“De noria’s van Hama kleurden rood van bloed”, zei je. Je droeg een stofjas en een muts op het hoofd. Je keek me in de ogen. Ik ontmoette jou in een cafeetje, munttheetjes stonden op een plastieken tafeltje. Spreken gebeurde op gedempte toon, af en toe onderbroken door het geklingel van het lepeltje in de theeglaasjes. Suiker danste rond en maakte de thee troebel, in tegenstelling tot jouw ogen die kwiek voor zich uit keken. Je vertelde over tanks die huizen aan flarden schoten, vliegtuigen die bommentapijten braakten, bulldozers die een stad tot een lege steenwoestijn transformeerden. 25.000 doden.

img557

De oude man van Hama

 

Ik vroeg mij af of je overdreef. Eén van jouw eigen kinderen droeg je ten grave. Even keek je in het oneindige, alsof je jouw kleine jongetje zag rondhuppelen in het paradijs. Je stelde jezelf in het Frans aan ons voor en toen zaten we in dat duister steegje te luisteren naar jouw verhaal. Een ventilateur speelde met de blonde haren van Valerie, een vreemd zicht in dat donkere hol, waar alleen mannen thuis waren, zonder Stella, maar met dampende waterpijp en geurige muntthee. Het was er stil, een fluisterspel met mannen met snorren. Af en toe mompelde je een Salaam Aleikum wanneer iemand anders over de drempel van het café kwam.

 

Het was 1999 en we bevonden ons in Hama, een stadje met een charmant centrum. We lazen in de Lonely Planet dat het bekend was om zijn eeuwenoude waterraderen, de noria’s, die water schepten uit de lager gelegen Orontes voor de irrigatie van velden en tuinen. ’s Avonds een hapje eten met zicht op de geelverlichte noria’s en de An-Nuri moskee is voor mij één van de toppunten van gezelligheid.

 

Je vertelde over tanks die huizen aan flarden schoten, vliegtuigen die bommentapijten braakten, bulldozers die een stad tot een lege steenwoestijn transformeerden. 25.000 doden

Je sprak de naam van Hafez-al-Assad niet uit. Toch wist ik dat hij het was op wie je jouw pijlen richtte. Je was de slachting van 1982 niet vergeten. 17 jaar geleden maar fris in het geheugen. Tot mijn schaamte wist ik toen niet waarover je praatte. Een verhaal dat in het Westen nooit weerklank kreeg. Amnesty International bevestigde jouw versie: in Hama vond een ongeziene slachting plaats: 25.000 doden. De Arabische lente vandaag is geen nieuws in Syrië, alleen waren er in het verleden geen sociale media. In 1964 kwam de soennitische meerderheid in Hama al in opstand tegen de door Alawieten beheerste minderheid van het socialistische Baath regime van de Assads, met honderd doden als gevolg. Het begin van een opstand die zijn gruwelijk hoogtepunt zou kennen in 1982. De moslimbroeders hadden Hama “bevrijd”. De reactie van Assad was buitensporig geweld. Alle ingrediënten voor een cocktail aan oeverloos geweld waren al aanwezig. Een maffe, zelfingenomen dictator. Moslimbroeders die terroristische aanslagen plegen. De haat tussen soennieten, sjiieten, alawieten en christenen. In 2014 weten we trouwens dat 1982 geen echt hoogtepunt was, maar slechts een waarschuwende kleinere vulkaanuitbarsting voor de totale eruptie van vandaag.

An-Nuri Moskee

De eeuwenoude noria’s en de An-Nuri Moskee in betere tijden: toppunt van gezelligheid

 

Vandaag, beste opa, blijft je soms door mijn geheugen spoken als ik het verwoeste Syrië zie. Ik heb een foto van jou, dat helpt. Vandaag legt Bashar Hama opnieuw in de as. Nieuwe bommenladingen laten vers bloed spuiten uit de ongeheelde littekens van 30 jaar gelden. Nog rauwer, nog driester, met (voorlopig) vier dubbel zo veel doden. Ik lees de chronologie van twee weken Hama rond Nieuwjaar 2012:
“23 december: 300 burgerdoden bij luchtbombardement toen aangeschoven werd voor brood”;
“29 december: 6 burgerslachtoffers waaronder kinderen en vrouwen”;
“21 januari: autobom, 50 doden”; En zo voort en zo verder en zo voort en zo godverdomme verder.

 

Na al die jaren scheppen de raderen van de noria’s alweer bloed, arme opa. Is jouw bloed erbij? Of is jou een rustige natuurlijke dood gegund geweest, omringd door geliefden? Of leef je nog? Ik weet niet wat ik moet hopen. Je haatte vader Assad. Nu laat zoon Assad Hama een tweede keer platwalsen door tanks en vliegtuigen. Hopelijk zwaaien jouw kinderen en kleinkinderen niet met een kalasjnikov aan het front. Hopelijk leven ze nog. Maar wat mag ik er verder over hopen? Dat ze het glazuur van hun tanden klapperen in de ijskou in een vluchtelingenkamp? Als er een ideaalscenario bestond voor deze wereld wens ik dat ik in 2019 aan de An-Nuri moskee falafel mag eten met een kind of kleinkind van jou, in vrede. Zou dat niet mooi zijn, waarde vriend-voor-één-avond”.

 

Actuele noot: vandaag zijn we al februari 2016. Het vechten gaat door. Toen we naar Hama reisden passeerden we de stad Homs, op luttele 40 kilometer van Hama. Die ziet er volgens een Russische drone video als volgt uit. Kleine kans dat ik nog met een kind van de man van Hama zal eten.