Marylin begrijpt moeilijk de “luiheid” van Paraguayanen. Feesten, rondhangen op straat. Discobars rijden ’s avonds door de dorpen. Maar werken? Marylin is onze gids door de Chaco. We zijn vertrokken op haar ranch, Estancia Iparoma, net buiten Filadelfia in het schaars bewoonde Noorden van Paraguay. Een wat gelukkige ontmoeting, want toeristische faciliteiten zijn hier afwezig. We kwamen haar op het spoor via Agathe, de conservator van het Mennonietenmuseum in Filadelfia. Bedoeling: een bezoek brengen aan Mennonietenkolonies. We rijden per ongeluk een erf op, de weg bijster. De Chaco is een doolhof. Een man kijkt slaapdronken op van een kar met twee wielen, handen achter het hoofd. Witte ganzen stuiven in het rond, een man schommelt in een hangmat. Een knokige hond kwispelt. “Now you can see how Paraguayans live: they hang and sleep and live in poor houses”. Marylin gooit de Indianen onder dezelfde hoed als de latino Paraguayanen. Dat zouden die laatsten weer niet graag horen, want zelf hebben die ook vooroordelen over de Indianen.

 

Een dag later bezoeken we vrienden van haar op een andere ranch in een godvergeten uithoek. “Hard working people, but also nice house”, zegt ze. En ik denk er bij: “Paraguayans lazy, and no nice house”. Haar vrienden zijn als haar Plattdeutsch sprekende Mennonieten. Hun leven bestaat uit 365 dagen werken op een jaar. Geen hangmat hangt tussen de bomen. Ze zijn nooit op reis geweest, ook niet binnen Paraguay. Opstaan, werken, bidden. Tot pietje de dood zijn zeis boven haalt. Maar ik begrijp hen ergens. Vaak zijn ze herbegonnen, na vervolgingen door de Katholieke Kerk in Duitsland en Stalin in Rusland. En wilskracht en werk brachten hen erboven op. Maar wat met de Indianen waartussen ze wonen? In een boek dat ik kocht in Filadelfia las ik hoe Mennonieten Indianen wilden bekeren tot hun God en het christelijke familieleven. Alsof de geloofstradities van Indianen en hun familieleven niet bestonden. Ze moesten een wit hemd met das aan, hun naaktheid bedekken, de Bijbel lezen, naar de mis gaan en als de beesten zweten in het aanschijn van God. De Mennonieten hebben eeuwen hun autonomie verdedigd. Respect. Maar waarom voelen ze dan die drang om anderen te bekeren tot hun waarheid?

 

Jezuïeten beschouwden het eeuwen geleden al als hun taak om de “nobele, sympathieke wilden” geschiedenis, religie en cultuur bij te brengen. Diezelfde Jezuïeten die ook de Mennonieten op de brandstapel hebben gezet, omdat ze hun absolute waarheden in vraag hadden gesteld. De geschiedschrijving heeft ook geen goed aan gedaan aan de beeldvorming over Indianen: meestal is die altijd gericht op de effecten van de kolonisatoren op de Indianen, nooit omgekeerd, waardoor het beeld ontstaat dat Indianen geen cultuur of geschiedenis zouden hebben. Barbara Ganson schreef een zeldzaam boek over de cultuur, gewoontes en tradities van Guarani en hun invloed op kolonisten en het hedendaagse Paraguay. Een hangmat is een uitvinding van de Guarani, net zoals de gewoonte om yerba maté te drinken in Argentinië en Paraguay. Zonder de Guarani hadden Jezuïeten en kolonisatoren nooit overleefd in deze vijandige woestenij. Guarani leerden hen maniok en zoete aardappel eten en wild schieten. Vandaag is Guarani de tweede officiële landstaal in Paraguay. Marylin nipt aan haar téréré, en ik denk: dat heb jij geleerd van de “nobele wilde zonder cultuur”.

Haar vrienden zijn als haar Plattdeutsch sprekende Mennonieten . Hun leven bestaat uit 365 dagen werken op een jaar. Geen hangmat hangt tussen de bomen. Ze zijn nooit op reis geweest, ook niet binnen Paraguay. Opstaan, werken, bidden. Tot pietje de dood zijn zeis boven haalt.

Omgekeerd vinden de Indianen (en ook de latino Paraguayanen) de Mennonieten uitslovers zonder aandacht voor familie en het leven. Marylin leeft op haar ranch met haar man. Haar mama en papa zijn opgeborgen in een klinische doos met breiwerk, TV, radio, tafel met kaarten: een ouderentehuis aldus. Ze trekken een pensioentje van de coöperatie. Er is geen tijd om ze te verzorgen. Ze willen trouwens zelf niet ten laste zijn. Marylin vertelt dat de Paraguayanen (nooit duidelijk wie ze ermee bedoelt) het totaal onbegrijpelijk vinden dat ouderen weggestoken worden in een tehuis. Voor Mennonieten met een hoek af, of die last hebben van één of andere depressie is er een psychiatrisch centrum in Filadelfia. Marylin was er nog verpleegster. Er was een zoo aan verbonden. Het verzorgen van dieren zou een kalmerende invloed hebben op patiënten, zo geloofde de directeur. Maar de zoo was verdwenen. Ouderentehuizen, psychiatrisch centrum, een plek om dieren op te sluiten: voor de Indianen zijn het rare zaken.

 

Wat is er nu aan van die vooroordelen? Niet alle Paraguayanen leven zoals de familie op het erf. En zelfs die familie op het erf bleek daar niet constant te wonen. Eén van de mannen kwam met een jeep van Asuncion. Ik vertelde Marylin dat de meeste Paraguayanen ook in huizen leven met TV’s, schotelantennes, keuken, badkamer en Internetaansluiting. Katrien’s vrienden plaatsen foto’s op Facebook en bellen via Skype. In de streek van Arroyos en Esteros hadden we Paraguayaanse suikerboeren bezocht. Verenigd in een coöperatieve zoals de Mennonieten werkten ze zich uit de naad om producten als biosuiker, stevia en sesam op de internationale markten te krijgen ondanks moordende Braziliaanse concurrentie. Omgekeerd moet ik ook mijn eigen vooroordelen over Mennonieten in vraag stellen. Marylin is een lieve vrouw, weliswaar met een bevooroordeelde kijk op Paraguayanen, zowel Indianen als Latino’s. Maar ook zij beantwoordt niet aan de clichés die over Mennonieten de ronde doen: conservatief, vrouwen aan de haard, mensen die zich op geen enkele wijze integreren. Marylin is gids, met strakke spijkerbroek en eigenaar van een ranch met 800 runderen. Ze heeft een open kijk en staat open voor mijn ongemakkelijke kritiek op hun betuttelende manier om Indianen te bekeren en te beschaven. Ze luistert verwonderd naar deze verhalen. Wij luisteren verwonderd naar haar verhalen over Mennonieten. Ik had vooroordelen over Mennonieten, Marylin over inheemsen en Paraguayanen. Beiden gaven we onze enggeestigheid toe. Konden mensen maar wat makkelijker hun vooroordelen relativeren.