij de eerste toeristen die ze dieper in de Chaco zou rondrijden. Met de GPS aldus, lacht ze. Een nog groter avontuur voor haar dan voor ons. We begonnen met een ontspannen rondritje op haar ranch. Op een uurtje tijd zagen we twee uilen, drie struisvogels, bonte parkieten, grote aalscholvers, ibissen met een geel hoofd, een reiger met een blauw hoofd en een rode snavel en een specht. Achteraan haar ranch ligt er in een bosje een poel waar regelmatig tapirs op bezoek kwamen. “A ja, is dat interessant?”, vroeg ze verwonderd. Ik vertelde haar dat gidsen er zich voor meer dan 100 US dollar per dag in het Amazonewoud en de Braziliaanse Pantanal een punthoofd naar zoeken.

Een kennismaking met een beest dat tot voor kort voor de wetenschap als een prehistorisch fossiel te boek stond, een weggespoelde zoo met vier overlevende poema’s in de tuin van een hotel. Ja, in die Chaco valt een en ander te beleven

Dat ontoeristisch kantje aan Paraguay is heel aantrekkelijk. In 2007 hadden we het Parque Cerro Corra bezocht, een mengeling van ontoegankelijk droog tropisch woud en savanne. Paadjes moet je zelf uitzoeken en brengen de wat benauwde toerist op desolate en vervallen kampplaatsen met graffiti op de muren. Hier en daar rijst een spuuglelijke monument op uit het landschap, waaronder de herdenkingsplaats voor één van de grootste locos uit de Paraguayaanse politiek: Francisco Solano Lopez. Desondanks was de omgeving van het park mooi en vol van leven. We zagen 24 uur mieren, een grappige wandelende tak en een vunzige duizendpoot, een schuw gordeldiertje en een harige vogelspin en vogels om een dozijn ornithologen in delirium te brengen. Maar terug naar de Chaco.

 

Op de middag zaten we in een houten uitkijktoren te kijken naar de meren en bossen om ons heen. Marylin was met ons het Campo Maria Private Reserve in gereden, een gebied met zoute en zoete meren, waarvan de Mennonietencoöperatie Chortitzer eigenaar is. Tientallen zwanen dobberen rustig rond over het kalme water. Een groep witte reigers zit in een boom. Plevieren en eenden zwemmen rond. 50 Chileense flamingo’s staan pal in het ondiepe water. Zoutafzettingen kleuren de oevers wit. Wolken weerspiegelen zich in het rimpelloze meer. Ontelbare pootafdrukken getuigden van de aanwezigheid van tapirs, herten en een wilde kat. In het zand lagen twee slangenskeletten te roosteren in de felle zon. Dit reservaat is toeristisch potentieel, maar nu zijn er geen toeristen. ’s avonds reed Marylin bijna een ratelslang plat, een levend exemplaar en niet gediend met onze aanwezigheid en onze koplampen in haar ogen. Ze draait zich in een bolletje en trekt de kop achteruit, klaar om een paar milliliter verlammend gif in onze aders te spuiten. Daarna kruipt ze in het kreupelhout. Een waardige afsluiter van een verblijf dat nog echt “off the beaten track” geheten mag worden.

 

P1000842 P1000813 P1000802 P1000811