Leuk hoe “Die Mystic Boer” zich profileert als progressief en multicultureel. Pop art van Nelson Mandela en lichtportretten van witte trekboeren hangen samen aan de muur. “Die Mystic” is een café in Bloemfontein en een heus begrip. Een zwarte vrouw slaat haar armen om de hals van een blanke aan de toog. Een teken van hoop: een interraciale en openbare kus volgt. Een dubbele middenvinger naar apartheid en preutsheid. Charmant is het, hoe in het (mannen)toilet de muren rond de langwerpige pisbak behangen zijn met gelige naaktfoto’s van blonde schonen. Met dat progressieve zit het wel snor. Zo heeft de Mystic geen al te beste naam bij de conservatievere goegemeente van Bloem. Maar iets anders is dat multiculturele. Hoewel de tortelduifjes aan de toog zich verdrinken in elkaars ogen vind ik Die Mystic toch vooral blank. De alternatieve Zuid-Afrikaanse muziekscène – hip hop, punk, rock en Indie – is niet veel multicultureler dan het Spar Bierfest. Voor dat laatste zag ik aankondigingen in het straatbeeld van Bloemfontein: “Bavarian Brauhaus!” “Gorgeous fraulein!”, “Oompah Band!”, “Bratwurst!”, “Lederhosen!”. Het volk dat ik zie in de Mystic en de rondborstige Zuid-Afrikaanse Heidis zijn zo wit als de schuimkraag op de halve liters bier die over de togen schuiven. Niet dat dit eigen is aan Die Mystic. Ik bezocht eerder Hatfield Square in Pretoria. Stroboscopen draaiden, Icona Pop zong “I don’t care, I love it” en blanken en zwarten gooiden shooters als Black Bitch, Shit in the Woods en G-spot achter hun huig. Maar ze zaten op aparte terrassen, gescheiden door een ijzeren gordijn in hoofden en harten, ook 20 jaar na de afschaffing van de Apartheid.

 

De Lonely Planet waarin de Mystic staat te blinken is optimistischer: “de kleuren van de Zuid-Afrikaanse regenboog vermengen zich meer en meer”. Ik wil geen uitspraken doen voor gans Zuid-Afrika, maar in Bloemfontein en Pretoria zie ik maar weinig vermenging. Ik rijd met een collega een compound binnen, waar hij woonde. Met de auto. Het openbaar vervoer is “voor nie-blankes”. Een compound is een kruising van een begijnhof en een zoo. Dezelfde huisjes met identieke kleuren en tuintjes, en met de levendigheid van Plopsaland om 4 uur ’s nachts. De “good evening” van de bewaking sterft uit, wat later ook het geratel van de bareel. Stilte. Gerammel van schuivende hekkens en pieppiep geluid van bewakingscodes. Stilte. Lege straten. Geen puffende rood aangelopen gezichten van joggers die er calorieën af proberen krijgen. Geen hond die een drol draait. Geen cafeetje waar stamgasten roddelen over God en klein pierke. Een zoo met kooien waar homo sapiens slapen, naar hun lichtbak gapen en af en toe een paar kilo biefstuk op hun braai leggen. Binnen deze compound is er op 22 gezinnen één zwart. De zwarten leven in meerderheid in de township aan de rand van Pretoria.

Stroboscopen draaiden, Icona Pop zong “I don’t care, I love it” en blanken en zwarten gooiden shooters als Black Bitch, Shit in the Woods en G-spot achter hun huig. Maar ze zaten op aparte terrassen, gescheiden door een ijzeren gordijn in hoofden en harten, ook 20 jaar na de afschaffing van de Apartheid.

Vinden we die regenboog in de sport dan? In België timmeren hooligans elkaar in het weekend op de bek, maar ze brullen wel broederlijk de multiculturele Rode Duivels richting Brazilië. Niet zo hier. Rugby is “blank”. Op de luchthaven zie ik een rugbymatch van Zuid-Afrika tegen Australië. Vijf blanke mannen veren op en neer op hun barkruk en draaien er mee rond alsof ze op een op hol geslagen paardenmolen zitten. Ogen rollen uit de kassen, speeksel vliegt in het rond, vuisten bonken op de toog. Ook de ogen van de zwarte barman rollen uit de kassen, maar dan richting de decolleté van een Barbie op slagersmessen van stiletto’s. Een zwarte ober hangt onderuit gezakt op een barkruk. Hij kijkt sullig als Droopy wanneer de blanken juichen en elkaar omhelzen. Omgekeerd is het met voetbal. Ik zie op TV een match tussen Kaizer Chiefs en Orlando Pirates. Twee zwarte ploegen aangemoedigd door zwarte op vuvuzela’s toeterende toeschouwers. Neen, een Zuid-Afrikaanse remake van de Rode Duivels zit er nog niet in.

 

Voetbalreligie doet het niet. Gewone religie evenmin. “Aanvaard Jezus Christus als redder!”, tiert een zwarte priester van op TV mijn slaapkamer in. De camera zwiert de ruimte in. Daar zingen, springen en swingen uitzinnige fans van het lam Gods. Zwart van het volk, letterlijk en figuurlijk. Blanken luisteren elders naar dezelfde blijde Boodschap, zo blijkt wanneer ik een kanaal verder zap. “Het koninkrijk der hemelen is nabij”. Euforie op honderden driftig knikkende witte gezichtjes. Zelfs in het huis van God leven christenen van verschillende kleuren apart.

De “good evening” van de bewaking sterft uit, wat later ook het geratel van de bareel. Stilte. Gerammel van schuivende hekkens en pieppiep geluid van bewakingscodes. Stilte. Lege straten.

Vinden we die regenboog dan echt nergens? In de blinkende tempel van het consumentisme: de shopping mall. In malls in Bloemfontein en Pretoria stapelen zwarten en blanken van dezelfde middenklasse hun karren zo vol alsof het einde der tijden in zicht is. Manlief gaapt naar een smartphone, vrouwlief schuift de kredietkaart door het betaalbakje van een flashy klerenwinkel. Zwarten en blanken verslinden sushi met stokjes en hoeveelheden vlees als een familie leeuwen in het Kruger park. Neem de populaire keten van Spur Steak Ranch. Blanken en zwarten verorberen calorie atoombommen zoals de Warrior Combo: 200 gr ribbetjes, 200 gr lamskoteletjes, een kwart kip en een braadworst. Groentjes? Jazeker! Gefrituurde uienringen! En vergeet het ontbijt niet! Terwijl je een halve kilo vlees richting spijsverteringsstelsel duwt lees je over het “unreal breakfast for a sunny start of the day”: frieten, steak, twee spiegeleieren, lagen spek, twee worsten, in boter gebakken champignons en toast met boter en confituur. Diegenen wiens maag nog niet in staking is gegaan, kunnen er kippenlevers en Weense worst bijnemen. Maar ook in upmarket aangelegenheden als Kream Restaurant in Pretoria vind je zwart en blank. Gladde mannen in kostuum van Armani of Boss, wolken zware aftershave die de fijne haartjes van de neusholte verschroeien, elleboog op de toog, whiskey on the rocks in de hand, Zwitserse horloge aan de pols. Vrouwen in mantelpak of glitterkledij, paarlemoer rond de nek, koket nippend aan een kir royale. En zoals in de compound, het voetbalstadion en het huis van God lijkt ook hier de ruimte verdeeld volgens ras. In Bloemfontein en Pretoria hangen vooralsnog zwarte en witte wolken voor de regenboog.